Interview

"Als documentairemaker is de camera mijn schild."

Voor zijn RITCS-afstudeerfilm 'Voor Eunice' kreeg Jaan Stevens een Wildcard van het Vlaams Audiovisueel Fonds.
Lichting 2019

Lees meer over

02.07.2020 Kate Voet

Voor zijn tedere documentaire 'Voor Eunice' ontving Jaan Stevens vorig jaar een Wildcard van het VAF. Kort daarna begon Covid19 door de wereld te razen en werden tal van festivals afgelast, nog voor Stevens’ film op reis kon vertrekken. Deze zomer is de korte documentaire te zien op Canvas, later volgt ook nog een vertoning tijdens Docville.

Met 'Voor Eunice' trekt Jaan Stevens ons voorzichtig binnen in de wereld van de jonge zusjes Eunice en Tarma, respectievelijk zeven en negen jaar, die samen opgroeien omringd door de betonnen woontorens op het Antwerpse Linkeroever. Wanneer de realiteit rondom hen steeds meedogenlozer wordt, wordt ook hun speelse onschuld meer op de proef gesteld.

Stevens bracht maandenlang tijd met hen door, zonder ook maar een ogenblik te filmen. Het maakproces bestond dan ook voor negentig procent uit het opbouwen van een band met de meisjes, die in een wijk van 7000 inwoners meteen zijn aandacht wisten te grijpen. Hun aanvankelijke onschuld maakte snel plaats voor diepe verwondering: “Ik besefte vrij snel dat ik ontzettend veel plezier met hen had, nog voor het maakproces begonnen was. De enige reden dat je als maker dat proces vervolgens volhoudt, is omdat je je personages graag begint te zien.”

 


'Voor Eunice'

 

Vind je het jammer dat er momenten waren die je niet op beeld hebt kunnen vangen, in de maanden die voorafgingen aan de opnames?
Stevens: Dat gevoel is er altijd, maar mijn docenten hebben me altijd meegegeven: mensen hangen aan elkaar met herhalingen. Alles wat we doen, doen we vervolgens dertig keer opnieuw. Je moet het maar een enkele keer kunnen vastleggen. Later werd ook duidelijk dat het materiaal van de testdagen ook niet bruikbaar was omdat het voelde alsof deze opnames los stonden van de uiteindelijke draaidagen. Jonge kinderen groeien zo ongelofelijk snel dat je hen fysiek en qua persoonlijkheid na enkele maanden amper nog herkent.

Werd er dan veel meer gesproken dan gedraaid?
Stevens: Sowieso. Samen met geluidsman Gillis Van der Wee heb ik, als regisseur en cameraman, zestien dagen gedraaid, verspreid over zes maanden. Die draaidagen waren van de weinige momenten dat ik de zusjes ook echt gezien heb, nadat ik wekenlang telefonisch met hen had gesproken om een band op te bouwen. Zonder het kwalitatieve, reële contact met hen in het jeugdhuis was ik nooit zo dichtbij hen kunnen komen.

Schrikte de camera hen af?
Stevens: Ik probeerde naar hen toe te gaan en steeds duidelijk te zijn over mijn aanwezigheid: dat ik kwam filmen, en niet kwam spelen bijvoorbeeld. De draaidagen verliepen echter wel zo dat ik soms de camera probeerde weg te leggen. Ik kreeg van velen te horen dat ik moest blijven draaien, en het opgroeien moest volgen doorheen de jaren. Maar ik voel dat ik zo mijn band met hen, die nu heel goed is, ook op het spel zou hebben gezet. Ze geven zichzelf volledig bloot en ze beseffen ook heel erg goed wat de impact hiervan is op henzelf.

Ik sluit mezelf graag op in een arena, waar ik veel kan voelen of zien.

Hoe merkte je dat?
Stevens: Op een gegeven moment zien ze de camera niet meer als hun vriend, maar als indringer. Als maker moet je bewust zijn van het feit dat je sowieso als indringer in hun leven komt. Je moet als het ware uit die positie stappen, maar je vervalt er ook snel weer in als je niet oplet en te voyeuristisch wordt. Door alleen maar te filmen, en verder geen rol te hebben in hun leven, wordt het bevreemdend voor de kinderen. Na zestien dagen was het 'op', maar nadien vroegen ze al gauw: wanneer maken we opnieuw een film?

