In The Palace

Nelson Polfliet 2018 België
Wanneer bejaarde danseres Elvira haar overleden echtgenoot Jean een laatste keer wenst terug te zien, is het de duivel die haar komt ophalen.

Awards & selecties

  • Internationaal Kortfilmfestival Leuven 2018
06.12.2018 Sarah Skoric

Wie Nelson Polfliet zegt, zegt: Anouk Fortunier & Lotte Diependaele, playbackacts en overacting. Maar zegt ook muziek, kitsch en camp; stijl en licht; neon en nostalgie. Zegt vrij veel, eigenlijk.

Na festivalfavoriet ‘Stacey and the Alien’ (2016) - een geslaagde potpourri van slapstick, musical, kitsch, horror en sci-fi - is zijn nieuwe kortfilm ‘In The Palace’  meer uitgepuurd en minder in the face, maar ja, dat heb je snel met vernieuwing en gewenning. Gelukkig wel minstens even absurd, humoristisch en gestileerd.

Sympathie voor de duivel.

Net als in ‘Stacey’ zien we een hoofdpersonage dat een overledene mist, en allesoverheersende wanen heeft over deze persoon. Dé Willeke van Ammelrooy (‘Lijmen/Het Been’, en veel meer) speelt Elvira, een oudere burlesque danseres die nog dagelijks cabaretclub ‘The Palace’ opent - ook al is er geen publiek meer. Ze wacht tot de dood haar terug verenigt met haar geliefde Jean. Tót de duivel haar in hoogsteigen persoon opzoekt en haar voor een laatste danse macabre uitnodigt.

De toevallige voorbij marcherende cheerleaders uit ‘Stacey’ werden in 'In The Palace' ingeruild voor Koninklijke Fanfare De Werkmansvrienden. We zien nu ook een duivelspersonage met assistentes, in plaats van de alien uit ‘Stacey’ en naar de doodsoversteek werd toen verwezen door een ‘Schipper mag ik overvaren?’, dit keer kiest Polfliet voor kleuterklassieker ‘Ik ga op reis en ik neem mee’.

Trouw aan eigen stijl (vanaf de de openingscredits) en met terugkerende referenties bewijst Polfliet met zijn nieuwe kortfilm andermaal absurde films te maken voor een breed publiek. Want: als het bevreemdende voor sommigen té surrealistisch is, dan zijn er steeds de humor en de kitsch. En de herkenbare (Vlaemsche) referenties om hen weer mee te krijgen, zoals La Esterella of Paul Segers (‘Zeg ‘ns meisje’), maar ook erg typische Vlaamse velden en dorpen, en dialect.

Polfliet (hier aan het woord) maakt nauwkeurige films met oog voor stijl, maar durft ook experimenteren en genres open te trekken. Bovendien verstopt hij maar al te graag een gevoellig addertje onder het gras, veelal gesterkt door muzikale referenties en nostalgische playbackacts. Die zijn wervend en nooit gratuit, want qua lyrics en verwijzingen perfect voortbordurend op de verhaallijn. Een feestelijke streling voor het oor – euhm oog.

3