Interview

Hans Vannetelbosch maakt kans op een Oscar.

Filmmaker Hans Vannetelbosch over zijn prijzenwinnende en sociaal-realistische kortfilm 'Sons of No One'.

Lees meer over

23.08.2018 Jana Dejonghe

De Belgische filmwereld heeft er een belangrijke nieuwe naam bij: Hans Vannetelbosch (32). Zijn afstudeerwerk ‘Sons of No One’ kreeg op Film Fest Gent vorig jaar de publieksprijs mee naar huis en werd daarna ook bekroond met een Wildcard door het Vlaams Audiovisueel Fonds. Nu maakt hij als enige Belgische finalist kans op een Student Academy Award. Wij spraken met de filmmaker af in een gezellig Mechels cafeetje.

‘Sons of No One’ is je afstudeerwerk. Was ‘film’ een late studiekeuze?
Vannetelbosch: Eigenlijk niet, het is een iets langer verhaal. Ik koos in de middelbare school al voor de richting audiovisuele vorming. Daarna ben ik naar Sint-Lukas gegaan, waar ik samen met onder andere Gilles Coulier ('Mont Blanc', 'Ijsland', 'Cargo'), Robin Pront ('Plan B', 'D'Ardennen') en Grimm Vandekerckhove (director of photography van onder meer ‘Guest’, nvdr) gestart ben.

Zowel mijn eerste als tweede jaar moest ik overdoen, waardoor ik niet goed meer wist waar ik mee bezig was. Toen ben ik gaan werken bij Ikea, maar na twee jaar had ik wel door dat dat mijn ding niet was. Er bood zich een leuke stage aan bij Red Pepper Media, maar zij konden me geen job bieden waardoor ik na een jaar zoeken opnieuw bij Ikea terechtkwam. Tot ik mijn vriendin ontmoette.

Ook een regisseur: Pegah Moemen Attare.
Vannetelbosch: Klopt. Zij wou net starten met filmstudies, dus gingen we samen naar de opendeurdagen van de verschillende filmscholen in ons land. Toen we bij Sint-Lukas langsgingen, werd ik aangenaam verrast: velen kenden me nog en vroegen of ik terug zou keren. Hoewel het in mijn hoofd speelde, had ik dat niet serieus overwogen. Ter plekke heb ik beslist om het te doen. Zo komt het dat ik op mijn tweeëndertigste ben afgestudeerd. (lacht)

 


Hans Vannetelbosch (rechts) en zijn cast op de set van 'Sons of No One'

 

Wat zijn nu je verdere plannen, met een diploma op zak?
Vannetelbosch: Opnieuw sollicitaties uitsturen. Liefst zou ik in de reclamewereld gaan en freelance projecten doen, of bijspringen in productie of regieassistentie bij series of films. Ik denk dat het belangrijkste is dat ik nu de mensen en bedrijven opzoek voor wie ik een meerwaarde kan zijn, terwijl ik ook van hen kan leren.

Alvast één plus op je CV: die Wildcard van het Vlaams Audiovisueel Fonds.
Vannetelbosch: Die wil ik natuurlijk tegelijk ook meteen ontwikkelen. Ik denk dat ik al een goed basisidee heb voor een nieuwe kortfilm. Dat moet ik nu verder uitwerken, maar het mag niet geforceerd worden. Ik ben niet iemand die voor een computer gaat zitten en zomaar kan beginnen schrijven. Het moet beetje bij beetje komen, tot ik een stevige basis heb. Dan ga ik schrijven.

Klinkt als een gezonde werkwijze: niet aan de lopende band produceren.
Vannetelbosch: Het ‘bandwerk’ schrikt mij inderdaad soms af. Ik heb een aantal vrienden die voor televisie werken en die zijn heel tevreden met hun job, maar ik heb schrik dat ik daardoor geen tijd meer zou hebben voor eigen projecten. Ik neem het liever stap voor stap.  

