Interview

TV-regisseur Mathieu Mortelmans werkt aan een langspeelfilm.

Interview - Mathieu Mortelmans ('Complices', 'Les Naufragés')

Na kortfilms vol duistere thema's verwerkt Mortelmans ze in zijn langspeeldebuut.
02.07.2018 Ellen Van Hoegaerden

Het repertoire van Mathieu Mortelmans kent een duidelijke tendens. Zijn kortfilms 'Chambre Double' (2013) en 'Complices' (2016) behandelen duistere thema’s en ook andere regieprojecten zoals 'Vermist' (VIER), 'De Kroongetuigen' (VTM) en 'Gent-West' (VIER) kennen weinig rozengeur en maneschijn. Crimi is wat de klok slaat, wat in zijn eerste langspeelfilm 'Bastaard' niet anders zal zijn. Wij wilden het met de regisseur-scenarioschrijver eens hebben over zijn fascinatie voor de duale psychologische trekjes in de mens.

Mathieu Mortelmans: Ik voel me thuis in het crimi-genre. Er zijn bepaalde thema’s die steeds terugkomen in mijn werk. Wat is schuld? Hoe is iemand in staat om een crimineel feit te plegen? Ik ben ervan overtuigd dat ieder van ons daartoe in staat kan zijn, maar dat is eigenlijk niet erg. (lacht) Het is menselijk om fouten te begaan en die thematiek interesseert me. Mijn kortfilm ‘Complices’ bijvoorbeeld gaat over een dodelijk vluchtmisdrijf. Zoveel mensen stappen iedere ochtend in hun auto en hebben bij wijze van spreken een moordwapen in handen. Tijdens het researchen voor die film heb ik met doodrijders gepraat en enkele van hen zitten in zelfhulpgroepen. Het wegrijden bij een aanrijding is nochtans een heel natuurlijke, menselijke reflex, maar je bent plots wel een moordenaar. Ik vind het interessant om zoiets in een film te steken, omdat de kijkervaring ervan een soort van ongemak teweegbrengt.

Omdat je je als kijker afvraagt: wat zou ik in die situatie doen?
Mortelmans: Klopt, want je spiegelt je aan die fictieve persoon. Wanneer dat personage dan toch verwerpelijke dingen begint te doen, vraag je je af hoever jij zou gaan. Ik vind dat een heel filmisch gegeven. Bij film kun je dingen naast elkaar zetten in montage en de kijker op de proef stellen. Een roman of een toneelstuk - ik zeg maar wat - laat je toe in het hoofd van iemand te kruipen. Dat is anders.

Gekke vraag misschien, maar: wat voor crimineel feit zie jij jezelf plegen?
Mortelmans: Ik denk dat je moeilijk kunt controleren of plannen wat voor crimineel feit je zou plegen. Ik weet het niet. (denkt na) Misschien heb ik al wel een crimineel feit gepleegd… (lacht) Maar dat is het net. Ik heb daar geen goesting in. Je zou het moeten toelaten, snap je? Wie weet pleeg ik morgen een moord, of steel ik miljoenen van iemand of verkracht ik een vrouw. Je weet het niet, en dat is het juist: tolereren dat het iedereen in bepaalde omstandigheden kan overkomen. Maar dat er in jou een potentiële crimineel schuilt, is een heel moeilijke gedachte voor mensen.

Er loopt een schijnbaar duidelijke rode draad doorheen je werk. Zware thema’s die de donkere kant van de mens belichten, schuld en boete,… Is dat ‘classic’ Mortelmans? Of bestaat er niet echt een Mortelmans-stempel - zoals je in een eerder interview al ontkende?  
Mortelmans: Je bent altijd beïnvloed door bepaalde dingen, bewust of onbewust. Na enige tijd besef je dat je rond eenzelfde thema of vraag blijft werken. Uiteindelijk ben je gewoon een synthese van alle dingen die je graag ziet, want je functioneert binnen een bepaald kader en de referenties die je hebt. Maar een stempel? Nee. Je hoopt altijd dat je iets uniek maakt.

