L'enfant salamandre

Théo Degen 2021 België 26 '
Op 15-jarige leeftijd denkt Forian dat hij via vuur met de doden kan communiceren. Het maakt hem de weirdo van zijn dorp.

Cast & crew

Awards & selecties

  • Eerste Prijs Cinéfondation 2021
  • Publieksprijs Film Fest Gent 2021
  • FIFF Namur 2021
20.10.2021 Tom Cuypers

De magische INSAS-afstudeerfilm ‘L’enfant salamandre’ leverde Théo Degen de eerste prijs op binnen de Cinéfondation-selectie van het filmfestival van Cannes, de studentencompetitie ginds. Een film die hij opdraagt aan zijn papa, aldus de filmmaker in een interview met Kortfilm.be.

De Salamander-jongen uit de titel is het buitenbeentje in een Waals-Brabants dorp. Hij gelooft stellig dat hij via het vuur kan communiceren met de doden, en dus ook met zijn overleden vader. Vanwege die obsessie wordt hij uitgespuwd en uitgescholden voor monster, tot hij er uiteindelijk echt eentje wordt. Het rouwproces staat centraal: na het verlies van zijn vader klampt de vijftienjarige Florian zich vast aan een doos vol herinneringen. Daarin zit een cassette waarop de stem van zijn vader hem vertelt dat het hiernamaals een onzichtbare wereld is die er alleen kan zijn als je er écht in gelooft. Dat is dan ook wat Florian doet.

De keuze voor niet-professionele acteurs zorgt ervoor dat de magische film de wortels toch diep in de realiteit heeft: de authentieke acteerprestaties versterken net de fantastische elementen.

Het verlangen om te geloven in iets groters, dat het gewone leven overstijgt en dat zo draaglijker maakt, vinden we ook terug in het Batman-personage. Ook dit kind houdt achter zijn superheldenmasker vast aan een eigen narratief waarin hij speciale krachten bezit. De combinatie van die kinderlijk onstuitbare overtuiging en het bijhorende geklungel in de realiteit, laten ruimte voor een komische noot. Die humor lijkt soms geleend uit een slapstick komedie, maar onderstreept ook de naïviteit van de personages.

Théo Degen werkt in deze kortfilm (opnieuw) samen met amateuracteur Florian Villez, die in de film zijn echte naam behoudt, en die hij zelf beschrijft als het buitenbeentje in zijn dorp. De keuze voor niet-professionele acteurs zorgt ervoor dat de magische film de wortels toch diep in de realiteit heeft: de authentieke acteerprestaties versterken net de fantastische elementen.

Die nevenschikking tussen realiteit en fantasie keert ook terug in de filmische stijl. Een rigide en sobere cameravoering maakt op de belangrijke momenten plaats voor een gestileerde cinematografie. Zo bedient de film zich van extreme slow motion tijdens de climax, of wordt “de onzichtbare wereld” met analoge film (op pellicule) vastgelegd. Enkele gestileerde composities spelen op een slimme manier met licht en schaduw.

Soms missen de personages wat subtiliteit: de pestkoppen uit het dorp ogen nogal cartoonesk in hun verlangen Florian meteen een pak rammel te verkopen. Gelukkig staat of valt de film daar niet mee, wel met een prachtig bizarre climax en een magisch-realistisch relaas dat boeit tot het mooie, bitterzoete einde.

Bekijk hier ons interview met Théo Degen.