Camille sans contact

Paul Nouhet 2020 Frankrijk
Een jongeman wil contact maken met kassierster Camille.

Bio Regisseur

Awards & selecties

  • Cannes 2020
05.11.2020 Bo Alfaro Decreton

In de door Cannes geselecteerde ‘Camille sans contact’ doorkruisen we het bruisende Parijs op een felle zomerdag om vernesteld te raken in de verlangens van Max en Flo, twee jonge kerels. Kan je een geliefde verliezen die om te beginnen nooit de jouwe was? Paul Nouhets tweede kortfilm vormt daar een niet onproblematisch antwoord op.

Je film openen met een scène in de supermarkt betekent vandaag – herfst 2020 – iets compleet anders dan pakweg een jaar geleden. Nu het concept lockdown ons niet vreemd meer is, tekent de supermarkt zich af als één van de weinige rotsen in de branding. Het is dan ook precies daar waar Max heengaat om zijn zomercrush, de kassierster Camille, te treffen. Hij focust enkel op haar uit zijn incompetentie om met zichzelf overweg te kunnen.

Alsof de filmgeschiedenis er niet al boordevol van zou zijn, is ‘Camille sans contact’ – op de titel na – een heteroseksuele-man-georiënteerd relaas, waarin nogal neurotische, in zichzelf gekeerde karikaturale gasten meer betekenis willen geven aan een wereld die net door die oriëntatie failliet dreigt te gaan. Het labelen als een komedie zorgt niet voor vrijspraak, al helemaal niet als een oprecht humoristisch moment totaal uitblijft.

Hoe het hipsterdom de jonge cinema overweldigt: mooi maar leeg.

Je in 2020 verblijden met vrouwen die louter als stilzwijgende (ex-)muzen — projecties van de mannelijke verlangens — dienen, doet ons de visie van zowel de cineast als van het selectieteam in Cannes bevragen. De enkele keer dat die keuze voor spanning en relativering zorgt, is wanneer de twee jongemannen opgelicht worden door een kind en er daar iets van (te makkelijke) waarheid in moet schuilen.

De vintage look van Pauline Doméjeans cinematografie en het productiedesign, is een herkenbare “sign of the times”: hoe het hipsterdom de jonge cinema overweldigt. Het is mooi maar leeg, wat het gebrek aan inhoud en urgentie van het vertelde verhaal alleen maar onderstreept.

Er zit veel verdienste in het zich overleveren aan één concept – in dit geval contactloosheid – en het tot op het bot uitspitten van de verschillende interpretaties daarvan. Er schuilt ook gevaar in, als je hier de contactloosheid tot een extreem voert en niet enkel alle contact met de realiteit maar zo ook met je toeschouwers verliest. De gezapige chanson ‘Les gens qui doutent’ van Anne Sylvestre als hekkensluiter volstaat dan, sans doute, ook niet.

1