Beau Monde

Hans Vannetelbosch 2020 België 26 '
Tijdens een avond in een sterrenrestaurant lopen de spanningen hoog op en dreigen de maskers af te vallen bij het personeel en hun gasten. Een verhaal over twee sociale klassen met hun eigen geheimen en façades.

Awards & selecties

  • Publieksprijs Kortfilmfestival Leuven 2020

Tags

02.12.2020 Jan Sulmont

Een nieuwe film van Hans Vannetelbosch, met een cast vol klasbakken en als arena een sterrenrestaurant. Dat wekt de appetijt. Al blijken horecafilms altijd weer makkelijker bedacht dan uitgevoerd – denk aan het bijzonder publieksvriendelijke 'Brasserie Romantiek' of Dominique Deruderres grand guignol versie 'De Bloedbruiloft'.

Vannetelbosch kiest hier resoluut voor een meer mainstream aanpak dan bij zijn vorige werk. Bij gekibbel over de bakwijze van een biefstuk valt meermaals de naam van televisiekok Jeroen Meus, bij het gebekvecht over grotere levensvragen neigen de dialogen bij momenten meer naar die uit een televisiesoap. Toch zijn spel en beeld bij deze 'Beau Monde' van een ander allooi. Als in, alla, de allerbeste Vlaamse tv-series. Licht en camerawerk zijn om duimen en vingers van af te likken.

Hans Vannetelbosch toont zich eens te meer een uitmuntend acteursregisseur.

Het voor een kortfilm erg hoge aantal personages-met-backstory wordt ingevuld door een cast van topniveau. Het is genieten van Cafmeyer en Vermeir (het dronken kibbelende koppel), van Koen De Graeve (de kwaaiige, stiekem snuivende kok) en van Pinoy, Brendes en Pillet die één voor één een geloofwaardig personage neerzetten met nauwelijks enkele minuten schermtijd. Hans Vannetelbosch toont zich eens te meer een uitmuntend acteursregisseur.

Jammer wel dat Arber Aliaj, die sterk speelde in Brussels grootstadsdrama 'Meli Melo' van Julian Wolf, hier niet meer van zijn acteerkunnen kan laten zien. Want Aliaj maakt deel uit van het keukenpersoneel: de personages in de onderbuik van het restaurant worden helaas het minst uitgewerkt. De klanten uit de hogere klasse krijgen meer ruimte om uit te blinken. Toch blijven we nog ver weg van een zwart komische ontmaskering van de discrete charme van de bourgeoisie, op zijn Buñuels, of van een zedenkomedie genre de vileine drama’s van Claude Chabrol. Dit schitterend geserveerde maar een tikje flets smakende borrelhapje kan wel eens de voorbode blijken voor een langere versie qui vaut le détour.

2