Interview

"Ik wil film gebruiken als een zelfhelend iets."

De tweede kortfilm van de Belgisch-Syrische Rand Abou Fakher werd geselecteerd voor de officiële kortfilmcompetitie van de 70e Berlinale.

Lees meer over

25.02.2020 Matthias De Bondt

De Belgisch-Syrische filmmaakster Rand Abou Fakher maakt kans op een Gouden Beer. Haar tweede kortfilm, ‘So we live’, werd geselecteerd voor het 70e filmfestival van Berlijn — doorgaans een ideale plek om je kortfilm te lanceren op het internationale circuit. Wij strikten haar voor een gesprek.

‘So we live’ biedt een blik in het alledaagse leven van een gezin in een noodsituatie. Terwijl het leven binnenshuis z’n gangetje gaat, vallen buiten de bommen neer. Maar ook binnen de vier muren zijn de conflicten niet weg te denken. Fakhers film vormt een ingenieuze reflectie op thema’s zoals tijd, familie, schuld en trauma — bovendien opgenomen in één shot.

Gefeliciteerd met je selectie op de Berlinale! Dat moet een geweldig gevoel zijn.
Fakher: Ik was erg blij toen ik het nieuws vernam. Je wilt natuurlijk dat mensen je film zien, dus zo’n erkenning van een groot festival doet veel. Het medium film, en de industrie er rond, is erg moeilijk. Je maakt je altijd zorgen om de toekomst: wat ga ik nu doen? Een dergelijke appreciatie opent uiteraard nieuwe mogelijkheden.

Hoe is ‘So we live’ tot stand gekomen?
Fakher: Ik begon te reflecteren vanuit een erg persoonlijke vraag over de notie van “tijd”, en hoe we dit abstracte concept om ons heen gebruiken. Waarom nemen we het als vanzelfsprekend aan? Wat als we iedere dag leven met de waardering van elk moment? Tijdens de preproductie leerde ik een Syrische familie kennen die als goed voorbeeld kon fungeren om te laten zien hoe deze notie van “tijd” om hen heen evolueert. Deze mensen leven met elkaar, met een onuitgesproken trauma dat tussen hen ingroeit als een kanker, waardoor onderlinge communicatie volledig wegvalt. De film kan worden gezien als een reflectie op al deze onderwerpen.

 


'So we live'

 

Familie speelt een belangrijke rol in je films. Waarom is dat?
Fakher: Ik denk dat dit thema altijd bij me zal blijven. (lacht) Familie is de eerste structuur van waaruit we leren. Het is dus uiterst belangrijk voor ons als individu, en de samenleving. Binnen een familiale context kunnen primaire ideeën rond veiligheid, vertrouwen en liefde ontstaan. Daardoor kunnen relaties binnen een familie je maken of breken, en leer je ook via die bril naar de wereld te kijken.

Hoe zag jouw gezin eruit?
Fakher: Ik ben opgegroeid in een Arabische familie waar de idee van "familie" nog steeds al zeer vanzelfsprekend wordt beschouwd. Op een gegeven moment moest ik mezelf alleen gaan opvoeden. Pas dan besef je wat het betekent om zonder zo’n structuur te leven. Er waren zoveel vragen die ik had, en nog steeds heb, over familie. Film is voor mij een manier om deze vragen uit mijn hoofd te krijgen.

Is ‘So we live’ vergelijkbaar met je eerste kortfilm, ‘Braided love’?
Fakher: In ‘Braided love’ was het belangrijk om personages te plaatsen in dagelijkse, herkenbare situaties waarin ze gewoon konden zijn. Ik wilde niet dat ze praatten, maar simpelweg konden bewegen voor een publiek. Bij ‘So we live’ zat het idee zeer helder in mijn hoofd, daardoor kon ik me makkelijk focussen op de ontwikkeling van de personages en zo tot de essentie van elk van hen doodringen. Ik wilde een dialoog opbouwen tussen de acteurs en hun personages.

Hoe vertaalde zich dat in de samenwerking met je niet-professionele acteurs?
Fakher: Nadat ik de familie had ontmoet, veranderde ik enkele elementen in het scenario op basis van hun persoonlijkheid. Op set vertelde ik dan weer niet wat ze moesten zeggen of doen. Ik gaf iedereen hun eigen achtergrondverhaal mee en wilde zo bestuderen wat er zou gebeuren zodra de camera begint te lopen. De moeder en de vader handelen bijvoorbeeld op tegenovergestelde manieren, zonder dat te beseffen. Dat werkproces was zeer interessant en dynamisch.

