Genius Loci

Adrien Merigeau 2020 Frankrijk 16 '
Op een nacht ziet Reine, een jonge eenzame vrouw, tussen de stedelijke chaos een bewegende en levendige eenheid, een soort gids.
Animatietoppers

Awards & selecties

  • Beste Kortfilm Annecy 2020
  • Audi Short Film Award Berlinale 2020
  • Special Jury Award Clermont-Ferrand 2020
  • Dokufest 2020
  • Genomineerd voor European Film Award 2020
  • Best Animation Go Short 2002
  • Kurzfilm Festival Hamburg 2020
  • Anima 2021
  • Kortfilmfestival Leuven 2020
  • + meer dan 50 internationale festivalselecties
02.02.2021 Michiel Philippaerts

“S’ouvrir. Étoiles. Peut-être.” ("Zich openstellen. Sterren. Misschien.") Met deze drie losse, ogenschijnlijk niet-gerelateerde woorden opent de Franse animatieregisseur Adrien Merigeau zijn kleine meesterwerk ‘Genius Loci’. De honingzoete stem van Reine, een jonge vrouw die de assen van haar sigaret onhandig op de woorden van een opengeslagen boek laat dwarrelen, gaat verder: meer ontheemde woorden volgen, sommige lijken voorzichtig een zin te vormen. Glijden haar ongeïnteresseerde ogen over een associatief gedicht dat ze even geleden – net voor het eerste beeld – afwezig neerpende? Licht de regisseur al een tipje van de sluier en worden hier subtiel enkele thema’s van de film uit de doeken gedaan? Reine blaast de ongrijpbare woorden en assen uit over haar kamer, onbekommerd om een zoektocht naar duiding. Er klinkt mysterieuze percussie, terwijl het laatste daglicht op Hopperachtige wijze haar rommelige Parijse flatje binnenvalt. Een quasi doorzichtig gordijn, beroerd door de wind of het gedempte stadsgewoel, werpt een subtiel spel van kleine kleurveranderingen op de muur. Het zijn impressies van een valavond, prachtig en raadselachtig in hun eenvoud. Een regisseur die de scène zet, door de ogen van een dichter.

Merigeau is geen nieuwkomer. Zijn kortfilm ‘Old Fangs’ uit 2009 speelde in Sundance en Seoul en hij verzorgde de art direction van het bejubelde, handgetekende ‘Song of the Sea’ van Tomm Moore. Maar met ‘Genius Loci’ lijkt de Fransman zich écht op de kaart te zetten. Voor de chauvinistische lezer onder ons is er extra reden tot enthousiasme, want Merigeau sloeg de handen in elkaar met Limburgs eigen Brecht Evens. Dat de gelauwerde striptekenaar en illustrator het kleine België al even geleden oversteeg, lijkt evident, want naast meerdere selecties op het Internationaal Stripfestival van Angoulême verzorgde hij ook de cover voor Criterions luxueuze uitgave van Fellini’s ‘Roma’ (1972) en met Anca Damian’s ‘Marona’s Fantastic Tale’ (2019) begaf hij zich voor het eerst zelf in de animatiefilmwereld. Veel internationale lof dus – al vergat Evens zijn wortels nooit, zo getuigt de elegante affiche die hij in 2019 voor de Hasseltse Jeneverfeesten ontwierp. Uiteindelijk lijkt het zijn graphic novel Paris (getekend in opdracht van Louis Vuitton) te zijn die de aandacht van Merigeau trok. Evens fantasierijke fresco’s van de Lichtstad, flamboyant en elegant balancerend tussen abstract expressionisme en abstract impressionisme, leenden zich perfect tot Merigeau’s ideeën over chaos en schoonheid. Van het een kwam het ander.

De kijker wordt meegesleurd in de wervelende waarneming van Reine's omgeving. De nacht verkeert in constante, ontregelende staat van transformatie.

Hun artistieke samenwerking is best overweldigend, maar met reden. Evens meerlagige maalstroom van inkt, waterverf en kleurpotlood reflecteert subliem Reine’s perceptie van de wereld rondom haar. Er wordt slim afgewisseld tussen woelige tekeningen die uitpuilen van warme tinten en detail en quasi lege kaders waarin enkel de relevante elementen worden uitgelicht door middel van kleine krabbels. Soms is de drukte te veel om te vatten, soms voelt ze zich eenzaam en verloren, zoals wanneer haar zus vraagt om het avondeten te maken en Reine hulpeloos in de keuken achterblijft. Ze stoot onhandig een glas om. Het water – dat stroomt, stroomt, blíjft stromen – doet het nauwe Parijse appartement ontrafelen tot een schittering van abstracte lijntekeningen, vormen en kleuren. Bijgestaan door ontstemde instrumenten en een wanordelijke verzameling van hoge en scherpe klanken valt zo alle houvast weg. De overmaat aan indrukken bevangt de jonge vrouw. Er is slechts één oplossing: ontsnappen. Reine klimt uit het raam en vlucht weg in de donkere nacht.

