Interview

"Het winnen van de Wildcard voelde als het nodige duwtje in de rug."

Eind vorig jaar won Timothée Crabbé een Wildcard van het VAF ter waarde van €60000.
Lichting 2019
26.02.2020 Ellen Van Hoegaerden

Met zijn masterfilm ‘Balance’ won Timothée Crabbé een Wildcard van het Vlaams Audiovisueel Fonds. De animatiefilm vertelt het verhaal van twee acrobaten die zowel op als naast het podium partners zijn. Ze houden elkaar in evenwicht, tot één van hen een kwalijke val neemt. Wij spraken met Crabbé, die net terug is van een stage in Bretagne.

“Ik werkte tijdens mijn stage op een afdeling die mee de poppen maakt voor de langspeelfilm van een Franse regisseur. Het waren twee erg toffe maanden, zeker omdat ik mocht samenwerken met de volledige ploeg van het Oscargenomineerde ‘Mémorable’. Het was leerrijk op alle vlakken.”

Enkele maanden en een leerrijke stage later: hoe sta je nu tegenover het winnen van die felbegeerde Wildcard?
Crabbé: “Ik ben nog altijd erg blij, vooral omdat het voelde als het nodige duwtje in de rug. Ik was erg onzeker over wat ik uiteindelijk had afgeleverd, dus het winnen van de Wildcard gaf me motivatie om te beginnen aan een nieuwe film.”

Eind maart start je residentie, wat staat er ondertussen te gebeuren?
Crabbé: “Binnenkort werk ik nog even bij Beast Animation als animator voor een komend project. Ondertussen ben ik volop de komende twee jaar aan het plannen en aan het brainstormen rond een volgend thema. Ik had alvast een paar ideeën, maar welke precies, vertel ik liever niet. Ik blijf tot op het laatste moment altijd erg onzeker over wat ik wil doen.”

Was je voor het maken van ‘Balance’ ook zo onzeker?
Crabbé: “Ik zie zoveel fantastische films passeren, en alles is zo subjectief. Soms ben ik erg positief over mijn eigen film, het andere moment kan ik er dan weer helemaal anders over denken. Uiteindelijk ben ik wel tevreden met wat ik heb afgeleverd. Ik geloof niet dat ik iets beter had kunnen maken, met de mogelijkheden die ik als student had.”

"Het aspect van tijd wordt tijdens het animeren heel abstract. Die andere tijdsbelevenis heeft misschien zelf iets meditatief."

‘Balance’ gaat over vriendschap en een liefdesrelatie tussen twee personen, en wat er allemaal verandert na een tragisch ongeval. Het verhaal is gebaseerd op een situatie uit je eigen leven, waarbij een vriend van jou uiteindelijk ook niet meer in staat was zijn lichaam te bewegen. Hoe sta je daar nu tegenover?
Crabbé: “Voor mij was het maken van de film een soort kunsttherapie rond de moeilijkheden die ik tijdens die periode beleefde. In het echte leven gaan de dingen gewoon door, en sommige dagen zijn makkelijker dan andere. Ik zie de film ook niet als een oplossing voor iets, maar het heeft zeker wel een dialoog geopend die daarvoor moeilijk was voor mij om aan te gaan. De vriend in kwestie was ook aanwezig bij de uitreiking van de Wildcard, en hij was heel fier — dat was voor mij de mooiste erkenning.”

Een persoonlijk verhaal wordt ook snel universeel. Gelukkig maar?
Crabbé: “Tijdens Kortfilmfestival Leuven kwamen er ook enkele mensen hun eigen verhaal delen. Dat was uiteindelijk wel mijn doel: het moest ook relevant zijn voor iemand die mij niet kent. Tot nu toe waren mijn beide films heel persoonlijk. Mijn volgende zal dat ook wel zijn, omdat ik moeilijk kan spreken over iets dat ver van mij staat. Het maken van films schenkt mij wel de mogelijkheid om situaties vanuit een ander standpunt te bekijken. Het proces van het schrijven doet me dan ook veel deugd, net omdat het mij in die positie zet om verder te denken en de symboliek achter een bepaald standpunt te zoeken. Ik zou ook niet anders kunnen werken.”