Je hebt naast ‘Sons of No One’ ook al enkele andere kortfilms gemaakt.
Vannetelbosch: Mijn bachelorfilm ‘Penitence’ ging over een man die uit de gevangenis komt en vergiffenis wil vragen aan zijn slachtoffer en zijn ex. Het basisidee voor die film was schuldgevoel en hoe je daarmee omgaat. Daarvoor ben ik gaan spreken met een gevangenisdirecteur en veel te weten gekomen over ex-gedetineerden. De gevangenis voelt voor velen na een tijd een beetje als thuis aan: ze hebben vaak een goede relatie met de andere gevangenen en zelfs met de bewakers. Wanneer sommigen buitenkomen, kijken ze uit naar een gelukkige thuiskomst en krijgen dat niet helemaal. Zo vervallen ze in een depressie of in hun oude leven.

Toen ik ‘Penitence’ liet zien aan die directeur, gaf hij mij een van de mooiste complimenten die ik ooit heb gekregen: dat het uit het leven gegrepen was. Hij overwoog zelfs om de film op te nemen in het heropvoedingsprogramma van hun gevangenen.

Zoek je graag realisme op?
Vannetelbosch: Ja, dat is voor mij heel belangrijk. Elk scenario dat ik schrijf, dubbelcheck ik bij mensen die ervaring hebben met het onderwerp. Mijn andere kortfilm, ‘Patient’, gaat over twee thuisverpleegsters die door een verbitterde patiënte nogal rot behandeld worden. Daarmee wou ik onderzoeken hoe mensen zich in bepaalde situaties boven anderen kunnen stellen. Toen ben ik te rade gegaan bij mijn vader die dokter is, mijn moeder die verpleegster is en een vriendin die thuisverpleegster is. Voor ‘Sons of No One’ ben ik naar dezelfde directeur gegaan als bij mijn bachelorfilm, die uiteindelijk voor een grote aanpassing in mijn scenario heeft gezorgd.

Neig je naar documentaire of blijf je toch liever bij fictie?
Vannetelbosch: Ik zie mezelf nog wel documentaires maken. Nu ben ik bijvoorbeeld erg bezig met de toestand van onze planeet. Ik probeer minder vlees te eten, omdat het niet ecologisch verantwoord is. Wat mij dan opvalt, is dat ook alternatieven vaak op één of andere manier een negatieve impact hebben. Het enige waarbij je nog enige zekerheid hebt, zijn lokale producten. Daarnaast heb je dan weer het probleem van overbevolking. Daar zou ik me in willen verdiepen, maar het idee vraagt heel veel uitwerking.

Met mijn films wil ik graag een ‘realitycheck’ uitlokken bij het publiek.

Een terugkerende thematiek in je werk is macht.
Vannetelbosch: Misschien moet ik oppassen met wat ik nu allemaal zeg. (lacht) Klant is koning, luidt het. Ik merk echter dat dat idee van een mens eerder een tiran dan een koning maakt. Er vallen mij door eigen ervaringen ook andere situaties op die te maken hebben met machtsposities. Bewakers hebben macht tegenover gedetineerden, maar als je dat doortrekt naar hogere niveaus zoals de politiek en de businesswereld, ziet het er al snel donker uit. Je hoeft niet ver te kijken: elke dag tweet Trump wel iets vreselijks.

Zo is er de boeiende documentaire ‘Merchants of Doubt’. Die gaat over de problemen die de tabaksindustrie ondervond toen men ontdekte dat roken schadelijk is. Toen heeft de industrie volgend principe gehanteerd: in plaats van iets te ontkennen, moet je het gewoon in twijfel trekken en de mensen afleiden, weg van het probleem. Dat principe wordt nu ook gehanteerd voor de opwarming van de aarde: je hoeft weinig meer te doen dan gewoon twijfel zaaien. Op die manier besef ik dat er in de wereld heel veel problemen ontstaan door macht en geld. Dat moet meer aangekaart worden. Ik denk dat ik die trend in mijn werk wel nog even zal aanhouden.

