play

Operation Jane Walk

Leonhard Müllner Robin Klengel 2018 Oostenrijk 16 '
Een eigenzinnige stadsrondleiding met gids doorheen het stedelijk landschap van het populaire computerspel Tom Clancy’s: The Division. Tijdens een wandeling door post-apocalyptisch New York- voor één keer als vredevolle toeristen in plaats van als gevechtssoldaten - vertelt de gids over architectuurgeschiedenis en urbanisme.

Cast & crew

Awards & selecties

  • Internationaal Kortfilmfestival Leuven 2019

Tags

28.11.2019 Michiel Philippaerts

Geen bike-, bus- of segwaytour door New York in ‘Operation Jane Walk’, wel een virtuele trip door het grimmige evenbeeld dat de game developers van ‘Tom Clancy’s The Division’ schiepen.

In dit populair online computerspel ligt the Big Apple er desolaat bij; we schrijven de nabije toekomst en op straat geldt de wet van de sterkste. Gewapende milities dwalen door het digitale landschap van puin en rook en verlaten wagens op de avenues zijn stille getuigen van een verschrikkelijke ramp of burgeroorlog. Te midden van dit alles leidt een zwaarbewapende, doch geheel pacifistische tourgids zijn drie – eveneens op gevaar voorbereide – toeristen deze oude stad van weleer rond.

Een humoristisch uitgangspunt is het zeker. Het Oostenrijks regisseursduo Leonhard Müllner en Robin Klengel doet er bovendien een schep bovenop met de scherpe casting van hun stemacteur Jacob Banigan, onze Amerikaanse stadsgids die op feitelijke wijze het post-apocalyptische stadlandschap becommentarieert. Met zijn serene stem, vrij van enige ironie, is hij de geknipte man voor deze uitstap. Zijn bespiegelingen zijn steeds gevat, maar ook zijn morbide poëzie valt in de smaak: het onophoudelijke gestomp van een ‘figurant’ die een lichaam bewerkt met de kolf van zijn geweer beschrijft hij als “een metronoom” die “het ritme van deze dode stad” aangeeft.

Ooit was New York nochtans een wild bruisende stad, zo blijkt uit de zorgvuldig uitgestippelde route waarlangs de gids ons voert. Via de belangrijkste architecturale trekpleisters (de projects, het VN-hoofdkwartier, Trump Tower) schetst hij de ontstaansgeschiedenis van een stad in volle bloei, steeds gekaderd door de maatschappelijke wensen, noden en denkwijzen van destijds. Tijdens een visite aan de troosteloze snelweg beschrijft hij het ideologisch getouwtrek tussen urbanist Robert Moses, die de stad in een sanctuarium voor automobilisten transformeerde, en activiste Jane Jacobs, die opperde voor een stad met veel groen en ruimte voor zijn bewoners. De apotheose van de strijd ziet onze gids weerspiegeld in een pick-up truck die in een stalling deelfietsen is gecrasht.

Müllner en Klengel schotelen ons daarmee niet alleen een stukje geschiedenis in ruimtelijke ordening voor, maar leggen ook heel pienter het virtuele in het verlengde van het historische. Het materiële ruimt plaats voor een nieuwe stad, opgetrokken uit digitale brokstukken. Door de tour te laten plaatsvinden in een hyperrealistisch simulacrum van een toekomstig New York bezinnen de regisseurs eveneens over de veranderende rol van deze virtuele speeltuinen. Het weloverwogen ontbreken van enig spektakel – wanneer vijandige spelers de groep toeristen aanvallen, wordt er weggeknipt – wijst op het geloof van Müllner en Klengel dat er evenveel betekenissen en mogelijkheden in de kopie als in het origineel beklonken liggen.

Door de rechttoe-rechtaanaanpak van hun gids en de komische muzikale intermezzo’s (Django Reinhardt, The Brothers Comatose, Art Carney) komen ze tot een originele kortfilm die zowel entertaint als reflecteert. Of ze slagen in hun zelfverklaarde missie (“We want to convince the art people about the beauty of games, and gamers of the beauty of art.”) laten we in het midden, al hopen we van wel.

3