Interview

"Ik voel oprecht veel liefde voor de personages die ik schrijf."

Een gesprek met 'Wildebeest' en 'Easter Eggs'-regisseur Nicolas Keppens.

Lees meer over

30.08.2021 Tom Cuypers

Nicolas Keppens oogstte veel lof met zijn geanimeerde kortfilms ‘Wildebeest’ en ‘Easter Eggs’. Zijn eigenzinnige stijl, interessante thematiek en absurde gevoel voor humor leverden hem verschillende selecties op voor internationale filmfestivals, en al twee keer een nominatie voor de European Film Awards. Onlangs gaf hij zijn ontslag bij Studio Hans Op de Beeck om zich voltijds te focussen op eigen projecten. Het perfecte moment dus voor een gesprek!

Na vijf jaar animatie studeren aan KASK, spendeerde Nicolas Keppens nog een jaar aan Sint-Lukas om zich meer op scenario toe te leggen. Daarna ging hij aan de slag bij Op de Beeck, waar hij werkte aan productie, animatie en montage. Na zijn uren maakte hij ook nog twee kortfilms. Nu legt hij zich quasi voltijds toe op zijn toekomstige projecten.

Keppens schreef en regisseerde ‘Wildebeest’ samen met Matthias Phlips. De film verscheen in 2017 en vertelt het avontuur van Linda en Troyer, twee Vlaamse toeristen, die op safari gaan maar onverwacht een vreselijk avontuur meemaken. De film werd bekroond met werd genomineerd voor de European Film Awards. ‘Easter Eggs’ schreef en regisseerde Nicolas solo. De film volgt tieners Jason en Kevin die op zoek gaan naar de exotische vogels van meneer Ping, de eigenaar van het Chinese restaurant die zelf ook verdwenen is. Ze hopen de vogels te kunnen verkopen om zo een nieuwe mountainbike te kopen. De film won onder meer de publieksprijs op het Kortfilmfestival Leuven en werd geselecteerd voor de Berlinale, waar ook deze film een nominatie voor de European Film Awards kreeg opgespeld.

Laten we beginnen bij het begin: hoe ben je bij animatiefilm terecht gekomen?
Keppens: Een beetje bij toeval. Op mijn 18e wist ik niet goed wat kiezen — de andere studierichtingen die ik overwoog waren helemaal wat anders. Een vriend, met wie ik toen veel graffiti deed, wees me op KASK. Ik tekende super graag. En ik ben van Aalst, dus ik kon mijn ei ook wel wat kwijt door hier in de carnavalswereld dingen te doen. Dat waren twee vormen om me te uiten, dat bleef dus nog tamelijk beperkt, binnen bepaalde milieus waar er verwachtingen waren rond wat je moest maken. Zeker in de graffitiwereld wordt een bepaalde esthetiek verwacht. Velen gaan me tegenspreken, moeten ze vooral ook doen, maar ik had niet de indruk dat in die wereld veel persoonlijke expressie zit. Aan KASK heb ik gemerkt dat ik ook zelf wel iets wou vertellen. Niet dat ik films maak waar de boodschap extreem direct is, maar het zijn wel altijd heel persoonlijke projecten.

 


'Wildebeest'

 

Vind je dat er in België genoeg aandacht aan animatiefilms besteed wordt?
Keppens: Vanuit het VAF zeker en vast. In België heb je festivals die heel hard hun best doen, zoals Anima, Kortfilmfestival Leuven en zo verder. Ook Canvas toont die films. Maar het klopt wel dat… toen ‘Wildebeest’ voor de European Film Awards geselecteerd was, bleek dat voor sommigen zelfs geen voetnoot waard. Twee journalisten vertelden me dat het publiek daar niet veel belang aan hecht. Maar ik vind dat de media en de pers daar dan wel een rol in hebben — ze moeten de ambitie hebben om ook iets anders te belichten dan de meer mainstream manieren van vertellen. Dat heeft misschien ook wel te maken met het feit dat animatiefilm een wereld is waar de mensen redelijk anoniem blijven. Dat interesseert mensen minder snel dan een rode loper in Cannes. Maar vanuit het VAF heb ik dat gevoel nooit gehad. Dat is voor ons ook het belangrijkste, omdat we op die manier toch het werk kunnen maken.