Wat is het grote verschil met je vorige film, ‘Pantin’?
Crabbé: “‘Pantin’ was meer een ideaalbeeld dat ik zelf had over hoe we kunnen leven in een alternatieve samenleving. Dat is gemakkelijker, omdat het op zich een concept was dat buiten mezelf stond. ’Balance’ is op emotioneel vlak veel persoonlijker, waardoor het proces ook moeilijker was. Ik voelde een grotere urgentie om het verhaal te vertellen. Als iemand dus commentaar heeft op de film, heb ik het moeilijk om dat niet persoonlijk te nemen.” (lacht)

Hoe menselijk wou je ‘Balance’ maken?
Crabbé: “Ik was erg gefocust op beweging. In animatiefilm probeer je natuurlijk altijd objecten of poppen zo levend mogelijk te maken, en in dit geval deed ik dat vooral via de ogen. Een erg dankbare manier, omdat je heel snel opmerkt of iets al dan niet tot leven komt. Als er slordig geanimeerd werd, kon ik mijn verhaal niet door middel van beweging vertellen. Ik heb veel gewerkt met mijn docente Emma De Swaef, en zij heeft mij heel veel richtlijnen gegeven voor de armaturen.”

 


'Balance'

 

Beweging had ook een sleutelrol bij de droomsequentie in de film.
Crabbé: “Die sequentie was nodig om de dualiteit in stand te houden waarbij je de zwaartekracht voelt, en dus het risico van het circus. Tijdens een circusvoorstelling moeten zo’n acts echt naar de keel grijpen omdat het elk moment kan misgaan. Ook al zijn het poppen moet je het gevoel hebben dat evenwicht niet vanzelfsprekend is. Het tweede deel was meer transformatie, waarbij de animatie werd ingezet als tool om iets anders te vertellen door beweging. Door afstand te nemen van de realiteit wilde ik iets extra vertellen over en met de personages.”

Vanwaar de fascinatie met acrobatie?
Crabbé: “Ik heb een zekere fascinatie voor podiumkunsten. Daarnaast woon ik al vier jaar samen met circusstudenten, dus was het voor mij een manier om al die verschillende aspecten uit mijn leven samen te brengen. Misschien ben ik ook wel een beetje jaloers op de capaciteiten van circusmensen, en op de erg mooie omgang die er tussen die mensen bestaat.”

Waarom dan?
Crabbé: “Ze hebben een soort van vanzelfsprekende relatie tot hun eigen lichaam, dat vind ik fascinerend. Het thema van mijn film is het niet kunnen bewegen tegenover het belang van beweging. ‘Balance’ was voor mij een proces van acceptatie. Wat moet je doen als je zelf nog alles kunt bewegen, maar iemand die dicht bij jou staat, is daartoe niet langer in staat? Wat doe je als je de keuze hebt om weg te lopen? Is het wel een keuze?”

Ik kan er mij wel wat bij voorstellen, samenwonen met circusstudenten.
Crabbé: “Het zorgt voor heel wat gekke taferelen. (lacht) Er is een zekere openheid en solidariteit in de circuswereld. Ze reizen veel rond, dus ze hebben heel wat internationale vrienden, die dan allemaal bij ons logeren als ze in Brussel zijn. Dan veranderen we in een soort van camping. Maar ik vind het inspirerend op vlak van creatie. Ik denk dat er gelijkaardige punten zijn tussen film en theater.”

 

"Animatie geeft me de mogelijkheid om dingen te vragen aan poppen, en alles te doen wat er in mijn hoofd opkomt."
 

Animatie maakt het vaak mogelijk om een nog menselijker verhaal te vertellen dan iets in live action. Zou je ooit kunnen wegstappen van die animatiewereld?
Crabbé: “Tijdens mijn studies dacht ik dat soms wel eens, maar ik zie me niet meteen een live action regisseren. Animatie geeft me de mogelijkheid om dingen te vragen aan poppen, en alles te doen wat er in mijn hoofd opkomt. Ik hoef niet per se contact te hebben met acteurs met een eigen mening en een visie over wat ze verwachten van een rol.” (lacht)

Wilde je altijd al films maken?
Crabbé: “Helemaal niet. Eerst wilde ik striptekenaar worden. Ik nam avondlessen tijdens mijn middelbare schooltijd. Dat was niet leuk, maar het was wel een opstapje richting mijn interesse voor animatie. Storyboards leunen natuurlijk dicht aan bij strips. Animatie gaf me de kans om verschillende hobby’s — tekenen, film, muziek — te combineren. Uiteindelijk ben ik snel gestopt met tekenen omdat ik het proces heel saai vond. Daarom begon ik met stop-motion, waarbij ik nog steeds teken, maar het animeren zelf gebeurt op een andere manier.”

