Interview

Verhalen zoeken op grote hoogten.

Karen Vázquez Guadarrama over het creatieproces van haar langspeeldebuut 'When the Bull Cried'.

Lees meer over

16.04.2019 Mats Pylyser

Enkele jaren geleden trok Karen Vázquez Guadarrama samen met Bart Goossens naar een Boliviaans mijndorp, zo’n 5000 meter boven de zeespiegel om er de korte documentaire 'Flor de Mil Colores' te draaien. Hiermee won ze in 2015 de Wildcard van het Vlaams Audiovisueel Fonds en schopte het zelfs tot op het Sundance festival. Nadien keerde ze terug naar Bolivia om verder te filmen en de langspeelfilm 'When the Bull Cried' te maken. Wij spraken met Karen over hoe zij ter plaatste, in een proces van maanden, haar film opbouwde uit de verhalen van de mensen die ze daar ontmoette.

Hoe kies jij de onderwerpen voor je films?
Guadarrama: Voor 'When the Bull Cried' wou ik iets in Bolivia doen. Het visuele aspect is voor mij altijd heel belangrijk. Ik vertrek vanuit de locatie, om die ook als personage in de film aanwezig te laten zijn. Ik kies dus eerst een locatie met thema’s, mensen en onderwerpen die me interesseren. Plaatsen waar de ruigheid van het leven botst met schoonheid. En daar ga ik dan op zoek naar personages.

Hoe pak je die zoektocht naar een locatie dan aan? Ik kan me niet inbeelden dat je per toeval in de Boliviaanse bergen terecht komt.
Guadarrama: Nee, inderdaad. Eerst heb ik wat online gezocht als ik thuis was, in België, maar ook niet zoveel. Je kan wel wat zien wat voor locatie het is, maar je moet gewoon daar zijn. We hebben dan besloten om gewoon naar daar te vertrekken, zonder research eigenlijk. Daar hebben we dan drie maanden actief research gedaan. Ik ben bijna naar alle mijnen geweest die er zijn in Bolivia, en dan gekozen voor degene die me het meest aansprak.

 


'When The Bull Cried'

 

Heb je die keuze dan gemaakt ook op basis van de mensen die je daar ontmoet hebt?
Guadarrama: Normaal wel, maar bij 'When the Bull Cried' was dat eigenlijk niet het geval. Die mijn hebben we echt gekozen voor de locatie op zich. We hadden toen al personages in andere mijnen. We wilden in het begin een verhaal vertellen over een kind dat in de mijn werkt, om te kunnen spelen met de fantasiewereld van de kinderen. Maar ik was toevallig in gesprek met een vrouw en zij sprak met zoveel schoonheid en passie over Mina Argentina, dat ik dacht: ik moet daar gewoon gaan kijken. Het is niet normaal dat een Boliviaan met zoveel passie spreekt over een bepaalde plaats – Bolivia is overal prachtig – maar zij bleef maar zeggen hoe magisch het daar was.

We zijn dan naar daar gegaan en het was effectief indrukwekkend schoon. Vooral ook voor de dualiteit die we in de film wilden: de hel en de hemel. Je zit daar op vijfduizend meter hoogte, boven de wolken – letterlijk in de hemel. Maar daar kenden we natuurlijk nog geen mensen. We hadden niks. Dan zijn we op zoek gegaan naar verhalen door letterlijk bij de mensen thuis te gaan aankloppen: “Wij willen een film maken en willen je verhaal horen. Wil jij dat alsjeblieft vertellen?” Het was heel mooi om te zien hoe al die mensen hun deur hebben opengedaan, ons hebben binnengelaten. Er was niemand - geen man, vrouw of kind - die niet is beginnen huilen. Dan voelde je echt dat dit dorp de nood had om haar verhaal naar buiten te brengen. De mensen hadden echt veel pijn en veel nood om gehoord te worden. Toen beslisten we: wij blijven hier.