Hoe ben je bij deze zusjes terecht gekomen?
Stevens: Ik heb er altijd moeite mee om van scratch te beginnen schrijven. Ik sluit mezelf graag op in een arena, waar ik veel kan voelen of zien. Op een gegeven moment vertelde een familielid me over Linkeroever, en de school waar ze werkte. Dat trok me onmiddellijk aan. Aanvankelijk wilde ik iets doen rond “buurtregisseurs”, mensen die de verbinding leggen tussen school en thuis. Vervolgens kwam ik al snel uit bij het jeugdhuis, waar ik Eunice en Tarma heb leren kennen. Ik werk graag met kinderen, ze trekken me aan. Ik weet eigenlijk niet waarom. Volwassenen filmen lijkt me behoorlijk spannend.

Waarom?
Stevens: Ik vraag me voortdurend af wat mensen écht denken. Hun eerste laag interesseert me niet, wel wat daaronder zit. Dat is ook wat me aantrekt binnen documentaire; op de set van een fictiefilm kan je daar veel minder mee bezig zijn. Als documentairemaker is mijn camera daarom ook mijn schild. Het zit me niet in de weg maar het helpt me om een rol aan te nemen: voor jullie ben ik nu dit. Kinderen laten zichzelf sneller zien en door te focussen op de kinderen, voelen de volwassenen zich minder aangevallen door de camera. De meeste volwassenen hebben er moeite mee om gefilmd te worden, maar als je ze dan letterlijk uit beeld houdt, vinden ze wel een manier om er toch in te komen. Zo wilde ook de moeder plots wel aanwezig zijn.

Hun moeder stelt zichzelf ook erg kwetsbaar op. Hoe heb je je relatie met haar kunnen opbouwen?
Stevens: Over de rol van de moeder heb ik het meest gediscussieerd met docenten. Ik wilde op een ethisch correcte manier met haar en de kinderen omgaan. Ik kwam bij hen via het jeugdhuis, waar de kinderen elke dag veel tijd doorbrengen en waar zowel de kinderen als ouders veel vertrouwen in leggen. Het is bijna een vorm van co-ouderschap, dus dat vertrouwen heb ik snel gekregen van Eunice’s en Tarma’s moeder. Ze gaf me vrij snel carte blanche, en heeft nooit op mijn vingers staan kijken. In het begin had ze zelf moeite met de camera, maar nadien mocht ik ook haar filmen. Ze heeft de afgewerkte film gezien, en vond het interessant om te ontdekken hoe haar kinderen zich op school gedragen. Wel vond ze het schokkend om te zien hoe hard haar kinderen gepest werden.

 


'Voor Eunice'

 

De vader zweeft als een fantoom doorheen de film — hij komt nooit in beeld?
Stevens: Om hem ook in het verhaal te betrekken, had ik een andere film moeten maken. Als de meisjes er veel belang aan zouden hebben gehecht, zou hij ook meer in de film zitten, maar ook voor hen is hij een mysterie. Daarom heb ik dat ook in de film zo behouden. Het ene moment is hij aan het werk, het andere moment bij de voetbalclub, dan weer in Ghana… Zij wisten nooit waar hij was.

De meisjes lijken enorm op elkaar te steunen, ook al maken ze dat met weinig woorden duidelijk. Hoe kijk jij naar hun relatie?
Stevens: Ik denk dat als een van hen weg zou vallen, de ander gek wordt. Ze kunnen elkaar niet uitstaan, maar kunnen ook absoluut niet zonder elkaar. Een haat-liefde verhouding, tot in het extreme. Dat heeft me erg geraakt. Tarma, die twee jaar ouder is, neemt ook meer verantwoordelijkheid op zich; Ze kan zich beter inhouden en kijkt ook uit voor haar zusje. Hun moeder speelt een grote rol in hun leven, maar ze hebben in zekere zin ook elkaar opgevoed.

Hoe kijk je naar hun opvoeding?
Stevens: Ik heb veel geleerd over culturele verschillen, en hoe die tot uiting komen in opvoeding. In de Ghanese cultuur is het opvoeden van een kind iets wat je als gemeenschap doet, als een verantwoordelijkheid voor iedereen. Als je ziet dat een kind van iemand anders iets fout doet, geef je die een berisping. Net zoals wij ons misschien verbazen over deze verschillen, stellen zij zich mogelijk vragen bij onze individualistische manier van opvoeden.

