Interview

"Eigenlijk ben ik een gefrustreerde fotograaf."

Muzikant Baloji voelt eindelijk erkenning als filmmaker, na de bekroning van zijn DIY-kortfilm 'Zombies'.

Lees meer over

11.05.2019 Jan Sulmont

Muzikant, regisseur, multitalent. Van Starflam tot Oberhausen: Baloji's experimentele muziekvideo ‘Zombies’ won begin mei de Principal Prize op het legendarische filmfestival, editie 2019. Niet in de sectie muziekvideo, maar tussen niet minder dan vijftig mondiaal geselecteerde experimentele en vaak intellectuele korte films.

Baloji: Ik vind het best fantastisch. De hele wereld komt hier langs. Ik geniet eerlijk gezegd van die erkenning op een cinefiel festival, want in België voel ik me niet altijd serieus genomen als regisseur. Zelfs niet als muzikant, maar bon. Voor ‘Zombies’ stond ik bij alle filmfondsen voor een gesloten deur. Ik schraapte uiteindelijk twintigduizend euro bij elkaar en ben in Kinshasa gaan draaien.

Is het makkelijk filmen in de hoofdstad van de Democratische Republiek Congo?
Baloji: Kinshasa is de hoofdstad van het onverwachte. Ik ben er ooit drie dagen in de gevangenis gevlogen omdat ik filmde waar dat zogezegd niet mocht. Maar ook ‘Zombies’ was een helse opname. Drie dagen, zonder eerste regieassistent. Mijn film is DIY: ik maak de muziek, regisseer, speel er in mee, doe de styling. En dan komt er uiteindelijk toch weinig respons. Dat vind ik vreemd.

Je weet dat ik heb samengewerkt met Bazart. Als Mathieu (Terryn, zanger nvdr) zelf een film als ‘Zombies’ zou maken, dan staat de Belgische pers op zijn kop. Maar noem mij één medium dat over mijn film praatte. Behalve jullie nu, dan. Ik vind de idee dat kortfilms enkel een laboratorium zouden zijn "un peu disrespectful". Pijnlijk zelfs. Dan denkt men: je probeert maar wat met die korte films. Niemand ziet het behalve de professionals. Triestig.
 


'Zombies'

 

Heb je daarom ‘Zombies’ meteen op YouTube gedropt?
Baloji: Ja, tuurlijk. Een film moet door zoveel mogelijk mensen worden gezien. Vrienden van mij maken kortfilms, die passeren langs tien festivals en that's it. Dan zwieren ze die maar op Vimeo. Zo jammer! Ik speelde mee in de jeugdfilm ‘Binti’ van Frederike Migom, met mijn dochter Bebel trouwens. Hoeveel mensen hebben Federikes kortfilm ‘Nkosi Coiffure’ gezien, ondanks de prijzen die ze won? We hebben straffe platformen nodig die films laten verder leven. Of ze sterven uit. Hetzelfde bij langspeelfilm. ‘Binti’ haalde wel wat kijkers in de zaal maar allicht nog veel meer via video on demand. Gelukkig dat die VOD dan bestaat: die film verdient het om gezien te worden.

Jouw DIY-project ‘Zombies’ ook.
Baloji: Deze prijs zal daar misschien voor zorgen. Ik had natuurlijk wel mensen rond me heen om de film te maken. De futuristische kostuums zijn voorbereid met studenten van de Modeacademie Antwerpen. Maar het storyboarden, dat doe ik zelf. ‘Zombies’ lijkt misschien één intuïtieve flow, maar elk shot is minutieus voorbereid. Als je een droomachtige voortgang in de film ziet, zoveel te beter, maar dat was niet meteen de bedoeling. Mijn cameraman komt uit de wereld van de documentaire, maar ik maak ook zelf mijn beelden. Eigenlijk ben ik een “photographe frustré”.

Sterke beelden genoeg in ‘Zombies’. Het meisje met de rechtopstaande vlechten bijvoorbeeld, die als antennes connectie maken met de wereld. De Jackie Brown-achtige travelshots van trotse meisjes die rondlopen in de straten van Kinshasa. Of de sfeer in de kapsalons daar.
Baloji: Ik heb heel mijn leven des tresses (Afrikaanse vlechten, nvdr) gehad. De cultuur in die kapsalons, die draag ik in mij mee. Ik moet er minstens vijf volle jaren hebben versleten in totaal. Van mijn zestien tot mijn vijfentwintig zat ik om de twee weken toch zeker twee volle uren in het kapsalon. Kijk naar beelden van mijn periode bij de rappers van Starflam: des tresses. Dus dat beeld staat dicht bij mij.

"Het fantastische zal altijd deel uitmaken van mijn cinema."