Daar zijn gelukkig geen kinderen die in de mijnen werken, dus we hebben dat idee losgelaten. Dat vind ik ook het mooie van documentaire: je kan een idee hebben en zelfs een scenario hebben, maar je moet mee evolueren. Er zijn natuurlijk ook makers die veel meer conceptueel werken en zich sterk vasthouden aan een script, maar ik werk niet op die manier. Je gaat mee met de stroom van de rivier en je pakt het water, maar je kan het niet te lang vasthouden want dan gaat het rotten. Je moet het laten gaan en meegaan met de stroom.

"Er was niemand - geen man, vrouw of kind - die niet is beginnen huilen."

Eens je alle opnames gedaan hebt, hoe ga je dan te werk? Maak je dan een scenario op basis van het materiaal dat je hebt verzameld?
Guadarrama: We hebben vooral ons scenario daar geschreven, op basis van de verhalen van de personages, de situaties die we ontdekten en wat we wilden vertellen. We draaiden, gingen naar onze kamer, bekeken ons materiaal en schreven alles uit: wat hebben we, wat missen we? Het scenario is echt heel organisch ontstaan en daar houd ik van: een organisch proces waarbij je het verhaal eigenlijk samen met hen aan het creëren bent.

Dan bepaal je op dat moment ook al de structuur van je film. Of is dat toch nog veel in montage gebeurd?
Guadarrama: Nee, we hadden al echt een duidelijke structuur. Je verschuift uiteraard wel dingen in de montage, maar de verhaallijnen en de evolutie van onze personages waren al gestructureerd. Eigenlijk waren we daar al bijna onze scènes aan het monteren. Zelfs op audiovisueel vlak, wanneer iemand belt bijvoorbeeld, of wanneer de dynamiet ontploft – al die dingen staan in het scenario. Tom Denoyette, onze monteur, zei tegen ons dat hij nog nooit met regisseurs gewerkt had die zo goed voorbereid waren. Er is wel nog wat veranderd in de montage hoor, de insteek van Tom was daarin ook erg belangrijk, maar de grote lijnen en de opbouw zijn allemaal wel zo gebleven.

 


Posterbeeld 'When The Bull Cried'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De verschillende personages die je kiest maken ook allemaal een bepaalde spanningsboog of evolutie mee. In hoeverre kan je zoiets plannen of sturen?
Guadarrama: Je kan de evolutie van je personages moeilijk plannen, maar door de manier waarop we dit gedraaid hebben - omdat we het scenario echt ter plaatste aan het schrijven waren - was het wel gemakkelijk om te richten. Je hoort wat er gaat gebeuren. Bijvoorbeeld de oude vrouw die zegt dat ze moet stoppen omdat ze heel ziek is en gaat sterven, zoiets geeft een bepaalde richting mee. You go with the flow, met jouw personages. Je probeert structuur te brengen in de realiteit.

Waarom heb je die mensen specifiek uitgekozen als personages?
Guadarrama: De personages maken een film. Ook in fictie, maar zeker in documentaire is het heel belangrijk dat je goeie personages hebt. Het heeft ons maanden gekost om de juiste personages te vinden. We hebben veel gedraaid met mensen die uiteindelijk geen personages zijn geworden, omdat wij de connectie nadien niet meer voelden of dat de interactie op film wat wrong. Het is een lang proces van maanden geweest om de juiste personages te vinden, om de juiste verhalen te vinden, om de band te hebben die we wilden.

Wou je door de verschillende leeftijden van de personages ook op een bepaalde manier het dorp representeren?
Guadarrama: We wilden vooral de outsiders representeren, naast de mannen die in het mijnkamp werken. We hadden ook mijnwerkers gefilmd en hadden aanvankelijk ook de mannenkant in het verhaal. Dat was misschien wel de grootste beslissing in de postproductie om de mannen uit het verhaal te laten – en met mannen bedoel ik de mijnwerkers dan – omdat dat niet de juiste toon had die we wilden van de outsiders in onze vertelling. We wilden focussen op hoe zij, als buitenstaanders, dat mijnkamp ervoeren.

Coverfoto © 'When the Bull Cried' (Karen Vázquez Guadarrama, Bart Goossens)