play

Nothing Happens

Michelle Kranot Uri Kranot 2017 Denemarken 12 '
In de sobere buitenwijken van de stad staat iets te gebeuren. Een figuur steekt het veld over, stopt, keert zich om, en wacht.

Cast & crew

Awards & selecties

  • Venetië 2017
  • Annecy 2018
  • Odense Film Festival 2018
  • DOK Leipzig 2017
29.04.2020 Michiel Philippaerts

Er gebeurt wel degelijk van alles in Michelle en Uri Kranots ‘Nothing happens’, waarin het regisseurskoppel de kijker vastzet in een donker, verstild schilderij. Al zet de epische, ‘Koyaanisqatsi’-achtige muziek tijdens de prelude ons toch even op het verkeerde spoor: hier geen snelle montagetechnieken of flitsende beelden, want de regisseurs schotelen ons slechts drie statische tableaus voor.

De Kranots voeren ons naar een desolaat sneeuwlandschap, waar enkele kale bomen naar de grijze hemel rijzen. In één van de tableaus zien we aan de horizon grote industriële gebouwen, maar verder bespeuren we geen tekenen van menselijke aanwezigheid. Het enige geluid is dan weer het mechanische ‘krah – krah – krah’ van één enkele kraai op een tak (tableau 1). Tot onze eerste toeschouwer, mét contrabas, in beeld wandelt, zijn stappen gedempt door de sneeuw. Hij stopt in beeld, rug naar de kijker en werpt zijn blik op de bouwwerken in de verte (tableau 2).

Een interessant vraagstuk omtrent de verantwoordelijkheid van de kijker en het fenomeen van de kuddementaliteit.

Dan wisselen de Kranots van perspectief (tableau 3); plots wordt de kijker aangestaard door deze spookachtige figuur met bolle kikvorsogen, die wel lijkt te zijn weggelopen uit het werk van Léon Spillaert of Egon Schiele. Al gauw krijgt hij gezelschap. Ook deze mistroostige metgezellen zijn goed ingeduffeld in hun warme jassen en de klederdracht doet vermoeden dat deze massahypnose zich ergens in Oost-Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog situeert, al geven de regisseurs nooit aanwijzingen die het bevreemdende relaas zouden kunnen contextualiseren. Terwijl de toestroom op de begane grond aanhoudt, krijgt ook de eenzame kraai in de gevorkte kruinen gezelschap — een (bijna letterlijk) Hitchcockiaanse ingreep die de spanning opdrijft en de stemming richting het macabere stuwt.

De Kranots verbeelden in hun existentialistisch, zelfreflecterend prijzenbeest een wachtend publiek dat zijn onafgebroken blik – de figuren hebben geen oogleden – richt op een naderende, doch niet nader gespecifieerde ramp. Door de kijker van de kortfilm bovendien zowel in de positie van toeschouwer als die van geobserveerde te plaatsen creëren ze een interessant vraagstuk omtrent de verantwoordelijkheid van de kijker – én omtrent het fenomeen van de kuddementaliteit.

Wanneer de onafwendbare tragedie zich voltrekt trachten twee musici de pijn te verzachten, maar de meute is niet geïnteresseerd: het geweerschot drijft de groep niet uiteen, maar brengt hun wachten tot een logische conclusie. Zijn we medeplichtig? Waarom kiezen we voor het aanschouwen van de wreedheden en laten we de troost links liggen? Of ligt de schoonheid in het gebaar van de musici?

‘Nothing happens’ laat de vragen onbeantwoord, maar verzandt nooit in vervelende ambiguïteit. In plaats van terug te vallen op complete abstractie grijpen de Kranots naar hun kenmerkende donker expressionisme, dat in zijn grauwe penseelstreken een scherpe kritiek op de menselijke geschiedenis tracht te vervatten. De musici schudden mekaar de hand en zetten hun tocht verder.

3