Interview

"Films maken is een beetje topsport: je moet een lange adem hebben."

Regisseur Inès Eshun over haar roots, poëtische cinema & maatschappelijke ruis.

Lees meer over

21.09.2018 Niels Putman

Een jaar geleden studeerde Inès Eshun af aan het RITCS in Brussel. ‘Het Leven van Esteban’ leverde haar een Student Visionary Award op in het New Yorkse Tribeca, waarna een indrukwekkend internationaal festivalparcours volgde. Nu schrijft ze aan een langspeelfilm, geproduceerd door ‘I Am Not Your Negro’-producent Raoul Peck. “Er was meteen een oprechte connectie.”

‘Het Leven van Esteban’ heeft een jaar langs verschillende festivals gereisd. Het begon in 2014 met een kortverhaal.
Eshun: Een tijdje nadat ik het kortverhaal schreef, begon ik te fantaseren over een verfilming. Ik zag sommige beelden zo voor me. Ik had een literaire prijs gewonnen met het verhaal, dus in zekere zin was er al een publiek. Maar ik vroeg me af of het materiaal was voor een kortfilm, of een langspeelfilm. Uiteindelijk besloot ik dat kortfilm de juiste keuze was en dat ik er mijn masterfilm van zou maken. Het verhaal is dus lang bij mij gebleven, want we hebben in 2016 gedraaid en vervolgens erg lang aan de beeldmontage gewerkt. Uitzonderlijk lang voor een kortfilm, vermoed ik. Het is een mozaïekfilm, met sprongen doorheen de tijd en verschillende acteurs die één hoofdpersonage vertolken: dat was een enorme puzzel.

Je schreef het kortverhaal dus oorspronkelijk niet met de bedoeling er een film over te maken?
Eshun: Tijdens mijn tijd aan het RITCS probeerde ik al mijn passies te blijven onderzoeken, schrijven is er daar één van. Een kortverhaal is voor mij artistiek even waardevol. Het regisseren is voor mij altijd gestart vanuit het schrijven. Vroeger schreef ik veel poëzie. Ik was toen bezig met dat te verbeelden en dat heeft me bij film gebracht.

Heb je cinema dan vooral aan de filmschool ontdekt?
Eshun: Veel eerder al, gelukkig. Cinema is voor mij altijd al een ontsnappingsroute geweest uit mijn dagelijkse realiteit. Ik verslond mijn hele adolescentie films. De ‘making of’ was altijd mijn favoriete gedeelte en als ik de film goed vond bekeek ik die vaak meerdere keren. Ik ben terug op het RITCS gekomen toen ik 27 was, ik had toen al allerlei werkervaring opgedaan. Ik heb een tijd lang in de cultuursector gewerkt, heb stages gedaan op sets. Tegelijk schreef ik voor mezelf verhalen in prozavorm, scenario’s én ik had vooral concrete plannen om films te maken. Film is mijn grootste passie; naar de filmschool gaan was op dat moment de kortste weg naar mijn doel. Mijn plan was ook heel helder: voor elk jaar wist ik wat ik wou vertellen en tijdens mijn masterjaar wist ik wat ik daarna wou gaan doen.

 


Setfoto 'Het Leven van Esteban' © Flo Van Deuren

 

Klinkt als een ambitieus plan, terwijl de filmindustrie veel hobbelige wegen kent. Of ervaar je dat niet zo?
Eshun: Soms klinkt het alsof alles van een leien dakje is verlopen, maar dat is uiteraard niet zo. Ik was rond mijn twintigste al eens aan de filmschool begonnen, maar ben toen niet gebleven. Het is alleszins een eigenzinnig parcours geweest. Ik vertrek steeds vanuit het verhaal dat ik wil vertellen en hou me verder niet bezig met de moeilijkheden waar ik op kan botsen. Die ontdek ik wel en cours de route. Als er een hindernis is, dan springen we links, rechts of erover. Dat klinkt misschien onrealistisch, maar dat is volgens mij de enige manier om het te doen. Ik ga ook steeds over mijn limieten heen, maar dat hoort bij het proces.

Zat je bij het maken van ‘Esteban’ ook soms aan je limiet?
Eshun: Iedereen met wie ik sprak over het scenario vroeg zich af waarom ik het mezelf zo moeilijk maakte. Ik hoorde wel dat mensen dat zeiden, maar het drong niet door. Als ik gebeten ben om iets te vertellen, dan ben ik Angela Merkel en denk ik “wir schaffen das”. (lacht) Het productionele schrikt me niet af, daar sta ik zelf sterk in en ik heb me goed laten omringen. Verhaaltechnisch was het wel een heuse puzzel. Het is ook een erg persoonlijke film. De weerstand met mezelf en twijfels waren groter dan organisatorische vraagstukken. Het was zeker een zwaar proces, maar ik ben heel blij dat we het zo hebben gedaan. Uiteindelijk heb ik op heel veel verschillende niveaus dingen bijgeleerd: met heel wat acteurs gewerkt, een originele score gemaakt, etc., maar ook over mezelf als maker. Een beetje als een beginnende componist die alle instrumenten wil leren gebruiken die hij heeft.