Hoe werk jij dan als regisseur? Is er iets waarvan jij of je crew zegt: dat is nu eens echt een Mathieu-trekje?
Mortelmans: Ik gebruik weinig verschillende camerastandpunten, maar ik draai wel héél veel takes. Ik experimenteer graag op de set, ook al daar soms weinig tijd voor. Koen (De Bouw, die meespeelt in Mortelmans’ langspeelfilm ‘Bastaard’ - nvdr) vond mijn manier van werken in het begin bizar, al is hij het snel gewoon geworden. Ik denk dat acteurs het inderdaad niet gewend zijn om zoveel takes te draaien. Maar ik ben ook geen David Fincher, hé. Ik draai geen honderd of honderdtwintig takes. Daar is in Vlaanderen absoluut geen plek voor. Efficiëntie is een belangrijk gegeven geworden tijdens het maakproces. In het algemeen worden er op de meeste sets klassieke découpage-keuzes gemaakt – ruime shots, shot-tegenshot, etc. – zodat er toch een bepaalde systematiek in wordt gezwierd. Die systematiek probeer ik eruit te halen.

Ben je een perfectionist?
Mortelmans: Zeker. Ik heb een soort ziekelijk perfectionisme. Soms kan ik een take stopzetten omdat ik rechtsboven iets miniems zie waar niemand anders ooit op zou letten. Ik doe ook enorm veel zelf; ik maak bijvoorbeeld zelf vaak rekwisieten of ik wil er op zo’n minst toch bij betrokken zijn. Ik vind het maakproces van een film echt de max. Ik hou van films waarbij je voelt dat er met passie aan gewerkt is, waar alles haarfijn uitgezocht is. In dat opzicht is Kubrick de beste regisseur van de wereld. Maar dat perfectionisme kan best vermoeiend zijn, ook voor mezelf. Je hebt de indruk dat het nooit af is. Het duurt dan ook een zekere tijd om iemand volledig te vertrouwen en de dingen los te laten.

Je moet toch ergens je voldoening uithalen, anders blijf je toch niet gaan?
Mortelmans: Je kunt voldoening halen uit een publiek: mensen die naar je toekomen en zeggen dat ze het goed vonden. Het belangrijkste is dat de kijker vanaf het begin tot het einde in de film zit. Ikzelf blijf altijd iets zien dat nog anders kan – dat is volgens mij een typisch trekje voor regisseurs. Michaël Roskam zei dat ook over zijn film ‘Le Fidèle’, die zo moeilijk was om te maken voor hem. Hij zei, naar een quote: “You never finish a movie, you only abandon them.” (George Lucas zei: A movie is never finished, only abandoned - nvdr). Een film is nooit af, je moet op een bepaald moment gewoon opgeven en de film loslaten. Niet op een negatieve manier, maar gewoon het idee omarmen dat dit het beste is dat je eruit kunt halen.

Ook dat is niet erg: als je morgen een perfecte film maakt, dan is de uitdaging weg. Niet dat het dan per se gedaan is, kijk maar naar Friedkin of Coppola. Zij hebben meesterwerken gemaakt, zijn daarna toch films blijven maken en hebben ook aanvaard dat niets dat nog kon evenaren. Films maken is eigenlijk geen aangenaam traject; je moet die chaos toelaten. En de meeste regisseurs zijn dan perfectionisten die je in totale chaos duwt. Heel bizar.

Wat doe je jezelf eigenlijk aan?
Mortelmans: Anderzijds is het heel fijn. Met ervaring leer je die chaos wel te aanvaarden. In het begin denk je dat het allemaal perfect zal zijn, tot je beseft dat het niet zo is. Scorsese zei ook dat het een slecht teken is als je niet fysiek ziek wordt van de eerste versie van je film in montage. Dat is écht zo! Het is een acceptatieproces. Daarna is het een kwestie van blijven gaan. Iedereen denkt altijd dat talent hét ding is dat je nodig hebt om een film te maken, maar doorzettingsvermogen is veel belangrijker.

