play

Neighbours

Norman McLaren 1952 Canada 8 '
Twee mannen lezen hun krant in de tuin. Wanneer plots een bloem verschijnt, ontstaat er een discussie over aan wiens kant de bloem staat.
Oscarfilms Animatietoppers

Awards & selecties

  • Oscar 1953
  • Canadian Film Awards 1953
  • BAFTA Awards 1953
27.05.2020 Benjamin Antonissen

“Peace certain if no war” en “War certain if no peace,” luiden de krantenkoppen van twee huisvaders die rustig in hun stoel zitten te lezen. Een koppel quasi identieke mannen: hun outfit, tuinstoelen, huizen en gezinnen lijken als twee druppels water op elkaar. Waar de twee eerst nog amicaal samen een pijp roken (huisvader één leent zelfs zijn lucifers uit aan huisvader twee!) verschuift de situatie wanneer er in het midden van de tuin een mooie bloem verschijnt. Er ontstaat onenigheid over aan wie de bloem nu eigenlijk toebehoort, beiden betoverd door de plotse verschijning.

Norman McLaren’s film mixt levensechte beelden met animatietechnieken. Zo ontspruit de bloem razendsnel aan de grond, en bouwen de buren een hek om de grenzen van hun tuinen aan te duiden via stop-motion effecten, een techniek die, in combinatie met live-acteurs, bekend staat als ‘pixilation’ – een term die trouwens werd bedacht door Grant Munro, de rechterbuur uit de film. McLaren laat de twee huisvaders dansen en springen in één grote absurde choreografie, met de bloem als geijkt middelpunt.

Met ‘Neighbours’ was de animator niet aan zijn proefstuk toe. In 1952 had hij al meer dan dertig korte films op zijn palmares staan. Als Schot geboren belandde hij op zevenentwintigjarige leeftijd in Canada, waar hij lange tijd voor het NFB (National Film Board of Canada) werkte en radicaal vernieuwende animatie-en-geluidsexperimenten uitvoerde. Al van jongs af werkte McLaren aan experimentele filmtechnieken – bij gebrek aan een camera begon hij eigenhandig op bestaande filmrollen te krassen en te tekenen. Een roeping waarmee hij met ‘Neighbours’ een Oscar in de wacht sleepte.

Via een glasheldere maar tragische allegorie levert McLaren een krachtige vredesboodschap af.

Naast inventieve montagetechnieken gebruikt hij in deze slapstick burenruzie een grillige soundtrack die het hele gebeuren een surrealistische toon geeft. De muziek speelt op een (voor de jaren ‘50) vernieuwende wijze in op het beeld en biedt een grote meerwaarde aan de absurde vertelling. Naar McLaren’s gewoonte is de muziek ook met de hand overgetekend op de filmrol, wat voor het karakteristieke ‘digitale’ effect zorgt dat we op het einde horen.

De soundscape geeft een iets lichtere toon aan het anders best zware onderwerp van de film, wiens symbolisme sowieso al inslaat als een moker. Via een glasheldere maar tragische allegorie levert McLaren een krachtige vredesboodschap af. Het perfecte nucleaire gezin – het oeroude Amerikaanse ideaal – wordt compleet ontwricht door het conflict van de mannen. De ernst is hier, ondanks McLaren’s muzikale lichtvoetigheid, nog steeds primair.

Tijdens de Koreaanse Oorlog van de jaren vijftig was deze film immers brandend actueel, en helaas blijft McLaren’s anti-oorlogsboodschap vandaag nog altijd overeind: wanneer de strijd is gestreden, blijft er vaak weinig van de oorspronkelijke inzet over. Conflicten hebben geen winnaars, enkel verliezers. Hoe McLaren dat vertaalt in een acht abstracte minuten: een knappe krachttoer.

‘Neighbours’ sluit af met pancartes in verschillende talen die dezelfde boodschap dragen: love thy neighbour. Een overbodig slotstuk misschien, maar qua dramatisch effect kan het tellen. Iets om naar huis te nemen.

4