Interview

Alexandre Gilmets 'Poubelle' werd geselecteerd voor Cannes!

In zijn INSAS-afstudeerfilm komt het tot een clash tussen een robuste vuilnisman en een rolstoelgebruiker.
20.05.2016 Niels Putman

Bijna 25 is hij, INSAS-alumni Alexandre Gilmet, die met zijn afstudeerfilm 'Poubelle' geselecteerd werd voor de Cinéfondation (ofte: de studentencompetitie) in Cannes. “Ik werd opgebeld op een zondagavond, rond 21u. Het vreemdste telefoontje ooit."

Vorig jaar maakte Gilmet’s korte film 'Tata', een fictieve documentaire, deel uit van de Short Film Corner van het festival. Daar werd hij aangehaald binnen 'les coups de coeur’, of ook: de veertig favoriete titels van de festivalprogrammatoren uit het uitgebreide Short Film Corner-aanbod. Dit jaar schopt hij het met zijn nieuwe kortfilm een plekje hoger op de ladder, met een selectie binnen de Cinéfondation.

In zijn kortfilm 'Poubelle' komt het tot een clash tussen een robuste vuilnisman (Renaud Rutten) en een rijke man in een rolstoel (Laurent Van Wetter). Het is een energiek drama geworden, met de nodige twists en een scherp randje op het einde. Regisseur Alexandre Gilmet draaide met zijn ploeg, bestaande uit andere INSAS-studenten, tien dagen lang in Luik, met een budget van zo'n €11 000,- (volledig gefinancierd door het INSAS). Het resultaat was afgelopen week te zien in Cannes. Twee minuten na zijn aankomst in het Palais des Festivals, zaten wij al met hem al aan de koffie.

 


'Poubelle'

 

Gefeliciteerd!
Gilmet: Dankjewel (lacht). Ik ben nog steeds een beetje onder de indruk. Mijn afstudeerwerk is af sinds juni vorig jaar, maar eigenlijk komt de film nu pas naar buiten. Omdat Cannes altijd exclusiviteit wil, kon ik m’n film nog niet naar andere festivals opsturen. Dat klinkt heel dubbel, want ik had nooit gedacht dat m’n film geselecteerd zou worden. Langs de andere kant, hoopte ik er misschien toch een beetje op. Toen het telefoontje kwam, viel ik compleet uit de lucht. Misschien ook wel omdat het zondagavond, negen uur was. (lacht)

In de wondere en chaotische wereld die we Cannes noemen, wat ga je hier proberen doen?
Gilmet: Ik denk dat wat iedereen in Cannes doet: genieten in de eerste plaats. Maar voornamelijk ook netwerken, uiteraard. De contacten die je hier kan leggen, dat is zonder twijfel het grootste voordeel van het festival. Er zijn potentiële kopers, distributeurs voor de film waarmee ik wil praten bijvoorbeeld. Ik wil vooral proberen om enkele producers te ontmoeten om het over mijn toekomstige filmplannen te hebben - afwegen of er al enige interesse lonkt of niet. Dat is hier mijn voornaamste doel.

Toekomstige filmplannen? Vertel!
Gilmet: Ik weet dat het nogal gewaagd is om meteen aan een langspeelfilm te denken, maar daar ligt momenteel wel mijn grootste focus. Om eerlijk te zijn, werk ik momenteel aan drie verschillende projecten, maar alledrie staan ze nog heel erg in de beginfase. Eén van hen is de langspeelfilm, de andere een TV-reeks. En ik schrijf ook nog aan een nieuwe kortfilm, voor als die andere twee op een te lange baan worden geschoven.

Je film 'Poubelle', hoe is die tot stand gekomen?
Gilmet: Toen ik twee maand als vuilnisman heb gewerkt, als studentenjob, voelde ik dat ik iets wou schrijven binnen die specifieke omgeving. Ik studeerde toen nog aan het INSAS en één plus één werd snel twee. Inhoudelijk wou ik een film maken waarbij een conflict ontstond tussen een arme vuilnisman en een rijke kerel. Ik wou voornamelijk een conflict creëren waarbij je als toeschouwer geen kant kan kiezen. Iedereen heeft automatisch meer sympathie voor de vuilnisman - je kan er nu eenmaal niks slechts over zeggen - , daarom besloot ik om de rijke man in een rolstoel te steken. Daardoor wisselt de empathie van de kijker tussen de scènes door. Hopelijk toch.

De film werkt in stevig crescendo naar een spannend climax toe. Zelfs het genre lijkt op het einde te verschuiven?
Gilmet: Klopt. Het idee was om gradueel op te bouwen van een licht drama naar een erg intens einde, met enkele thrilller-elementen en plus. Er zit ook veel agressie in de film. Dat is nodig omdat er zoveel haat is tussen die twee personages. Die haat kan je proberen te temperen, maar soms moet dat ook escaleren. Dan wordt het heel fysiek, en heel luid. Het kon niet zonder.

Last but not least: naar welke filmmakers kijk je op?
Gilmet: Mijn invloeden zijn al heel erg gewijzigd ten opzichte van toen ik 15, 16 was. Toen begon mijn interesse in film pas te bloeien. Destijds was ik vooral in de ban door Amerikaanse cinema, regisseurs zoals Stanley Kubrick en Martin Scorsese. Tegenwoordig kijk ik vooral op naar Deense en, ja, zelfs Vlaamse cinema. Ik voel dat Deense & Vlaamse makers meer vrijheid hebben, ze kunnen bij wijze van spreken elke kant op gaan die ze willen. Ik weet niet hoe het komt, maar ik voel dat we hier in Wallonië steeds opnieuw hetzelfde verhaal moeten vertellen. Iemand zoals Lars von Trier of Thomas Vinterberg heeft dat probleem niet. In Vlaanderen lijkt dat ook goed mee te vallen. Ik heb bijvoorbeeld erg kunnen genieten van films zoals 'D’Ardennen', 'Rundskop' en Ex Drummer.

Veel succes, Alexandre!