play

Bath House

Niki Lindroth von Bahr 2014 Zweden 14 '
Zes personages ontmoeten elkaar in het publieke zwembad. Bijna alles loopt mis.

Awards & selecties

  • Sundance 2015
  • Göteborg Film Festival 2014
  • AFI Fest 2014
  • Chicago International Film Festival 2014

Tags

24.10.2019 Tom Cuypers

Omdat openbare zwembaden zo obsessief schoongehouden worden, weet je dat het verschrikkelijk vuile plekken zijn. Er komen zware chemicaliën aan te pas om de boel hygiënisch te houden en er loopt altijd wel iemand een stuk vloer te dweilen: hard labeur om die smeerlapperij onder controle te houden.

Daar gaat ook de intrigerende kortfilm ‘Bath House’ van Niki Lindroth von Bahr (‘The Burden’) over: de chaos die ontstaat wanneer we vertikken de boel proper te schrobben.

De kortfilm vangt aan in de douches, die er bijzonder realistisch uitzien. Het is pas wanneer we een antropomorf paard de vloer zien dweilen dat duidelijk wordt dat dit een stop motion animatiefilm is. Dit personeelslid tracht alle vuiligheid tegen te houden en de orde te bewaren. Een lek in het zwembad wordt echter genegeerd, en een vuile pleister blijft liggen in de douches: al snel dreigt alles in het honderd te lopen.

De actie is onderkoeld, de dialogen bevreemdend. Het ritme ligt bijzonder laag: iedereen lijkt wel twee keer na te denken vooraleer iets te zeggen of te doen. Dat zorgt voor een ongemakkelijke sfeer en een steriliteit die even onnatuurlijk aanvoelt als de chloorgeur in zwembadwater. Deze atypische keuze geeft de animatie een meer alledaags karakter, maar Lindroth von Bahr gaat daar echter zo ver in dat het geheel vooral bevreemdend aandoet. Wanneer een konijn pretendeert te verdrinken, duurt het een ongemakkelijke eeuwigheid vooraleer de redder van dienst reageert.

Door een gebrek aan onderhoud, respect, infrastructuur en elementaire communicatie, staat iedereen op het einde van de film alleen.

Even bevreemdend: alle personages lijken op genderneutrale, antropomorfe dieren. ‘Lijken’, weliswaar, want hoewel de poppen met veel gevoel voor realisme in elkaar geknutseld zijn, is het moeilijk om het exacte dier te identificeren. Zo heeft de zwembadverantwoordelijke veel weg van een paard, maar ook wel een giraf, en zou de konijnenbende evengoed uit muizen kunnen bestaan.

Hun dier-zijn wordt bovendien benadrukt wanneer een berenkoppeltje een badpak koopt met luipaardprint. Is het vreemd dat dieren het vel van een ander gebruiken als kledingstuk? Vreemder dan wanneer mensen dat doen? Dat subtiele detail zet de kijker aan het denken in een film die door de grote hoeveelheid dode tijd tussen dialogen en acties voortdurend om reflectie vraagt – elke zin krijgt een pauze om die te laten bezinken.

Misschien verwijst de keuze voor de luipaardprint wel naar het constante negeren van bepaalde basisnormen. Doorheen de hele film luistert immers niemand naar elkaar, met desastreuze gevolgen: het vergiftigde zwembad loopt leeg, het koppel gaat uit elkaar, de overval mislukt en de brandweer lijkt de oproep niet gehoord te hebben. Door een gebrek aan onderhoud, respect, infrastructuur en elementaire communicatie, staat iedereen op het einde van de film alleen.

Dat is een boodschap die ongemakkelijk resoneert in een tijdperk van overdadige (mis)communicatie en fundamentele eenzaamheid. Het ritme van de dialogen heeft niet toevallig veel weg van het ritme van een chatgesprek: het is geen geheim voor de gemiddelde internetgebruiker dat we vaak niet meer in staat zijn fatsoenlijk naar elkaar te luisteren wanneer we moederziel alleen achter onze computer zitten.

3