I Don't Feel at Home Anywhere Anymore

Viv Li 2021 België 16 '
Een verslag over de terugkeer naar Peking van een kunststudent die al tien jaar in het buitenland woont. Het verblijf bij haar familie laat genadeloos zien hoe ontworteld ze is van haar thuisland door haar leven in het buitenland.

Bio Regisseur

Cast & crew

Awards & selecties

  • Kortfilmfestival Leuven 2021
  • Brussels Independent Film Festival 2022
14.12.2021 Sarah Skoric

In ‘I don’t feel at home anywhere anymore’ capteert Viv Li het acht dagen durende bezoek aan haar familie in Peking. De naar België uitgeweken filmmaker doet dit in de vorm van een documentaire, al voel je soms ook een zweem van fictie. Dat komt enerzijds door het gebruik van een statische, breedhoekcamera, anderzijds doordat de filmmaker zichzelf ook in beeld brengt, als een soort van (hoofd)personage — in tegenstelling tot de fly-on-the-wall observaties die je vaak terugziet in documentaires, waarin de filmmaker zo weinig mogelijk (zichtbaar) ingrijpt in wat er voor de lens gebeurt.

Je kan Li’s film best kijken als een aaneenschakeling van korte hoofdstukken, van scènes waarin ze de camera op statief laat en er zelf voor gaat staan of zitten. Op bed, in de kamer van haar broer, of aan tafel bij haar familieleden, ongemakkelijk staand buiten in de sneeuw naast een ex-vriendje of wanneer ze zich door haar oma laat leiden door een grote poort. De kadrering is steeds nauwkeurig en de gebeurtenissen lijken zich spontaan te voltrekken voor de lens. Wat soms een droog tragikomisch effect heeft zoals we ook zien in de fictiefilms van Roy Andersson (‘A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence’, ‘About Endlessness’).

Het lijkt bijna alsof de filmstudent de camera even hard nodig heeft als de camera haar; als middel om haar bezoek – en dus ook de band met familie en thuisland — te ontleden.

Li observeert haar familie en zichzelf op een bijna analytische, afstandelijke manier. De camera blijft statisch, maar ook in de gesprekken komt er zelden een echt emotionele laag boven. Het lijkt bijna alsof de filmstudent de camera even hard nodig heeft als de camera haar; als middel om haar bezoek – en dus ook de band met familie en thuisland — te ontleden.

De presence van de filmmaker in het beeld voelt soms wat gekunsteld en zelfbewust maar dat wordt goedgemaakt door de meer experimentele contextualisering die Li hanteert, waarin ze conversaties niet letterlijk vertaalt of ondertitelt, maar ze samenvat in een soort van korte bespiegeling, geschreven vanuit de ik-vorm: “My granny wonders why I am still not fat and what kind of crap I eat when abroad”. Of: “Claire says that with new technologies nowadays, giving birth is just like taking a giant shit. She is not worried at all.

Li’s film is een visueel dagboek dat acht dagen samenvat in zestien minuten, en die gesprekken dan nog eens balt in een of twee zinnen. Soms grappig, soms triest, maar bovenal vanuit haar persoonlijke blik.