Da-Dzma

Jaro Minne 2019 België 16 '
Een vijftienjarig meisje in een afgelegen Georgisch dorp probeert dichter bij haar oudere broer te komen, net op het moment dat hij besluit om thuis te vertrekken, op zoek naar werk in het buitenland.

Awards & selecties

  • Oberhausen 2020
  • Rencontres Internationales Paris/Berlin 2020
  • Mostra del Cinema di Genova 2020

Tags

11.05.2020 Bo Alfaro Decreton

“Wanneer ik het woord ‘toekomst’ uitspreek, vertrekt de eerste lettergreep al naar het verleden.” Jaro Minne maakt in zijn observerende drama ‘Da-Dzma’ de woorden van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska — over de alliantie tussen toekomst, verleden en heden — prangend tastbaar.

De vijftienjarige Dali probeert haar broer te benaderen, net voor diens vertrek naar Turkije. In de hoop dat… Wel, dat is net de kwestie die Minne heel zacht in de schoot van de toeschouwer legt.

‘Da-Dzma’, een Belgisch-Georgische co-productie, begint dan ook met een afspraak bij de oogarts die Dali aanraadt een bril te dragen, om een oogoperatie in de toekomst mogelijk te maken. De busrit naar huis verloopt in volledige stilte, maar ze is tegelijkertijd alleszeggend omdat broer en zus er de problemen van geëmigreerde werkkrachten te horen krijgen doordat een medeforens zijn telefoongesprekken allesbehalve discreet voert. Het toont de zin voor nuance en subtiliteit die karakteristiek is voor Minne’s film: alles lijkt overal te gebeuren, behalve tussen de broer en zus zelf. Die afwezigheid wordt doorheen de film alleen maar schrijnender: alles voelt als uitstel tot het zelfs daar te laat voor is. Beide personages lijken onderhevig aan een drukkende socio-economische realiteit waarvan de barsten het best zichtbaar zijn op (inter)persoonlijk niveau.

De eenzaamheid wordt zo vormgegeven dat ze gemis uitstraalt, zonder dat de personages daardoor afhankelijk of zwak lijken.

Minne’s derde kortfilm (na ‘Regarde-moi’ en ‘Fragments of Gabi’) legt de fragiliteit van een verwaarloosde emotionele familieband vast. We zien Dali in haar dagelijkse sleur terwijl haar broer zijn naderend vertrek voorbereidt. Hij vertrekt uit pure overlevingsdrang: “If you don’t work, you don’t eat. You work, you eat.” De momenten die ze beiden zouden kunnen gebruiken om plannen te smeden voor het verloop van de komende tijd, — en, zo, wat dichter bij elkaar te komen — brengen ze alleen door. Die eenzaamheid wordt zo vormgegeven dat ze gemis uitstraalt, zonder dat de personages daardoor afhankelijk of zwak lijken. Integendeel, ze maken er beiden een punt van om vooral niet te veel van zichzelf bloot te geven.

Dit idee vindt het best zijn weg naar het scherm wanneer Minne, naast regisseur trouwens ook cameraman, de vermoeide gelaten van zijn hoofdpersonages hult achter gordijnen of in rokerige taferelen op het Georgische platteland. De cinematografie, veelal gehuld in het donker, geeft een intieme inkijk in de vervreemde relatie tussen broer en zus.

Minne vertrok voor ‘Da-Dzma’ niet vanuit willekeurige hersenspinsels, maar bracht wel herhaaldelijke periodes door met Georgische families. Met wat hij binnen die families observeerde, gaf hij gestalte aan de familiale, sociale en economische spanningen waar zijn film zich van voedt. Die spanningen smoort de jonge maker met zijn trage shots.

Grip op de hoofdpersonages krijg je echter nooit. Dat zorgt voor een constant desolaat gevoel: niet de fijnste emotie in cinema, maar in het geval van ‘Da-Dzma’ zonder twijfel de meest passende.

3