Swatted
rating

Duur: 21 min. | Land: | Regie: Ismaël Joffroy Chandoutis | Scenarist: Ismaël Joffroy Chandoutis | Producent: Luc-Jérôme Bailleul

Swatting: het fenomeen waarbij zwaarbewapende politiediensten ten gevolge van valse noodoproepen binnenvallen bij een onschuldige gamer, die vervolgens op zijn of haar livestream hardhandig in de boeien wordt geslagen. Daar openbaart zich het opzet van de cybercriminelen: het draait hier om publieke vernedering, de hele wereld kijkt toe. Voor de camera begint het gemaskerde en zenuwachtige SWAT-team plots te begrijpen dat er iets niet klopt, ze werpen een blik op de webcam en maken zo onvrijwillig oogcontact met hun publiek. Hun expressies verraden onzekerheid: is hier een misstap begaan?

Het is een gruwelijk spel dat Ismaël Joffroy Chandoutis in zijn formalistisch essay ‘Swatted’ aan de kaak stelt. Niet-ingewijden zullen ongetwijfeld ontsteld opkijken van het wrede verschijnsel.

Toch is het de regisseur om veel meer te doen dan enkel het kenbaar maken van deze online-smeerlapperij; via een mix van vormelijke ontleding en documentaire-getuigenissen onderzoekt Chandoutis de alsmaar vager wordende grens tussen de materiële en virtuele wereld. Net als ‘Operation Jane Walk’ legt hij een zonderlinge overlap tussen die twee universums bloot, een grensgebied dat in dit geval eerder angst dan hoop opwekt.

Chandoutis onderzoekt de alsmaar vager wordende grens tussen de materiële en virtuele wereld.

Na een kennismaking met de slachtoffers schakelt Chandoutis over naar abstraherende visuals en wordt de materiële leefwereld ontrafeld via wireframing, een techniek waarbij de contouren van objecten via lange kabels worden afgelijnd. Wat resteert is een digitale ruimte van strakgespannen draden die allemaal met elkaar verbonden zijn. Hier en daar knettert iets, of flitst er een licht.

Door deze kunstgreep te introduceren in een slaapkamer – we ontwaren de omtrekken van een kast, een pc, een omgevallen bureaustoel – trekt Chandoutis het gevaar ijzig in de ‘veilige’ zone van het huiselijke binnen. De virtuele versies van de levensechte special forces die buiten wachten voor ze naar binnen stormen versterken dat gevoel: de games dringen onze wereld binnen, en ze doen dat met geweld.

Dat de daders zich geen vragen stellen bij hun gedrag is duidelijk. Wanneer eentje bij wijze van uitzondering wordt gearresteerd, blijkt het niet zijn eerste wapenfeit te zijn. De trollen zitten mijlenver, gekluisterd achter hun scherm, beveiligd door VPN’s die hun locatie verbergen. Voor hen is het een spel, voor de slachtoffers vaak een traumatische ervaring. Dat er ondertussen reeds een dodelijk slachtoffer viel, lijkt echter niet veel te veranderen.

Mocht je het er niet vanzelf benauwd van krijgen dan zullen de omineuze soundscapes je er vast mee helpen.

Michiel Philippaerts