Interview

"Heel Suriname zit vervat in die mango."

Zaïde Bil en Sébastien Segers wonnen met de film 'Memre Yu' de Wildcard Documentaire van het Vlaams Audiovisueel Fonds.

Lees meer over

03.04.2019 Sarah Skoric

Sinds enkele jaren bundelen RITCS-ers Zaïde Bil en Sébastien Segers hun krachten en leveren onderzoekende, esthetische documentaires af. “Als we samenwerken zijn de rollen heel fluïde. Alles overlapt.” We hebben het met hen over de kracht van audio en esthetiek in documentaires, over afkomst, over actief kijken.

Zaïde: ‘Memre Yu’ is eigenlijk mijn eindproject. Hoewel we het zelf meer zien als iets dat we in duo-regie maakten, staat mijn naam erop als regisseur – want ik studeerde ermee af.

Sébastien: We werken altijd nauw samen, maar binnen de schoolstructuur moet iemand iets indienen. Ik heb mijn masterjaar verdeeld over twee jaar, zodat ik eerst Zaïde’s film mee kon maken, en dit jaar werk ik aan mijn eigen masterfilm en werkt Zaїde aan mijn film mee.

Zaïde: Ik heb dan wel het idee aangedragen voor ‘Memre Yu’, en Sébastien dat van zijn masterfilm - maar het hele proces doen we samen. Ik geloof niet in het gegeven dat één iemand het brein is achter een film.

Zaïde, in ‘Memre Yu’ zoom je in op je familie, die bijna een halve eeuw geleden vanuit Suriname naar Nederland kwam. Je doet dat via gesprekken met hen, maar ook via beelden van het huis in Suriname, dat daar verkommert. Hoe ben je tot deze opbouw gekomen?
Zaïde: Mijn overgrootvader is als gastarbeider van India naar Suriname gekomen, toen de slavernij was afgeschaft. Mijn moeder is in Suriname opgegroeid. Ikzelf was er nog nooit geweest, maar was er wel altijd erg nieuwsgierig naar. Van jongsafaan zat er voor mij iets magisch rond dat land.

Toen ik voor het eerst voor het huis stond dat mijn familie daar heeft achtergelaten, zag ik ook de band die mijn familie met het moederland heeft. En die ziet er verwaarloosd uit. Ze zijn tientallen jaren geleden vertrokken uit Suriname en zijn erg Nederlands geworden, ook al proberen ze zo Surinaams mogelijk te zijn. Het huis staat er nog wel, maar er wordt niet naar omgekeken. Ik was eigenlijk met een onderzoek bezig over wat mijn achtergrond en afkomst is. Toen bleek dat het huis een goede drager zou zijn voor het verhaal.

Sébastien: Als je door Paramaribo wandelt, merk je, dat er heel veel leegstaande huizen zijn. Vaak erg mooie huizen waar nu bomen doorgroeien of apen in wonen; huizen die vaak zijn achtergelaten door families die uit Suriname naar Nederland zijn vertrokken. Het huis in de film is ook een beetje een maatschappelijke metafoor. Niet enkel het integreren in een nieuw land is belangrijk, maar ook het wegtrekken uit je land van herkomst – en wat je daar achterlaat.

Zaïde: In Paramaribo zijn ze er ook echt niet over te spreken dat ze in een stad wonen waar zoveel huizen leegstaan. Het is echt een groot probleem. Een derde van de Surinamers woont niet in Suriname, maar ze hebben wel vaak nog Surinaamse eigendommen, zoals vastgoed. Mijn grootmoeder heeft altijd met heimwee in Nederland gewoond. Ze heeft altijd de droom gehad terug te keren. Maar omdat het met haar gezondheid én het land op dit moment heel slecht gaat, is het ook niet aantrekkelijk voor haar om terug te keren.

 


'Memre Yu'

 

In jullie documentaire verbeelden jullie een maatschappelijk probleem, aan de hand van een klein, intiem verhaal. Is er nog genoeg stof voor verder onderzoek?
Sébastien: Hoe gaan we Suriname in beeld brengen? Dat is een kwestie waar we van tevoren goed over hebben nagedacht. We hebben onszelf de extreme beperking opgelegd om enkel binnen de hekken van het erf te filmen, omdat daar de film over gaat. Jezelf beperkingen opleggen zorgt er voor ons voor dat je gericht bent op de essentie van je verhaal. Dat geldt ook voor de beelden die we in Nederland draaiden: niet buiten het appartement van de personen, niet van de tafel afwijken. Soms op het neurotische af.