We kennen je eerst en vooral als muzikant. Ben je ook een filmfan?
Baloji: Ik houd zoveel van film! Franse cinema, blaxploitation, westerns,… ‘Zombies’ is ook beïnvloed door Wong-Kar Wai en de broers Safdie, twee jonge New Yorkers die ‘Heaven Knows What’ maakten en ‘Good Time’ met Robert Pattinson. Ze mengen realiteit met fictie; ik vind hen briljant. Oh, en Almodóvar! Ik houd enorm van zijn cinema. De nineties-Almodóvar dan vooral: hoe hij beelden kadreert en zijn verhalen soms radicaal onderbreekt.

Ook jouw film ‘Zombies’ houdt niet vast aan één thema. Je focust op selfieverslaving, maar tussendoor passeren ook patserige Afrikaanse dictators, mannelijke zeemeerminnen en ecologische oprispingen.
Baloji: Over dat laatste: ik toon inderdaad een gigantische afvalberg. Net zoals de film ‘Basura’ die ik hier in Oberhausen zag, waarin de Filippijn Roberth Fuentes minutenlang ronddanst in een zee van plastic. Maar wat ik toon bestaat echt in Kinshasa. Dat is geen plek waar mensen hun afval gaan lozen. Het afval komt gewoon van overal, het stroomt met de regen mee richting die rivier.


Baloji won de Principal Prize op het 65e Internationale Kortfilmfestival Oberhausen

 

En die zeemeerman? Die is geïnspireerd op bestaande LGBTQ-gemeenschappen in Congo. Sommigen worden gecastreerd door hun omgeving, omdat ze “connected to the devil” zouden zijn. Vreselijk gewoon. Al heb ik geen haat/liefde verhouding met Congo. Het is wat het is. Ik toon ook de sublieme kant. West-Afrikaanse cinema, uit Mali bijvoorbeeld, is vaak heel bedachtzaam, erg naturalistisch. Maar die toont wat mij betreft niet ons huidige Afrika. Er is zoveel meer om te tonen. Zag je die film van de Senegalese Mati Diop, ‘Atlantique’, die straks in de officiële competitie in Cannes meedingt naar de Gouden Palm? Die toont een ander Afrika, een ander Dakar, een andere energie. Dat vind ik essentieel.

Het nieuwe Afrika-museum in Tervuren, de documentaires op televisie over de koloniale tijd: België lijkt eindelijk klaar om zijn verleden in de ogen te kijken?
Baloji: Daar ben ik niet mee bezig. Alsof je aan een Duitser vraagt om de jaren dertig te herschrijven. We leven in het nu. Het standbeeld van Leopold II in Oostende moet voor mij niet neergehaald worden. Moeilijk te ontkennen dat hij een slavenhandelaar was. Maar c'est comma ça. De vraag is, wat doen we er nu mee? Natuurlijk is die thematiek daar nog. Als ik een scenario lees waarin een rol niet expliciet voor een zwarte man is geschreven, dan krijg ik hem niet. Daar gaat het nu nog altijd over.

 

‘Zombies’ spat van het scherm, maar anders dan bij Almodóvar is één kleur prominent: je film barst van de gele accenten.
Baloji: Weet je, ik ben één van die mensen met synesthesie. Kleuren komen bij mij heel zintuiglijk binnen. Denk aan de kleuren bij Wes Anderson, nog zo'n regisseur waar ik van houd. Mijn laatste album '137 Avenue Kaniama' draait rond drie kleuren. De songs in ‘Zombies’ zijn geel, de muziekvideo ‘Peau de Chagrin / Bleu de Nuit’ is blauw. Een derde deel is oranje. Moet je eens wat weten? Twee weken voor ik ging draaien, werden alle taxi's in Congo plots geel. Een goeie beslissing, de hele wereld doet het zo. Behalve België en Frankrijk dan.

Blijf je films maken?
Baloji: Dat zal wel zijn. Er liggen twee langspeelfilmscenario's op tafel, die ik zelf wil regisseren en er ook zelf in meespelen. Narratieve films, wel degelijk. Met muziek natuurlijk, en behoorlijk wat onirisme (staat van hallucinatie, nvdr). Momenteel ben ik veel Mexicaanse films aan het checken. Ik zie een link tussen Congo en de Azteken, in de kleuren bijvoorbeeld. Of in het fantastische. Ik heet Baloji, "man van de wetenschap" in sommige interpretaties, "duistere magiër" in andere. Het fantastische zal altijd deel uitmaken van mijn cinema. Of die twee langspeelfilms er komen? Geen idee. Maar ik blijf er voor gaan. Maar ik ben ook nog bezig met een kortfilm hoor, 'Augure' gaat die heten.

Zoals het Italiaanse auguri: beste wensen!

Coverfoto © Pohoda Festival