Eb

Frederik Stuut Maria Stuut 2020 België 15 '
Onder de vuurtoren van Ameland vinden de drie tienermeisjes Indy, Emma en Myrte hun weg naar volwassenheid. De natuur is een gekende onbekende, net als Indy's oudere neef die de meisjes mee uit vissen neemt en dronken door de duinen racet.

Cast & crew

Awards & selecties

  • Kortfilmfestival Leuven 2020

Tags

04.12.2020 Jannes Callens

Drie tienermeisjes groeien op onder toeziend oog van de Amelandse vuurtoren. Het Nederlandse Waddeneiland vormt hun natuurlijke habitat; het trio keuvelt in het gezelschap van nieuwsgierige paarden, als die maar niet te dichtbij komen. Waar echter geen ontsnappen aan is, is het zoeklicht van de befaamde vuurtoren: de vijfenvijftig meter hoge piek kijkt als Big Brother niet zonder oordeel hoe deze bakvissen op de deur van adolescentie kloppen.

Indy’s verre achterneef Jornt komt op bezoek en neemt zijn achternichtje en Emma mee naar het strand. Ze spannen samen een visnet en drinken bij avondval gulzig van de fles der geneugten. In beschonken toestand beslist Jornt om achter het stuur van zijn wagen te kruipen en de plaatselijke konijntjes de volle laag te geven. Indy en Emma trachten hem tegen te houden, maar hij ziet er geen graten in. Zal het trio onder aanvoer van de oudere jongen de kinderlijke onschuld van zich afwerpen? De sfeer neemt een subtiele wending, terwijl de lamp van de vuurtoren alles in de gaten houdt.

Gaandeweg verwordt de zee een leidmotief: de zeepokken fluisteren, het badwater wordt zout, de gevangen vissen beginnen te stinken.

De natuur, in casu de zee, speelt een bijzondere rol op het Friese eiland, en daardoor ook in deze film. Gaandeweg verwordt het een leidmotief, en penetreert het zeewater zelfs de huiselijke omgeving van Indy. De zeepokken fluisteren, het badwater wordt zout, de gevangen vissen beginnen te stinken. Het personage van Jornt is een katalysator in de transitie die de tienermeisjes ondergaan. Na zijn passage is alles onherroepelijk anders.

Regisseurs Frederik en Maria Stuut wisselen een losse cameravoering met sterke statiefshots af. Zo spelen ze met het genredecorum: de documentaire begint conventioneel, maar zoekt gaandeweg terecht andere en minder rechtlijnige waarheden op. Soms lijkt de camera deel van de personages, maar dat wordt doorbroken wanneer er ostentatief gezocht wordt naar stilering. De lijn die de filmmakers hiermee bewandelen is nogal pluriform en maakt de radicale opzet nooit echt waar. Dat zorgt voor een constante emotionele afstand ten opzichte van de personages en de setting. De zeepokken hadden luider mogen fluisteren, de vissen harder stinken en het badwater nog meer kolken.

Toch kunnen we het spel dat het duo Stuut speelt met decorum, genreconventies en de audiovisuele taal appreciëren. Na Robbert Eggers’ fabuleuze ‘The Lighthouse’ en dit Friese experiment blijken vuurtorens zeer te duchten lichtgevende fallussen te zijn.

1