Wat inspireert jou tegenwoordig nog?
Crabbé: “Ik houd ieder jaar een lijst bij met een ‘best of’. Moeilijk om te zeggen, maar bijvoorbeeld ‘Oh Willy...’ van Emma de Swaef & Marc James Roels vind ik een grote inspiratie. Dat was de film die mij zin deed krijgen in stop-motion. Ook ‘Fantastic Mr. Fox’, ‘Mary & Max’ zijn grote favorieten. De laatste maanden vielen me vooral ook ‘Daughter’ en ‘Mémorable’ op.”

Hoe was om samen te werken met Emma De Swaef, iemand die jou eerder al zo inspireerde?
Crabbé: “Heel aangenaam. Marc en Emma gaven me heel wat vrijheid, vooral tijdens de opnames. Emma vertelde me dat het publiek niet alles moet snappen. Dat is me het meeste bijgebleven: je moet niet alles uitleggen, er mogen gerust een paar mysteries blijven hangen. Ik voel dat ook in hun films; er zijn altijd een paar elementen waar je geen uitleg voor krijgt.”

Mysterie is dus belangrijk.
Crabbé: “Het geeft enige vrijheid als maker. Het is mooi als je erin slaagt dat mysterie te behouden, maar toch genoeg meegeeft zodat het publiek blijft kijken. Ik werk zelf op een heel eerlijke manier; ik probeer geen dingen te verzinnen om mijn film beter te maken, of een publiek te behagen. Ik heb het gevoel dat alle onderdelen een plaats hebben omdat ze echt zijn voor mij. Als er dan een deel is dat niet helemaal overkomt, is dat misschien mijn deel van het mysterie.” (lacht)

Zijn er nog adviezen die je manier van film maken heeft veranderd?
Crabbé: “Marc (James Roels) is heel goed met licht, dus ik dacht dat hij me al zijn geheimen ging prijsgeven. Tot hij in de studio kwam en zei: ‘Zet je lichten op en probeer gewoon. Tracht op het scherm te krijgen wat je in je hoofd hebt.’ En dat was het eigenlijk. (lacht) Geen straf geheim, maar wel goed advies.”

Hoe probeer je tijdens het maken je concentratie te bewaren?
Crabbé: “Er zijn veel verschillende momenten tijdens het proces. Soms ervaar ik heel veel stress, zeker in het begin als er nog niets concreet op papier staat. Het animeren zelf is een zelfstandige handeling. Het aspect van tijd wordt ook heel abstract: je maakt een beeld van vier of vijf seconden op een dag van acht tot tien uur. Die andere tijdsbelevenis heeft misschien zelf iets meditatief — een combinatie van stress maar ook tevredenheid. Het is heel dankbaar om een stuk geanimeerd te zien op het einde van de dag: naast jouw leven dat stilstaat, heb je iets op het scherm dat tot leven komt.”

Begin je dan soms ook tegen je poppen te praten?
Crabbé: “Niet tegen de poppen, eerder tegen mezelf. Ik heb het ook gezien in Frankrijk. Zeker mensen die al twintig jaar in het vak zitten, beginnen dat wel te doen. (lacht) Soms word ik wakker in het midden van de nacht met een idee. Ook dat is stressvol, maar ik zou niet zonder kunnen. Tijdens mijn stage heb ik ook gemerkt dat ik iets zou missen als ik enkel maar poppen zou mogen maken. In de eerste maand twijfelde ik: wat houd ik nog over van creativiteit dan, als ik enkel werk aan andermans projecten? Zo leer je maar een beperkt deel op creatief vlak.”

Heb je zelf nog een laatste advies voor jonge filmmakers?
Crabbé: “Ik wil eigenlijk graag zelf nog advies krijgen. (lacht) Mijn advies voor animatiestudenten zou zijn: kijk vanaf het begin al naar buiten. Bezoek festivals en kijk wat er wordt gemaakt. En ga dingen beleven. We hebben soms te veel de neiging om na te denken en dan te werken rond iets waarover je niet zoveel weet. Dan zoek je naar iets om te vertellen zonder dat je iets hebt beleefd. Het is belangrijk om je ogen open te houden.”

Coverfoto © Animafest