Que no me roben los sueños

Even though they steal my dreams

Zoé Brichau 2019 België 28 '
Eind 2019 breekt de revolutie uit in Chili. Een groep vrienden neemt deel aan de demonstraties. Terwijl zij fotograferen, filmen en affiches ophangen, ondervinden zij dagelijks de ongelijkheden waartegen zij strijden.

Cast & crew

Awards & selecties

  • Brussels Short Film Festival 2021
  • Millenium International Documentary Film Festival 2021
17.09.2021 Sarah Skoric

Het is oktober 2019 en de straten van Chili vullen zich met manifestanten, zo ook in Valparaiso. Na een prijsstijging van de metrotickets komen miljoenen Chilenen op straat tijdens wekenlange protesten in het hele land. “Het gaat niet om dertig peso, het gaat om dertig jaar.” Ze demonstreren tegen het beleid van president Sebastián Piñero, tegen corruptie, tegen het slechte pensioensysteem, de dure gezondheidszorg en ontoegankelijkheid van het privaat onderwijs. In de Westerse pers klinkt het: “Chili is eindelijk wakker.”

In ‘Que no me roben los sueños’ registreert Zoé Brichau mensen van alle leeftijden tijdens deze demonstraties: bejaarden met borden waarop te lezen is ‘No son solos 30 pesos’ (‘Het zijn niet maar 30 pesos’), kinderen met trommels, grote poppen en (jong-)volwassenen met beschermende kledij. Die plunje is noodzakelijk, want de regering en politietroepen slaan agressief terug: bijna vierduizend demonstranten belanden in het ziekenhuis met onder meer oogkwetsuren en schedelbreuken. Ongeveer zesendertig personen laten het leven.

Deze film grijpt je naar de keel. Er is geen uitweg uit de cameravoering (...) Quasi alle beelden in deze half uur durende documentaire zijn claustrofobisch: over en weer draaiend tussen de mensen in een demonstratie, van de ene naar de andere.

Bricau verplaatst al snel haar lens van de massaprotesten naar een kleine vriendengroep, van heel veel mensen naar een intieme setting. Claudia, Jorge en Nicolas zijn drie twintigers die mee demonstreren, activistische filmavonden organiseren en de demonstraties omzetten in beeld (zowel fotografisch als getekend). De drie voeren niet enkel een strijd tegen hun corrupte overheid, maar ook — in mindere mate — tegen hun families. Zo is de broer van Claudia politieagent, en op dat moment is dat voor haar letterlijk ‘de vijand’. Toch is ze blij dat hij niet meer op straat leeft, en geeft ze hem een CD met daarop ‘ACAB’ (‘All Cops are Bastards’) geschreven, maar wel met een hartje erbij getekend. Liefde is er dus wel, al lukt het haar niet echt om met haar familie te spreken over de protesten; ze blokkeren. Ze keuren het ‘loothen’ (‘plunderen’) af, mengen zich niet in de demonstraties en zien enkel wat op televisie verschijnt (en dus ook subjectief is), ondanks dat ze zelf in de schulden zitten door leningen die ze moesten aangaan om de opleiding en zorg van hun kinderen te betalen.

De gesprekken die Claudia met haar ouders voert, zijn sereen maar gespannen, misschien ook door de aanwezigheid van de filmmaker. Er is geen overeenstemming en die zal ook niet bereikt worden. Tegelijk voeren de drie vrienden ook een strijd met zichzelf: Claudia is ongewenst zwanger, en abortus is nog niet volledig gelegaliseerd in Chili. Dus zijn ze genoodzaakt een alternatieve manier te zoeken om de zwangerschap stop te zetten. Ook daar is Zoé bij, en de beelden zijn heftig. In haar badkamer, bijgestaan door haar vriend, schreeuwt Claudia het uit. De bebloede massa die ze uit perst, begraven ze nadien met hun drie, in stilte, tussen bergen en zee.

‘Que no me roben los sueños’ grijpt je naar de keel. Er is geen uitweg uit de cameravoering en de kamers waarin Claudia, Jorge en Nicolas zitten, praten, tekenen en muziek maken. Quasi alle beelden in deze half uur durende documentaire zijn claustrofobisch: over en weer draaiend tussen de mensen in een demonstratie, van de ene naar de andere. Of wanneer je met Claudia in haar badkamer bent en je haast in het bloed zit dat ze uitperst. Het leven is op dat moment geen pretje, maar Zoé Brichau brengt warm en intiem in beeld hoe Claudia, Jorge en Nicolas vechten voor een betere toekomst. En dat doen ze — mooi om te zien — zacht, vol liefde en samen. Wat weerklinkt in hun woorden als “Love, rebellion, revolution”.