Wat is het proces geweest om tot jouw tekenstijl te komen?
Keppens: Goh, ik ben voor mezelf niet per se op zoek naar een stijl die ik dan op elk verhaal kan toepassen. De personages in ‘Wildebeest’ zijn ontworpen door Matthias [Phlips, de co-regisseur]. Ik deed eerder het cinematografische, en het scenario an sich. Het concept, de animatie op de gefilmde beelden, werkte wonderwel bij het idee van de film.

‘Easter Eggs’ is voor mij een heel persoonlijk verhaal. Daar zit veel in uit mijn kinderjaren, dus ik ben op zoek gegaan naar een stijl die past bij de jaren 90 — zoals al die Amerikaanse studioreeksen met een meer artistieke toon: 'Beavis and Butthead', 'The Simpsons' of 'King of the Hill'. Ik heb die taal gebruikt, gemengd met mijn eigen tekenstijl. Ik wou de jaren negentig vatten in die visuele stijl, net zoals de beginjaren van de 20e eeuw in cinema vaak gevat worden door in zwart-wit en 4:3 te filmen.

Mensen die een absolute waarheid pretenderen, daar moet je je van weghouden.

Zien we in ‘Easter Eggs’ je kindertijd ook inhoudelijk terug?
Keppens: Ik ben voor een groot deel opgegroeid bij mijn grootmoeder, in Aalst. Toen ik een jonge puber was, pleegde de bakker in haar straat zelfmoord. Ik weet er het fijne niet van, maar net zoals in mijn films, gonsde het van de geruchten. De bakker zou zichzelf hebben opgehangen in een kooi met papegaaien en die vogels waren onze buurt ingevlogen. Dat beeld is mij altijd bijgebleven: het afschuwelijke van die zelfmoord in combinatie met dat exotische, sprookjesachtige van die vogels die een grijze buurt van Aalst binnen vlogen.

Dat was het startpunt, om zo meer te vertellen over die shift in het leven, van kind naar puber. Die verwarde me als twaalfjarige. Je speelde thuis nog met speelgoed, maar durfde dat niet te vertellen tegen vrienden op school. Ik was toen ook bang dat na twee maanden zomervakantie veel vriendjes van op school compleet veranderd zouden zijn en we elkaar kwijt zouden raken. Die zaken zitten zeker in de film.

Zowel in ‘Easter Eggs’ als in ‘Wildebeest’ gebruik je een hoofdpersonage als verteller, waardoor de films vaak erg persoonlijk overkomen. Is dat bewust zo?
Keppens: ‘Badlands’ (van Terrence Malick) vind ik een waanzinnig mooie film. Daarin trekt een koppel moordend door Amerika, maar eigenlijk begaat enkel de man die misdaden, de vrouw blijft als een vreemde getuige bij hem. De voice-over in die film is van haar. Zij overloopt vaak alternatieven: ze had dit of dat kunnen doen, maar deed dat niet. Daardoor ontstaat er een spanning die de film verrijkt. De voice-over zorgt plots voor een heel ander mogelijk narratief dat in beeld en in de werkelijkheid niet wordt gevolgd.

Daarom heb ik in ‘Wildebeest’ van het hoofdpersonage, Troyer, de verteller gemaakt. Het idee was om een verhaal te maken waar hij als man niet goed uitkomt. En dan de voice-over te gebruiken alsof hij achteraf het verhaal vertelt, waarbij hij de betekenis van alles een beetje verdraait.

 


'Easter Eggs'

 

Bij ‘Easter Eggs’ draaide het meer om de absurde kijk van een kind op de realiteit. Daar wordt de realiteit dus niet bewust verdraaid, maar eerder fantasierijker gemaakt. Jason geeft extra info, maar dan zoals kinderen dat meestal doen: nogal willekeurig en nutteloos. Hij zegt dingen als: “Ik ben eens bij Kevin blijven slapen en ik mocht naar zijn schaamhaar kijken”. Dat stuurt het narratief niet, maar maakt Jason wel rijker als personage. Zo gebruik ik in de twee films een voice-over, maar op een heel verschillende manier.

De hoofdpersonages in je films lijken vaak een tikje marginaal, naar mijn gevoel. Ben je het daarmee eens?
Keppens: Ik besef van waar dat komt, maar nee, daar ben ik het niet mee eens. Een kind is per definitie marginaal, ongeacht het milieu waarin het opgroeit. Als in: het leeft per definitie in de marge van een maatschappij. Als je kinderen liet beslissen, kregen we extreem absurde maatschappijvormen. Het was voor mij dan ook belangrijk dat Kevin op een bepaald moment in ‘Easter Eggs’ thuiskomt, omdat je dan ziet dat hij in een rijwoning leeft, en dat zijn ouders liefhebbende mensen zijn die op niet eens zo’n marginale muziek dansen. Het zijn mensen van vlees en bloed, met een rijke denkwereld. Kevin is gewoon wie hij is, vanuit puberale en kinderlijke impulsen. Hij kan bij wijze van spreken vijf jaren later rechten studeren.