Merigeau’s licht-psychedelische nocturne biedt op het eerste zicht weinig troost. Wanneer de stad verandert in een dreigende entiteit van zwarte vlakken en witte lijnen (een linosnede?) wordt helemaal duidelijk hoe hard Reine vastzit in haar eigen hoofd, en hoezeer de kijker wordt meegesleurd in de wervelende waarneming van haar omgeving. De nacht verkeert in constante, ontregelende staat van transformatie. Losgeslagen kranten die laag over de grond ritselen vormen bij momenten jolig spelende — of jagende? – straathonden, terwijl een of andere klootzak in de schaduwen, die het zo nodig vindt de verdwaalde vrouw ‘salope’ te noemen, de beangstigende gedaante van een minotaurus aanneemt. Er zijn vluchtige momenten van connectie waaraan Reine zich krampachtig tracht vast te klampen, maar ook die vervagen snel. De nood en de wil om te connecteren is er, maar toch slaagt de jonge vrouw er niet in, wat leidt tot frustratie en radeloosheid. Mensen die ooit met een depressie worstelden of hypersensitief zijn zullen zeer waarschijnlijk bepaalde aspecten van Reines rusteloosheid en vervreemding herkennen, zonder de film – of dergelijke gemoedsaandoeningen – met zo’n veronderstelling in een bepaald hokje te willen duwen. De wereld, zowel vanbinnen en vanbuiten, overdondert – en het ordenen van de chaos vergt de grootste moeite.

In haar zoektocht naar innerlijke rust wordt de jonge vrouw aangetrokken tot achtergelaten objecten en stoot ze op idem figuren die hun toevlucht zoeken tot het hinterland van de metropool. Tussen het schroot rijzen geesten op, terzelfdertijd daalt er een kalmte over Reine. Met gesloten ogen baadt ze in het maanlicht, à la een naakte Kirsten Dunst in Von Triers ‘Melancholia’, een zwaarmoedig werk dat tevens over best wat meer raakvlakken met Merigeau’s film lijkt te beschikken. Reine’s gevonden sereniteit lijkt echter van korte duur, want al snel wordt haar aandacht getrokken door iets wat op muziek lijkt. Ze belandt in een vervallen kerk, waar een knappe orgelspeelster optreedt voor een groepje jonge bohemiens. Haar spel is luid, rommelig en schel, maar dat is niet onbedoeld.

“On m’a appris que la musique ça pouvait être juste des sons — sans raison. Qu’on peut écouter simplement, comme le son de la ville.” ("Men heeft me geleerd dat louter geluid ook muziek kan zijn — zonder reden. Je kan er gewoon naar luisteren, zoals het geluid van de stad.") Via de muzikante injecteert Merigeau zo de centrale gedachte van ‘Genius Loci’, een idee dat hij leende van de grote avant-gardecomponist John Cage (de orgel is de giveaway). Door te bevestigen dat geluid muziek is, legt de vrouw de schoonheid in de kakofonie van de grootstad bloot. Merigeau paste die filosofie bovendien ook in zijn eigen film toe, en verbreedde het concept door ook het visuele mee te nemen. In de chaos van al die indrukken ligt een inherente rijkdom besloten, zo weet de regisseur. Al kan de overrompeling snel omslaan naar het andere extreem. Wanneer paniek en schaamte Reine overvallen lijkt de verlossing dan ook veraf. Getransformeerd tot een zwarte hond (een duidelijke metafoor) blaft en bijt ze wild in het rond. De scène is even angstaanjagend als hartverscheurend.

Gelukkig is de Franse regisseur een stuk minder zwartgallig dan Lars Von Trier, wiens puberale provocaties ver afstaan van dit zachte, warme werk. Al sluiten Merigeau en Evens niet zozeer af met een happy end, als wel met een aangrijpend en strijdkrachtig “C’est toi qui décide.” ("Jij beslist.") Ondertussen bevestigen ze dat we geen betekenis moeten zoeken in het mysterieuze gedicht dat de film opent. Als we goed luisteren naar de afzonderlijke woorden, de zachte geruststellende klanken, ons laten onderdompelen in de muzikaliteit ervan… Merigeau bekrachtigt met zijn prachtige film dat cinema gezien en gevoeld dient te worden, eerder dan begrepen. Het is een sentiment dat, broodnodig de dag van vandaag, luid en zuiver klinkt. Dat hij met ‘Genius Loci’ een van de ontroerendste films uit het godvergeten jaar 2020 aflevert voelt bijgevolg aan als een grote zekerheid. Moge de film nog veel gevoeld worden: in klaslokalen, in aula’s… en op het grote scherm.

4