Wat wil jij vertellen met ‘Bastaard’, je eerste langspeelfilm die er binnenkort aankomt?
Mortelmans: De film gaat over de tussenkomst van een onbekende jongen die het rouwproces van een gezin tot het uiterste pusht. Het draait voornamelijk rond de driehoekverhouding tussen een moeder, een zoon en een nieuwkomer. En dat gaat heel ver… tot een crimineel feit. (lacht) Wel weer een stevig thema. Het wordt hopelijk een sfeervolle psychologische thriller.

 


Mathieu Mortelmans op de set van zijn eerste langspeelfilm 'Bastaard', naast acteur Spencer Bogaert © Guillaume Van Laethem

 

Een volledig Nederlandstalige film ook. Was dat een bewuste keuze? Want je kortfilms zijn vaak tweetalig?
Mortelmans: Voor mij maakt dat eigenlijk niet uit. Ik lig er niet van wakker of een film nu in het Frans of in het Nederlands is. Het lijkt inderdaad veel te worden aangehaald omdat het precies een soort van unicum is, terwijl dat helemaal niet zo is. Er is ook een groot verschil tussen Franstalige en Vlaamse cinema in België. Als we de beste kanten van die twee verschillende industrieën kunnen samenvoegen, waarom niet? Het is een verrijking. Je hebt bij wijze van spreken een extra wereld ter beschikking, omdat je die taal en dus die cultuur meer kunt begrijpen en omarmen. Dat betekent nog meer bronnen, boeken, ideeën. Hier in België kun je eigenlijk perfect bipolair zijn op dat gebied. (lacht)

Van bipolair gesproken: je muzikale alter-ego Gunther Vismäth is iets lichter dan de films die je maakt.
Mortelmans: Ik vind het plezant om te doen. Hier en daar doe ik het wel op huwelijksfeesten of voor vrienden, maar het is niet gemakkelijk om de nodige tijd en ruimte te maken in de agenda. Het is en blijft een zijproject; ik heb geen ambitie om daar meer van te maken dan het is. (lacht) Al zal ik er wel sowieso mee blijven doorgaan. Ik hoop dat ik snel terug in mijn pak kan kruipen.

En de ambitie voor ‘Bastaard’?
Mortelmans: De bedoeling is om naar festivals te trekken met de film en ik hoop dat het zoveel mogelijk mensen bereikt. Met ‘Complices’ ging dat verdacht vlot, toch niet vanzelfsprekend voor een kortfilm van 32 minuten. Maar het is mooi om te denken dat er overal mensen ter wereld kunnen zijn die, ook al is het maar voor eventjes, terugdenken aan je film. Dat is het mooiste dat je je kunt wensen.

Je blijft erg kalm onder het feit dat je binnenkort een eerste langspeelfilm af hebt?
Mortelmans: Ik ben altijd bezig met het volgende en ik probeer een soort van gezonde relatie te hebben met een project. Nu zit ik nog in het maakproces, dat is anders. Mijn eerste langspeelfilm zal pas gemaakt zijn als hij effectief uitkomt. Uiteindelijk kan iedereen bezig zijn aan een film, zelfs als je een halve pagina scenario hebt geschreven. Je zit in een wereldje waarin er veel wordt gepraat en weinig wordt gedaan. Uiteindelijk moet je er staan én het moet goed zijn. Het is een permanente denkwereld; voor mezelf ben ik er dus nog niet.

Ik moet misschien wel eens wat meer leren genieten van de dingen die er zijn, in plaats van bezig te zijn met wat beter kan. Niet gemakkelijk.

Coverphoto © Mathieu Mortelmans