Is cinema voor jou een manier om een mening te uiten, een politiek middel?
Vannetelbosch: Politiek is voor mij nogal ongrijpbaar, een ver-van-mijn-bedshow. In de politiek écht iets veranderen, lijkt me moeilijk. Zowel het Belgische als andere systemen lijken niet echt te werken; democratie is niet écht democratie, daar heb je natuurlijk weer de Verenigde Staten als voorbeeld. Ik bereik met mijn gedachten liever de gewone mens. Als verandering er echt moet komen, zal dat eerder bij hen beginnen dan bij politici.

 


Hans Vannetelbosch (rechts) en zijn cast op de set van 'Sons of No One'

 

Zijn er personen, genres of films waar je graag inspiratie uit put?
Vannetelbosch: Ik kijk heel graag fictiefilms, maar ik denk dat ik daar momenteel zelf teveel mee bezig ben. Ik kan bijna niet meer naar een film kijken zonder na te denken over alles wat ik zie. Dat is beroepsmisvorming, naar ’t schijnt gaat het over. (lacht) Ik bekijk steeds meer documentaires. Die draaien om feiten, niet zomaar een verhaal. Wanneer ik iets maak, moet het gebaseerd zijn op iets wat écht kan. Met mijn eigen films wil ik graag een soort ‘realitycheck’ uitlokken bij het publiek; mensen moeten iets voelen.

Een praktische vraag: hoe kies je je crew?
Vannetelbosch: Ik hou wel van ‘de familie op set’. Daarom werk ik graag met mensen met wie ik al eerder heb gewerkt. Actrices Nora Alberdi Perez en Jacqueline Ghaye hebben ondertussen al drie keer meegespeeld in mijn films. Door vijf jaar weg te zijn van de filmopleiding, had ik het gevoel dat ik iets moest goedmaken, dus ik nam mezelf voor om bij elk project een grote stap vooruit te zetten. Op die manier bleef mijn basiscrew dezelfde, maar breidde die zich wel elke keer uit. Het is heel leuk om op die manier te werken.

Je crew wordt steeds groter. Heb je graag controle in de beslissingen die gemaakt (moeten) worden?
Vannetelbosch: De Franse filmmaker Bertrand Bonello zei ooit dat hij zichzelf ziet als filmmaker, omdat hij graag met élk aspect van een film bezig is. Een filmregisseur, daarentegen, krijgt een scenario, regisseert het en helpt monteren en gaat daarna verder naar een nieuw project. Die opsplitsing vind ik wel interessant. Ik schrijf mijn eigen scenario en ben daarna betrokken bij alles. Ik zie mezelf niet snel iets regisseren dat ik niet zelf geschreven heb. Noem mij dus maar een filmmaker.

‘Sons of No One’ is geen goedkope kortfilm. Hoe heb je je budget verzameld?
Vannetelbosch: Ik heb momenteel zo goed als alles zelf gefinancierd. ‘Patient’ was een schoolproject en kostte dus niets. ‘Penitence’ heeft me drieduizend euro gekost, allemaal spaargeld. ‘Sons of No One’ kostte ongeveer zestienduizend euro. Zoveel had ik niet. (lacht) Ik ben een crowdfundingcampagne gestart en heb de rest aangevuld vanuit mijn resterende spaargeld en een lening. Die ben ik momenteel nog aan het afbetalen.

Die kost is natuurlijk een gevolg van wat ik daarnet zei: bij elk project een stap vooruit willen zetten. Er helemaal voor gaan, dat is een raad die ik aan elke filmstudent kan geven. Als je echt een filmmaker wil worden, moet je af en toe bereid zijn een sprong in het diepe te wagen. Ik ben op zich best blij dat ik nu die schulden heb, omdat het mij wel tot hier heeft gebracht. Geld komt en gaat.

‘Sons of No One’ maakt deelt uit van de kortfilmcompetitie tijdens het BREEDBEELD Kortfilmfestival op zaterdag 22 september. Op 11 oktober weten we of ‘Sons of No One’ een Student Academy Award in de wacht sleept.