Linda en Troyer uit ‘Wildebeest’ vind ik dan weer eerder typisch middenklasse. Veel films hebben afgevlakte personages, zonder greintje absurditeit, waardoor realisme iets fictiefs wordt in cinema. Realisme in film, bijvoorbeeld het sociaal realisme van de gebroeders Dardenne, is bijna altijd ontdaan van absurditeiten en van humor. Terwijl die in alle milieus voorkomen.

Ik heb oprecht veel liefde voor de personages die ik schrijf. Ik kijk heel graag naar trailers van films, en in de trailer van ‘Minnie and Moskowitz’ van John Cassavetes zegt de voice-over “John Cassavetes has a continuing love affair with people”. Dat wil ik in mijn projecten ook. Waardoor mijn films, of de verhalen die ik schrijf, meer personage-gedreven zijn dan dat ze plot-gedreven zijn.

Ik geloof niet dat we de man als standaard moeten houden en de vrouw daar gelijkwaardig naast zetten. Ik denk dat de standaard van de man heruitgevonden moet worden.

Je haalde het daarnet al aan, dat er best veel humor – en absurde humor – in je films zit. Hoe belangrijk is dat voor jou?
Keppens: Mensen gebruiken humor om met vanalles om te kunnen. Als ik de berichten teruglees van de laatste keer dat ik iemand gedate heb, dan stond daar om de drie berichten een “hahahaha”-bericht tussen. Je probeert met humor zoveel te ontkrachten… Het is zo’n menselijke tool om met emoties om te gaan. Bovendien zit er veel humor in herkenbaarheid. In ‘Easter Eggs’ zit Jason met zijn hoofd vast tussen een hek. Zoiets wat elk kind wel een keer meemaakt. Die herkenbaarheid, daar wil ik raken. Want die is vaak super grappig.

Beide films eindigen met een moment waarop de dierenwereld op de voorgrond komt. In ‘Wildebeest’ gaat Linda met olifanten optrekken, en in ‘Easter Eggs’ komen exotische vogels van buiten het kader binnengestapt. Betekenen die dieren – of de relatie waarmee je die tot de mensen ziet – iets speciaal voor jou?
Keppens: Het gaat mij niet per se om de dieren. De manier waarop mijn films eindigen is eerder het expliciteren van de vertelling. Ik vind het boeiend als dat in films duidelijk wordt gemaakt, zonder dat je constant gaat vervreemden. Ik ben een grote fan van films zoals ‘Dogville’, maar ook de films van Agnes Varda en Alice Rohrwacher. Films die op een bepaald moment iets magisch, iets fabelachtig tonen: dat bewijst dat het maar een verhaal is. Wat animatiefilm bij regel is. Omdat alles getekend is, is dat sowieso heel duidelijk dat het maar een vertelling is. Dat vind ik trouwens tout court een manier om met het leven om te gaan. Mensen die een absolute waarheid pretenderen, daar moet je je van weghouden.

Ten slotte, hoe zien je toekomstplannen eruit?
Keppens: Ik blijf zeker animatiefilms maken. Ik ben ook heel graag met sculpturen bezig en met schilderen. Ik hoop ook een langspeler te mogen maken. Nu ben ik bezig aan een nieuwe kortfilm. Die zal ‘Beautiful Men’ heten. Hij draait rond drie kalende broers van rond de veertig, die samen een haartransplantatie laten doen in Istanbul. Er is veel te doen over de gelijkheid tussen man en vrouw in de cinema en in de hele wereld. Maar ik geloof niet dat we de man als standaard moeten houden en de vrouw daar gelijkwaardig naast zetten. Ik denk dat de standaard van de man heruitgevonden moet worden. In mijn film nemen de drie broers geen enkele beslissing. Dus moet ik ingrijpen via natuurfenomenen of door andere personages het verhaal te laten binnenkomen.

'Easter Eggs' maakt deze week deel uit van Brussels Short Film Festival. ‘Wildebeest’ kan je bekijken via Dalton.be!

Coverfoto © Nicolas Keppens