Zaïde: Sinds we met het maken van de film zijn begonnen, horen we steeds meer verhalen van mensen met soortgelijke ervaringen, overal vandaan. Het is een universeel thema. Ik zou het mooi vinden als er vertoningen worden georganiseerd voor diaspora-groepen, als aanleiding om gesprekken over dit onderwerp te starten. Ikzelf heb een journalistieke achtergrond, dus ik heb altijd de neiging om maatschappelijke kwesties te onderzoeken.

Sébastien: Ik denk dat er meer dan genoeg stof is om nog een film te maken over deze thematiek. Achter elk huis zit een verhaal.

Een film opbouwen rond je familie lijkt me niet makkelijk. Hoe heb je dat aangepakt? En hoe reageerden zij op het hele proces?
Zaïde: In eerste instantie zat ik met wat familieleden rond tafel, en hebben we anderhalf uur lang gesprekken gevoerd over Suriname. Ik heb mijn audio-opname gewoon laten lopen.

Sébastien: Het eerste idee was dan ook het lege huis te filmen en de ruimtes/kamers op te vullen met die stemmen vanuit Nederland. Opvullen met de familie die er dus eigenlijk zou moeten wonen.

Zaïde: En op die manier een stukje geschiedenis te herschrijven. Zo is het idee ontstaan. In het begin was mijn familie heel meewerkend en enthousiast: ik mocht alles filmen. Na het afronden van de film organiseerde ik een samenkomst met de familie: we zouden met z’n allen naar de film kijken. Dat heeft veel stof doen opwaaien. Ik denk dat er pas toen gerealiseerd werd wat ik aan het doen was.

Sébastien: De tantes en oom waren erg blij dat we dit gingen doen. Dat er eindelijk aan de korst werd gekrabd.

Zaïde: Ja, voordien was het wel een taboe om over het huis te spreken. Alles zat bij mijn oma, en de kinderen hadden er afstand van genomen, maar door de film besefte iedereen dat het moment van de confrontatie daar was. ‘Memre Yu’ startte een proces bij iedereen.

En je grootmoeder?
Zaïde: Voor haar was het nog een goed huis. Zij heeft het met mijn opa gebouwd met hun eigen geld. Vroeger zag het huis er ook mooi uit, het is gewoon niet goed onderhouden. Het is een tropisch klimaat; de omstandigheden veranderen de hele tijd. Het voelde voor mijn oma aan als falen om het huis in zo’n slechte staat te zien.

Sébastien: Voor je grootmoeder was er vooral het probleem van schaamte. Zij voelde zich beschaamd dat ze iemand was die op die manier eigendom had. Het was een kwestie van eergevoel.

De tantes en oom waren erg blij dat we dit gingen doen. Dat er eindelijk aan de korst werd gekrabd.

Naast de familie is er ook een prominente rol weggelegd voor een mango, in de opening- en eindsequens van ‘Memre Yu’.
Sébastien: Die mango is eigenlijk de essentie van het verhaal. Het opeten van die mango brengt Suriname heel dichtbij de grootmoeder. Dat is de belichaming van Suriname geworden. Pas tijdens de montage werd duidelijk hoe waardevol zij omging met die mango.

Zaïde: heel Suriname zat vervat in die mango.

In de film hoor je geen muziek, tenzij iemand zelf zingt. Is dat een bewuste keuze?
Zaïde: Muziek op een film heeft vaak een saus-effect; het laat mensen emoties ervaren die nog niet in de film zitten. Ik ervaar het prettiger om zelf te zien welke emoties bij me opkomen.

Sébastien: Die emoties moet je eigenlijk kunnen opwekken met beeld. Het moet ook narratief verantwoord zijn om er muziek onder te zetten.

Zaïde: We hebben wel een intense geluidsmontage gedaan. Het werd een heel complexe soundmix, complexer dan muziek, met soms tot tien geluidssporen tegelijk. Elke keer we vanuit een andere ruimte filmden, werd een ander geluid weergegeven. Het is anders als je links van het huis staat dan rechts van het huis. Ook in onze vorige documentaire ‘Seismos’ (2017, documentaire over de aardbeving in Groningen) hebben we veel met geluid gedaan: de hele opbouw van het verhaal krijg je daar via geluid.

Jullie geven niet veel info in ‘Memre Yu’. We zien mensen maar weten in eerste instantie niet wie zij zijn, weten niet waar we zijn…
Zaïde: Dat doen we bewust. Het is de bedoeling dat we de kijker mee laten ontdekken, dat elke scène iets bijdraagt aan het complete verhaal.

Sébastien: Er is genoeg info die je krijgt tijdens het kijken van de film, zodat je op het einde wel weet wie wie is. Dat hopen we toch.