Ik kreeg de indruk dat ze die Ghanese gemeenschap ook missen. Hier lijken ze toch enigszins geïsoleerd te leven.
Stevens: Vooral hun moeder probeert heel erg vast te houden aan haar gemeenschap, en bezoekt om die reden ook wekelijks op zondag hun kerk. Met zo’n vijftig gelovigen komen ze dan samen in een Antwerpse garage — uiteindelijk zijn dat mensen die van over de hele stad samenkomen, enkel op die dag. De kerk wilde ik in beeld brengen om te tonen dat Eunice en Tarma weinig verbondenheid voelen met het geloof en de gemeenschap van hun moeder, hoezeer zij ook haar kinderen daar kennis mee wil laten maken. De meisjes zijn ongelovige Belgen. Als de juf aan hen vraagt waar hun roots liggen, dan is dat moeilijk voor hen. Ze zijn geboren op Linkeroever, en willen daar wellicht ook het liefst sterven.

Er wordt door verscheidene architecten beweerd dat Linkeroever in vele opzichten gefaald is, maar ik heb nog nooit mensen gezien die zo graag op een plek wonen als de kinderen daar.
 

Het zijn twee jonge kinderen die hun eigen plek in de wereld proberen te vinden. Ze dwalen wat weg van hun moeder. Waarover dromen zij? Hoe zien zij de toekomst?
Stevens: Dat is een typische vraag die je vaak verwacht aan het einde van een film. Wat is je droom nu? Waar gaan we naartoe? Ik heb die vraag ook gesteld, maar ik had wel het gevoel dat die vraag heel onduidelijk bleef, en zo ook het antwoord. De toekomstbeelden die er nu zijn, zijn erg kinderlijk maar ook ontroerend: Eunice wil politieagente, en Tarma dokter — dat ligt allebei erg in de lijn van wie ze zijn. Ze hopen echt op Linkeroever te kunnen blijven. Dat is het mooie aan die buurt: er wordt door verscheidene architecten beweerd dat die omgeving in vele opzichten gefaald is, en dat de plek geen aansluiting heeft met de mensen die er wonen, maar ik heb nog nooit mensen gezien die zo graag op een plek wonen als de kinderen van Linkeroever. Ze hebben zoveel vrijheid; het is een gigantische, autoloze speeltuin. De kinderen kunnen er hard zijn voor elkaar, maar er is ook veel verbondenheid. Ze geven elkaar volgens mij veel meer kansen.

Gillis Van der Wee deed de geluidsopnames, jij de regie en het beeld. Waren jullie altijd met twee?
Stevens: Ja, dat was enorm fijn. Aanvankelijk wilde ik met een cameraman werken, maar dat bleek geen optie: je moet echt kunnen verdwijnen. Gillis en ik kennen elkaar erg goed en dat was ook nodig. Hij is een heel ingetogen persoon, die ook heel goed verdween in het moment en ook goed met kinderen om kan. De perfecte geluidsman voor dit project. Hij eist totaal geen aandacht op en is enkel bezig met zo goed mogelijk het geluid opnemen. We hebben in moeilijke omstandigheden gefilmd, die erg vermoeiend waren, dus ik hoop dat we in de toekomst opnieuw kunnen werken aan andere projecten. Dat hij al het geluid heeft kunnen vangen is uitzonderlijk als je ziet hoe onvoorspelbaar die kinderen naar alle kanten lopen. Een groot talent!

 


'Voor Eunice'

 

Waar werk je momenteel aan?
Stevens: Doordat de wereld stil lag, is ook de research van mijn film voor de Wildcard niet echt opgestart. Elk mogelijk onderwerp werd aangetast door de crisis, waardoor ik niet echt de stabiliteit vond voor inspiratie of onderzoek. Sinds half mei ben ik intensief bezig geweest met een concertfilm voor en samen met Eefje De Visser, die gaat op 3 juli in première via een betalende livestream en verschillende concertzalen in Nederland. Daarna zal hij in zo goed als alle Vlaamse arthouse bioscopen passeren. Nu dit project is afgerond, verhuis ik volgende week naar Brussel om daar weer ruimte en rust te creëren en me vast te bijten in nieuwe arena’s, nieuwe verhalen.

'Voor Eunice' is op zondag 12 juli te zien op Canvas om 21u55, en daarna te bekijken via VRT NU. De film maakt deel uit van het documentairefestival Docville, van 25 september tot 3 oktober. 

Coverfoto © Jaan Stevens