 

Je films worden niet op een klassieke manier verteld. ‘So we live’ voelt aan als een vastgelegd moment in tijd en ruimte. Hoe benader je dit soort van experimentele vertelling?
Fakher: Voor mij gaan verhalen vooral over wat er gebeurt tussen én in ieder van ons. Het is een nieuwe manier van vertellen die ik nog steeds probeer te ontwikkelen: een moment in tijd en ruimte vast te leggen en daarop in te zoomen om de feiten beter te begrijpen. We veranderen op elk moment, klein of groot. Als we een gebroken deur zien, kunnen we ons zoveel dingen afvragen. Wat is er mee gebeurd? Waarom is het kapot? Was er een ruzie? De huidige stand van zaken kan verklaren wat er is gebeurd; dat is in wezen wat een trauma is. Als getraumatiseerd persoon begin je te vergeten wat je precies heeft getraumatiseerd. Je onthoudt het verleden anders en tracht te beslissen wat je wel of niet wenst te herinneren. Dat wilde ik laten zien: hoe we worden beïnvloed door de geesten uit ons verleden die ons belichamen op elk moment.

Naast experimentele vertelling is het gebruik van camerabewegingen in deze film ook opmerkelijk.
Fakher: In eerste instantie bekeek ik de 360°-camerabewegingen als een symbolisatie van de tijd die voorbijgaat. Met veel aandacht voor dode tijd: momenten waarin deze personages niets doen, terwijl er echter duidelijk iets meer aan de hand is dat onuitgesproken blijft. Het draaien van de camera kan ook worden gezien als iemand die naar de situatie kijkt en deze vanuit zijn eigen perspectief beoordeelt. Daarom is er ook geen montage. Dit verhaal gaat over het beoordelen van mensen die zich in een problematische situatie bevinden waarin ze het heft niet in eigen handen nemen, maar zonder de kijker het gevoel te geven dat die gemanipuleerd wordt.

"Binnen een familiale context onstaan eerste primaire ideeën rond veiligheid, vertrouwen en liefde. Daarom is dat thema zo belangrijk voor mij."

Technisch gezien is dat een behoorlijke uitdaging. Hoe heb je dat aangepakt?
Fakher: De film recreëert een situatie uit Syrië waarnaar ik onze acteurs, een echte familie, op een manier dus terug bracht. Zoiets gelijkaardig gaan re-enacten is ongelofelijk fragiel, dus daarom besliste ik dat niemand de set zelf mocht betreden behalve de acteurs. Het was immers hun ruimte waarin ze zich veilig en beschermd moesten voelen. Daarom werd de camera op een speciale rig geplaatst die door technici werd geprogrammeerd: we konden enkel een heel specifiek traject ervan bepalen. Al deze beslissingen gaven me als regisseur zowel beperking als vrijheid — als filmmaker heb je beiden kanten van het spectrum nodig.

Hoe zit het dan met geluid?
Fakher: De film draait volledig rond realisme, dus het is onmogelijk om daar een soundtrack onder te zetten. We hebben alles met ambisonics (een methode voor het opnemen en weergeven van een 3-dimensionaal geluidsveld, nvdr) opgenomen en nu hebben we de 5.1 surround-mix klaar. Het was mijn idee om de camera te laten fungeren als de ogen van het publiek. Het geluid moet dat specifieke standpunt versterken. Mochten we de ambisonische opnames kunnen gebruiken in een soort “omnidirectionele” surround-mix waarbij de kijker het idee krijgt ook auditief op dat moment aanwezig te zijn, zou dat helemaal geweldig zijn. Helaas is het gewoon niet mogelijk om dat in een bioscoop te verwezenlijken.

Werk je momenteel aan toekomstige projecten?
Fakher: Ja, ik zie overal verhalen! (lacht) Ik wil dit medium gebruiken als een zelfhelend iets, waarbij ik mezelf allerlei vragen stel die ik probeer te extrapoleren naar cinema. Verhalen en ideeën zijn er dus altijd, maar het is moeilijk te zeggen hoe specifiek ze zijn. Het is één van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd van Béla Tarr, toen hij ons begeleidde bij Cinemaximiliaan: één ding kiezen en dat uitvergroten op film, niet proberen om een heel leven te recreëren. De onderwerpen die mij interesseren zullen altijd antropologisch van aard zijn: de documentatie van mensen en hun denkwijze, waarom we doen wat we doen.

Coverfoto © Levi Verbauwhede