Is je film semi-autobiografisch?
Eshun: Zo zou ik het niet noemen. Het kortverhaal kwam heel erg vanuit de buik en is ook wel gelinkt aan bepaalde zaken die ik heb meegemaakt als kind. Het is zeker gegroeid vanuit eigen ervaringen, soms ook concrete herinneringen. Maar in de adaptatie ervan heb ik er veel fictie bij gehaald. Tijdens het schrijven doe ik veel research naar interessante verhalen of anekdotes – afhankelijk van waar mijn intuïtie mij brengt.

Waar liggen jouw eigen roots?
Eshun: Mijn mama is half-Belgisch, half-Ests en mijn vader komt uit Ghana. Ik heb mijn echte vader tijdens het opgroeien niet gekend, wel de papa van mijn broer en zus. Hij kwam uit Frans-Guyana. De eerste zes jaar van ons leven zijn we opgegroeid in Frankrijk. Mijn afkomst is dus super eclectisch, met heel veel verschillende wortels.

Film is bijna het existentieel medium bij uitstek.

De kiem van je kortfilm, een jongen die op zoek gaat naar de vader die hij nooit heeft gekend, is dus wel autobiografisch?
Eshun: Ik heb m’n vader pas ontmoet toen ik zeventien was. Zo’n persoonlijke verbintenis met het verhaal, vind ik heel dubbel: het helpt, maar soms houdt dat ook tegen. Ik geloof wel dat sterk werk vaak voortkomt uit wat persoonlijk is. Maar in ‘Het Leven van Esteban’ is alles zeer schattig, terwijl ik in mijn leven veel dingen heb gezien die veel minder schattig waren. Toch wou ik iets positief vertellen. Na een lang parcours aan de filmschool, stelde ik me de vraag of ik de omstandigheden van een moeilijke jeugd kon overstijgen. Daar zit voor mij de persoonlijke kern: kan Esteban zijn turbulente jeugd ontgroeien? Ja, misschien wel.

Lijkt Esteban dan ook op je broer?
Eshun: Mijn broer is professioneel basketballer. Zijn ambities liepen altijd parallel met die van mij. Voor mij is die sportmetafoor heel herkenbaar. Films maken is in zekere zin ook een beetje topsport: je moet echt wel een lange adem hebben. Er zit dus zowel iets van mij als van mijn broer in Esteban.

Is de stijl van ‘Esteban’ die waarin je graag verder wil?
Eshun: Ik experimenteel sowieso heel graag met vorm, maar ik denk dat de rode draad doorheen mijn werk eerder in de keuze van mijn onderwerpen zit. Die zijn steeds sociaal geëngageerd. Ik kies voor personages die niet makkelijk hun stem kunnen laten horen, door sociale, politieke, economische of welke reden dan ook. Hun verhaal wil ik vertellen.

Je kortfilms zijn allen erg poëtisch.
Eshun: Dat is het soort cinema dat me aantrekt. Voor mij hangt poëzie samen met het existentiële. Film is bijna het existentieel medium bij uitstek. Poëzie is voor mij een vorm proberen geven aan het ongrijpbare van het leven. Op die manier is poëzie eigenlijk bijna de essentie, het leven zelf.

Moet film dan ook een ervaring zijn?
Eshun: Absoluut, ik wil geen vrijblijvend werk maken. In mijn films probeer ik verschillende zaken met elkaar te verbinden: de thematiek van het sociaalrealisme van makers als de Dardennes, met de grote existentiële en hoogstpersoonlijke cinema van bijvoorbeeld Bergman. Als je zo’n film hebt gezien, ben je als mens veranderd. Op die manier een glimp van jezelf of de ander kunnen opvangen in een cinemazaal, dat is iets ongelofelijk. Film als een gefragmenteerde spiegel. Maar ik pin mezelf niet vast, ik vind het te vroeg, zeker als pas afgestudeerd filmmaker, om al syntheses te gaan maken over mijn eigen werk.

Toch lukt dat al aardig?
Eshun: Het is zeer dubbel. Ik ben extreem controlegericht, dus ik probeer graag grip te krijgen op alles, zoals ook mijn eigen proces. Tegelijkertijd zit in nu in een fase waarin ik heel erg wil proberen loslaten; terug volledig openstaan en voelen wanneer iets mij raakt. Dat pad zal me dan wel brengen tot waar ik moet geraken.

 


Still 'Het Leven van Esteban' © Dries De Clercq

 

Maar je plannen zijn concreter dan dat, toch?
Eshun: Ja, ik zet heel concrete doelen voor mezelf. Mijn stappenplan komt uit een hele grote verbetenheid. Ik vond het belangrijk om bepaalde mensen rondom mij trots te maken, zoals mijn jongere broer en mijn zus. Ik wou tonen dat als je iets wil en je je ergens voor inzet, het ook wel echt kan lukken, al zijn de kansen klein.

