Interview

"Voor elk verhaal wil ik het beste platform vinden."

Choreograaf en auteur Ish Ait Hamou over zijn debuut als (kort)filmregisseur.

Tags

30.11.2018 Jana Dejonghe

Ish Ait Hamou is een artistieke duizendpoot is, dat weten we al langer. De choreograaf, auteur, performer mag zichzelf nu ook regisseur noemen. Zijn eerste kortfilm opende het Internationaal Kortfilmfestival Leuven en zal op Nieuwjaarsdag ook te zien zijn op Eén – als allereerste kortfilm ooit op de zender.

Klem’ is een adaptatie van Ait Hamous novelle ‘Als je iemand verliest die je niet verliezen kan’ uit 2016, met in de hoofdrollen Veerle Dobbelaere en Nasrdin Dchar.

We hebben gemerkt dat je heel wat mensen bereikt met wat je doet, je dans, je boeken, je voorstelling.
Ait Hamou: Ja, maar ze moeten het dan ook nog goed vinden hé. (lacht) Ik vind er veel plezier in om mensen te bereiken met verhalen en met hen in interactie te gaan. Dat is misschien wel de droom van wie verhalen vertelt: een publiek dat naar je luistert of dat je leest.

Vanwaar ditmaal de keuze voor een kortfilm?
Ait Hamou: Weten waar je naartoe moet gaan met je verhaal is altijd het moeilijke. Sommige verhalen uiten zich het beste in een theatervoorstelling, andere hebben de vele pagina’s van een boek nodig. Tijdens het eerste gesprek met Potemkino, het productiehuis van de film, bespraken we het verhaal uit de novelle en zochten we naar de juiste vorm om het te vertellen. We kwamen tot de conclusie dat het format van de kortfilm een goede match vormde. Toen heb ik een scenario uitgeschreven dat daarbij paste. Voor dit verhaal voelde ik dat een twintigtal minuten een goede compacte, intense ruimte zouden creëren om het verhaal in te vertellen.

De sterkte van de kortfilm.
Ait Hamou: Inderdaad. De korte duur is meestal de kracht die in een kortfilm zit, alsof de maker zo een extra punch kan geven. Binnenin die tijdsspanne krijg je iets zeer duidelijks mee, zoals een espressoshot.

Volg je de kortfilmwereld een beetje?
Ait Hamou: Een beetje. Ik ga niet zeggen dat ik er heel erg verdiept in ben, maar ik ben een grote consument van verhalen en ik spreid mijn tijd en energie over verschillende platformen. Kortfilms horen daar bij. Uit ontmoetingen komen meestal de beste verhalen, eventueel met een koffietje erbij.

 


Nasrdin Dchar in 'Klem'

 

Je hebt de film vooral geschreven in functie van het genre. Moest je daarvoor op een andere manier schrijven?
Ait Hamou: Het vroeg hier en daar om aanpassingen. Het scenario is beknopter, meer to the point en gemaakt met het achterliggende idee dat het een leidraad is voor de hele ploeg. Iedereen moet daar zijn informatie uit kunnen distilleren om zich voor te bereiden. Je schrijft dus minder voor jezelf, dat is anders. Een boek start in eerste instantie helemaal uit jezelf en pas in een tweede, derde draft zorg je dat je het ook afstemt op de lezers. ‘Klem’ is een adaptatie van een boek, dus het verhaal zat al in mij. Nu moest ik veel meer nadenken over de visie die ik in het scenario wilde leggen, zodat iedereen op dezelfde golflengte zou zitten.

Heb je nieuwe dingen geleerd tijdens de productie?
Ait Hamou: Je leert heel veel, zeker op technisch vlak, zoals de taken van de cameraman. We werkten met een greenscreen, dus op voorhand waren er ook heel wat gesprekken met de postproductiemensen van ACE. Alles los daarvan ligt een beetje in het verlengde van wat ik doe: een ploeg samenstellen, je visie uitleggen, zeggen wat je wel of niet wilt, keuzes maken. Iemand komt met drie voorstellen voor kleurpatronen, je kiest er één met rood in, maar dan zijn er verschillende soorten rood,… In het kort: de juiste keuzes maken, want alles moet samen passen. Dat is iets wat je wel terugvindt in alles wat ik doe.

