Le canapé

Baptiste Sornin Karim Barras 2020 Frankrijk 14 '
Twee vrienden proberen een zetel te verhuizen na een relatiebreuk.

Awards & selecties

  • Brussels Short Film Festival 2020

Tags

13.08.2020 Bo Alfaro Decreton

In ‘Le Canapé’ wacht Baptiste (Baptiste Sornin) op Karim (Karim Barras) om hem de zetel te helpen verhuizen uit het appartement dat hij met zijn ondertussen ex deelde. Wat op zich een beperkte opgave lijkt, ontvouwt zich tot een volwaardig avondplan, met alle emotionele gevolgen van dien.

Dit is het regiedebuut van Baptiste Sornin en Karim Barras, die beiden een uitgebreid acteerparcours in film en theater kennen. Eerstgenoemde is zelfs een “regular” van de gebroeders Dardenne. ‘Le Canapé’, het eerste deel van de trilogie ‘La trilogie des copains’, is een minimalistische film over twee mannen die hun liefdesleven organiseren en reorganiseren. Met liefde gaat het net zoals met meubelstukken van de Ikea: het ineensteken gaat toch net iets makkelijker gaat dan het uiteen halen.

Gebroken koekenharten bij een kopje verse mannentranenthee.

De film vangt aan met beelden van een kermisattractie (zo’n bengelende arm) in het midden van de stad. Het volks entertainment krijgt een pompeus gehalte door de Italiaanse soundtrack die eronder wordt gezet, al wordt die abrupt onderbroken door een beltoon en beelden van een man die, in een verder leeg appartement, omringd wordt door enkele dozen waarop ‘Sophie, fragile’ te lezen valt. Genoeg informatie om het recept van deze kortfilm te ontrafelen: gebroken koekenharten bij een kopje verse mannentranenthee.

Stilistisch wil de film een naïeve sfeer oproepen door het gebruik van zwart-wit beelden, vastgelegd met precisie voor intimiteit door Camille De Chenay. Een beetje als wat Noah Baumbach behendig deed in het charmante ‘Frances Ha’. Sornin en Barras slagen er, in tegenstelling tot de indiekoning, minder goed in om diezelfde spontaneïteit (zonder twijfel te danken aan de Greta Gerwig) over te brengen. De emoties van de mannen worden met grappig bedoelde stroefheid aan de toeschouwer gepresenteerd, in een wat makke poging een verfrissend mannenbeeld te presenteren.

Net in die “grappige stroefheid” schuilt echter het probleem: de heren lijken hun eigen verdriet niet serieus te nemen. Sterker nog: hun nogal afstandelijke aanpak brengt ze in diskrediet, wat een notie van onderliggende ‘toxic masculinity’ aan de oppervlakte brengt. Dat idee wordt versterkt door het feit dat de venten in kwestie enkel in termen van seks weten te rouwen om hun verloren gegane relaties. Een gesprek dat meteen opgevolgd wordt door een beeld van een tussen in het deurgat geklemde canapé — een metafoor die expliciet genoeg is om Freudiaanse geesten aan het denken te zetten.

Wanneer Karim dan eindelijk zijn gevoelens onder woorden probeert te brengen, ligt Baptiste al te slapen. In die zin situeert ‘Le Canapé’ zich in een brede traditie films waarin mannen zich enkel maar onbehendig tot hun emoties weten te verhouden.

‘Le Canapé’ komt nog net op tijd verfrissend uit de hoek, wanneer ze op het einde van de film de stilte slim inzetten. Die rust is op slag veelzeggend, de meest authentieke communicatie die zich tussen de mannen ontplooit. Misschien iets om in het achterhoofd te houden wanneer de copains binnenkort de vervolgfilms van hun trilogie inblikken.

1