Festival

Clermont-Ferrand International Short Film Festival

01/02/2019 tot 09/02/2019
Van de 221 Belgische kortfilms die werden ingestuurd, dingen er drie mee naar een prijs binnen de hoofdcompetities van het grootste kortfilmfestival van de wereld.
21.01.2019 Niels Putman

Ieder jaar trekken zo’n 3500 filmprofessionals naar het Franse Clermont-Ferrand voor het grootste kortfilmfestival van de wereld. Dit jaar al voor de 41e keer, begin februari – mét enkele Belgische filmmakers in competitie.

Eén van de zaken die het festival Clermont-Ferrand zo uniek maakt, is dat het festival, hoewel het zo’n belangrijke status bekleed binnen het kortfilmcircuit, géén premièrestatus vraagt voor je film – in tegenstelling tot andere grote festivals zoals Cannes, Venetië of Berlijn. Dat maakt dat het festival vaak een erg uitgebreide best-of kan presenteren.

Volgens de statistieken werden maar liefst 221 Belgische kortfilms ingestuurd – drie ervan werden geselecteerd voor één van de hoofdcompetities. Het gaat meer bepaald om 111 fictiefilms, 19 experimentele films, 50 documentairefilms en 41 animatiefilms. Daarmee staan we, kwantitatief, op de tiende plaats en laten we enkel nog Frankrijk (2033), Verenigde Staten (945), Verenigde Koninkrijk (618), Duitsland (441), Spanje (389), Zuid-Korea (327), Brazilië (263), Italië (302) en Canada (226) vooraf gaan. Om de schaal van het festival nog maar eens te staven: in totaal werden dit jaar 9328 kortfilms ingestuurd vanover de hele wereld.

 


'Our song to war' (Juanita Onzaga)

 

Labo

Binnen de Labo Competitie – voor meer experimentele films – houden Juanita Onzaga en Bruno Tondeur onze Belgische eer hoog. Onzaga’s ‘Our Song to War’ ging vorig jaar in première in Cannes en reisde nog voorbij Film Fest Gent en het Kortfilmfestival Leuven waar het de prijs voor Beste Documentaire won.

De nieuwe film van ‘Deep Space’-regisseur Tondeur bevestigt ons wat we van Tondeur al kenden: prachtige, gedurfde animatie die vertelt over een bepaalde psychische toestand van de protagonist. In ‘Sous le cartilage des côtes’ is dat een jongeman die een panische angst voor de dood heeft – verteld met veel schwung en flashy kleuren.

 

Internationale Competitie

Binnen de Internationale competitie is het afwachten wat de korte documentaire ‘D’un château l’autre’ van de Waalse regisseur Emmanuel Marre zal doen. Marre won voor z’n film al de Pardino d’Or voor Beste Kortfilm op het prestigieuze kortfilmfestival van Locarno in Zwitserland. In de documentaire volgt hij Pierre, een universiteitsstudent die inwoont bij de 75-jarige rolstoelpatiënte Francine. Samen kijken ze naar het presidentiële Franse politieke circus ten tijdens de lente van 2017.

 


'Our song to war' (Juanita Onzaga)

 

Animaties voor kinderen

De korte animatiefilm ‘Nuit Chérie’ van Lia Bertels (‘Youssouf le Souffleur’) wordt vertoond binnen de schoolvoorstellingen. Daarin kan een beer de winterslaap niet vatten, waarop een witte aap hem uitnodigt om honing te komen eten bij zijn tante thuis om z’n zinnen te verzetten. Ook ‘Génération Playmobils’ van de Belgische regisseur Thomas Leclercq en de Belgisch-Franse coproductie ‘Aglaé la pipelette’ van Pascale Hecquet worden binnen hetzelfde luik vertoond.

 


'Nuit Chérie' (Lia Bertels)

 

Nog meer Belgische films…

Binnen de retrospectieve themaprogramma’s worden ‘Elena’ van Marie Le Floch & Gabriel Pinto Monteiro en Pablo Munoz Gomez’ ‘Welkom’ vertoond.

Daarnaast staan ook de Frans-Belgische coproducties ‘Le Chat qui pleure’, ‘Comment Fernando Pessoa sauva le Portugal’, ‘Air Comprimé’ op het programma binnen de Nationale Competitie.

En binnen de schoolvoorstellingen heel wat verschillende Frans-Belgische coproducties: ‘Bamboule’ (Emilie Pigeard), ‘Dorothy la vagabonde’ (Emmanuelle Gorgiard), ‘Grand loup & petit loup’ (Rémi Durin) en ‘Où vas-tu Basile?’ van Jérémie Mazurek.

Het festival loopt van 1 tot 9 februari.

Coverfoto © 'Sous le cartilage des côtes' (Bruno Tondeur)