Hoe ben je de acteurs op het spoor gekomen?
Ait Hamou: Ik zag hen allebei aan het werk toen ik aan mijn novelle werkte, nog voor er sprake was van een kortfilm. Met Veerle werkte ik op een project als artistiek directeur voor VTM, en Nasrdin speelde in een theatervoorstelling waarnaar ik ging kijken. Ze pasten bij de personages die ik aan het uitwerken was, dus toen heb ik een hele tijd geschreven met hen in het achterhoofd. Ik vroeg hen dus ook of ze zouden willen meedoen als het ooit tot een verfilming zou komen. Ze zeiden ja, misschien wel denkende dat het toch niet zou gebeuren. (lacht) Op een dag heb ik hen toch gebeld! Ze hadden er veel zin in, en ik was blij dat we elkaar al kenden. We wisten waar we voor stonden en konden samen door het creatieve proces gaan met wederzijds respect en appreciatie. Het is eigenlijk begonnen met een vriendschap waaruit een professionele relatie gekomen is. Da’s heel leuk.

Het leven is een teamsport.

Dat merk ik wel als rode draad door je werk: mensen samenbrengen.
Ait Hamou: Dat is voor mij de key. Het leven is een teamsport. Wat je doet, doe je nooit op je eentje – rechtstreeks of onrechtstreeks. Als mensen je inspireren, is dat ook een vorm van samenwerking. Ik denk niet dat ik iets kan maken zonder mensen met passie, en dat is het allerbelangrijkste. Die passie zorgt ervoor dat je gratis die overuren doet. (lacht) En dat je je voorbereidt, er zin in hebt, altijd blijft verderdenken en niet staat te wachten in een hoekje op instructies. Dat maakt mij gelukkig. Zo probeer ik al mijn werkomstandigheden op te bouwen in een structuur van mensen die elkaar voeden.

Bij wie kan je altijd terecht?
Ait Hamou: Mijn oudere broer. Ik heb twee oudere broers, waarvan er één zelf in de cinemawereld zit. Hij is begonnen als acteur en werkt ook als scenarist en regisseur. Al mijn verhalen passeren bij hem. Hij kan heel goed bepaalde zaken belichten zonder dat hij zelf in het licht gaat staan. Dat is moeilijk: dingen aankaarten zonder teveel aan iemands visie te trekken. Hij kan feedback geven op een manier waarbij je nog altijd binnen je concept of idee blijft, maar dat je gewoon nieuwe dingen te zien krijgt die je nog niet had zien liggen. Dus ook bij het schrijven van de novelle en het scenario heb ik hem om tips gevraagd. Aangezien hij mijn broer is, was dat meteen ook gratis. (lacht)

Hoe voelt het nu om met je eerste kortfilm meteen op een festival te mogen staan?
Ait Hamou: Heel fijn. Enfin, ik heb het nog nooit meegemaakt dus ik kan het eigenlijk nog niet weten. Maar ik kijk er erg naar uit om samen met ploeg, vrienden, familie én mensen die ik niet ken samen in een zaal de kortfilm te bekijken. Ik heb hem ondertussen al honderdduizenden keren gezien, maar wel altijd op mijn eentje of met slechts één andere persoon. Ik weet niet wat ik moet verwachten, maar tegelijkertijd wil ik ook niet teveel verwachtingen hebben en gewoon genieten. Het is een mooi moment op zich, ongeacht van wat de kortfilm wel of niet zal doen, naar waar hij wel of niet zal reizen. Wij hebben een kortfilm gemaakt en ik ben er trots op.

 


Veerle Dobbelaere in 'Klem'

 

Eén aspect van het verhaal laat je opvallend in het donker.
Ait Hamou: Dat was een bewuste keuze, de novelle bespreekt het namelijk wel. Het was een deel van de zoektocht naar de essentie van het verhaal, en daarrond de nodige context te plaatsen die écht noodzakelijk was om het verhaal te vertellen. Sommige zaken zijn niet helemaal nodig om de film te begrijpen of erdoor geraakt te worden. Te grote open vragen wilde ik niet, maar enkele zaken uit de novelle heb ik bewust achterwege gelaten om gefocust te blijven op de kern van het verhaal. Keuzes maken, daar zijn we weer.

Zou je in de toekomst graag nog films maken?
Ait Hamou: Uiteraard. Het is te fijn en te interessant geweest om het niet opnieuw te doen, of om een langspeelfilm te proberen. Los van het feit of het nu films zijn of boeken, zijn er sowieso nog heel veel verhalen die ik wil vertellen. Voor elk van die verhalen wil ik het beste platform kiezen om ze tot hun recht te laten komen, en voor sommige zal dat film zijn.

Je film zal ook op Eén worden uitgezonden, op Nieuwjaarsdag.
Ait Hamou: Inderdaad, het jaar kan niet beter beginnen. Hopelijk is dat een goed teken!

Coverfoto © Sofie Gheysens