Een grote bewijsdrang, dus?
Eshun: Niet zozeer een bewijsdrang. Ik ben opgegroeid in sociale woonwijken, heb geen makkelijke jeugd gehad. Als ik dan kijk naar de statistieken: mensen die uit dezelfde socio-economische context komen als ikzelf, moeten héél erg hun best doen om af te studeren als filmmaker, laat staan carrière te maken. Dat is de harde realiteit. Mijn parcours is niet vanzelfsprekend.

Vind je het moeilijk om over je eigen werk te praten?
Eshun: Ja, maar ik vind het wel interessant om er een soort taal aan te proberen geven. Na vertoningen merk ik soms dat mensen daar behoefte aan hebben, ook aan gesprekken rond de thema’s uit mijn film. Maar ik vind het zeker niet gemakkelijk, omdat film zo’n proces is van jaren. Ik vind het niet slecht om een idee enkele jaren te laten rijpen, ook nog nadat de film af is. Stilte is ook underrated. Het zou misschien goed zijn om de rest van mijn leven enkel boeken te lezen, te schrijven, films te maken en verder maar heel af en toe in het publieke debat naar buiten te komen. Misschien moet mijn bijdrage aan alle maatschappelijke ruis gewoon mijn werk zijn, zonder meer.

Is er té veel ruis?
Eshun: We leven in een tijd waar heel veel mensen een podium krijgen om ‘snel snel’ een mening te hebben en die te verdedigen. Vaak vraag ik me de meerwaarde daarvan af. De connectie en de dialoog vind ik wél belangrijk, maar hoe moet ik het zeggen…

Als iedereen op Twitter van zijn of haar mening een schilderij of een film zou maken, dat zou helpen?
Eshun: Misschien. (lacht) Wat rustig blijven en naar binnen keren in plaats van roepen en wijzen. Ik probeer zelf comfortabel te zijn met het feit dat ik dingen soms niet weet of dat ik er lang over moet nadenken. Ik denk dat mensen zich in het algemeen daar meer comfortabel in zouden mogen voelen. Minder de tijd volpraten. Dat is het moeilijke: een standpunt innemen, terwijl je morgen misschien weer iets anders denkt. We zijn gebrekkig als mensen, dus we behelpen ons.

Vind je het belangrijk om met een film naar buiten te komen?
Eshun: De connectie vind ik belangrijk. Je voelt het verschil wanneer mensen na het kijken van je film buitenkomen en of ze iets beleefd hebben, of niet. Op het moment dat de film af is, is het al lang niet meer mijn film. We hebben in totaal met tientallen mensen aan ‘Het Leven van Esteban’ gewerkt, velen van hen hebben daar maanden tijd in gestoken. De film is daardoor niet alleen van mij, maar van ons allemaal. Het is een product van een bepaalde energie en veel werk tussen verschillende mensen. Het is het werk van die vele mensen, dat ik naar buiten breng.

Misschien moet mijn bijdrage aan alle maatschappelijke ruis gewoon mijn werk zijn, zonder meer.

Je volgende film zal geproduceerd worden door Raoul Peck. Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?
Eshun: Ik hield een Artist Talk in Brussel en Raoul heeft me daarna aangesproken, omdat hij een verbondenheid voelde met waar ik over sprak. Er is een oprechte connectie ontstaan vanuit de thematieken die ons beiden interesseren, hij herkende ook zichzelf als jonge maker in mijn parcours.

Samen werken jullie nu aan je langspeeldebuut. Niet mis.
Eshun: Dat is het plan. Het is allemaal heel snel echt aan het worden. Raoul is ook zeer politiek en sociaal geëngageerd. De film moet niet binnen zeven jaar in de zalen komen, vindt ook hij. We moeten ervoor gaan: als we klaar zijn om te draaien, dan zullen we draaien.

 


Setfoto 'Het Leven van Esteban' © Flo Van Deuren

 

Jij deelt dat gevoel?
Eshun: Zeker, maar het moet wel goed zijn om te beginnen. Ik wil vertrekken vanuit een ijzersterk scenario zodat het alleen maar sterker kan worden. Daar wil ik echt wel de tijd voor; ik wil een aanloop kunnen nemen.

Heb je een bepaalde schrijfroutine?
Eshun: Het is de eerste keer dat ik aan een langspeelfilm schrijf, dus die routine ben ik nu volop aan het uitzoeken. Ik merk dat ik mij soms volledig afsluit, en soms behoefte heb aan ’s avonds buitenkomen, met mensen te spreken, naar theater gaan. Connecteren met wat er in mij en rondom mij gebeurt en die connectie terug naar het scenario brengen.

Kan je al iets over de inhoud kwijt?
Eshun: Ik ben vertrokken vanuit het verhaal van een alleenstaande zwarte man die wordt gedeporteerd nadat hij vijfendertig jaar illegaal in Europa heeft geleefd, en hoe dat zo ver is kunnen komen. Een aantal van de thema’s die aan bod komen in ‘Het Leven van Esteban’, zoals racisme, identiteit en migratie zullen zeker ook passeren in mijn langspeeldebuut.

Coverfoto © Jelle Sluyts