Zaïde: Als je in een nieuwe groep mensen komt, is dat ook zo. Dan ga je tijdens het gesprek begrijpen wat de relaties zijn, zonder dat iemand op voorhand je brieft. Ik denk dat mensen lui worden gemaakt door het kijken naar films of documentaires op tv, omdat je hele tijd aan de hand wordt genomen. Er is vaak tekst of voice-over. Actief kijken is interessanter. In documentaire kunnen we beter die kans grijpen om de kijker actief te laten kijken.

 


Zaïde Bil en Sébastien Segers met de Wildcard Documentaire van het Vlaams Audiovisueel Fonds

 

Hoe zouden jullie jullie werk omschrijven? Zijn er dingen die terugkomen, een rode draad volgen?
Zaïde: In esthetische beelden een menselijk verhaal proberen vertellen.

Sébastien: Documentaire wordt voor veel mensen niet geassocieerd met esthetiek, maar wel met noodzaak of informatie. Esthetiek en informatie of narratie samenbrengen zorgt voor mooie resultaten. Dan heb je beelden die mooi zijn om naar te kijken, maar daarnaast ook een verhaal dat dat ondersteunt.

Zaïde: We zoeken ook steeds een emotionele kant op van een onderwerp, de beleving van een bepaalde situatie die je als kijker of maker nog niet kent. In ‘Memre Yu’ is dat heimwee en herinneringen, in ‘Seismos’ was dat angst.

Sébastien: Het menselijke van verhalen boeit ons. Niet zozeer de problematiek, maar ergens ook het ‘romantische’ aan filmen – op zoek gaan naar emoties, naar wat fragiel is.

Zaïde: .. naar weerbaarheid. Menselijkheid.

Waar halen jullie inspiratie uit?
Sébastien: ‘Samsara’ en ‘Baraka’ (Ron Fricke) waren voor mij twee films die enorme indruk hebben gemaakt, net omdat het enkel visuele vertellingen zijn. Beiden hebben geen duidelijke verhaal, enkel visualiteit. Dat zien gold voor mij als een soort van keerpunt. Ook het werk van Pieter-Jan De Pue (‘The Land of the Enlightened’) is voor mij een voorbeeld.

Zaïde: Dat van Pieter-Jan De Pue geldt ook voor mij. Hij is ook een RITCS-student geweest. Ik ben ook grote fan van Victor Kossakovsky. Hij heeft ook de tien geboden over documentairemaken geschreven, waar ik altijd maar weer iets uithaal. Het is een soort van dogma van de documentairefilm.


De tien geboden van Kossakovsky.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zaïde: En dan heb je nog Werner Herzog natuurlijk. Onder meer dit stuk tekst over “the absolute and the sublime”.


Werner Herzog over "het absolute en het sublieme".

 

Afsluitend: wat staat er nog op de agenda komende weken maanden jaren?
Sébastien: We zijn nu volop bezig met mijn afstudeerproject aan het RITCS, wat een soort van dagboek van een zeemansvrouw zal worden – gebaseerd op dagboeken en brieven van mijn grootmoeder. De beelden zijn integraal op een containerschip gedraaid, we hebben zelf drie weken meegevaren met een schip vanuit Rotterdam naar Sint-Pietersburg. Deze film zal misschien nog veel trager en extremer worden dan ‘Memre Yu’, voor mij is het fascinerend om op die manier het verhaal te vertellen. Het is voor mij ook de eerste keer om haar zo te leren kennen, voordien werd zij gereduceerd tot haar alcoholprobleem.

Zaïde: Ook met Dokma Film hebben we op dit moment enkele projecten in aanloop naar ontwikkelingen. En intussen zijn we ook op een aantal ideeën aan het broeden, van wat we kunnen doen met onze Wildcard van het VAF. Sébastien: We moeten goed nadenken wat we willen maken. Gaan we op dezelfde manier verder of gaan we iets anders maken? De constructie van de financiering van een film is eigenlijk heel absurd. Je hebt een regisseur, pakweg de CEO van het project, die iets bedenkt. Die zet mensen aan het werk die allemaal betaald worden tegen uurloon of dagprijs, maar dat heeft de regisseur niet. Er is geen enkele structuur over de hele wereld waarbij de CEO het minste verdient, behalve bij film, en dan vooral documentaire. Het is een hele rare constatatie dat wij een leven tegemoet gaan waarbij we andere mensen aan het werk zetten, maar zelf er weinig aan gaan overhouden.
 


Inspirerende documentaires voor deze makers.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Memre Yu’ (2018) werd geselecteerd voor Docville-festival en is er te zien op 3 april op de Sabam-avond. Tussen 20 en 25 mei kan je de film bekijken in de Short Film Corner van het filmfestival van Cannes.

Coverfoto © Zaïde Bil