Verslag

Lichting 2019: Sint-Lukas Brussel

Een groot aantal kersverse regisseurs laat van zich horen!
Lichting 2019
03.10.2019 Kortfilm.be-redactie

Sint-Lukas Brussel bracht de laatste jaren al heel wat interessante filmmakers voort – denk alleen al maar aan Juanita Onzaga, Anouk Fortunier, Leonardo Van Dijl, Nelson Polfliet, Vanessa Del Campo. Ook tussen de weelderige lichting van 2019 zitten namen waar we ongetwijfeld nog van zullen horen.

FICTIE

Alles in ‘Entre deux’ (18’) van Oan Moonens bevat zoveel naturel dat het meer als documentaire aanvoelt dan als fictie. Twee tieners nemen de metro en bus in Brussel en praten: over chips, schoenen, een vriend. Soms onwennig, meestal elkaar niet echt aankijkend, maar vooral herkenbaar. Een paar keer overstappen, een paar keer wachten op de volgende aansluiting (“zullen we op de trapjes zitten?”).

Zoals goede slow-tv: in feite gebeurt er niets en dat hoeft ook niet, want je volgt bijna gehypnotiseerd wat er gebeurt, ook als Moonens gewoon andere mensen observeert op de bus – chips vretend, scrollend door hun sociale media of uit het raam starend. De titel plaatst de regisseur pas na het eerste gesprek en eerste vervoerslijn, pas in één derde van haar film. Schone beelden met een schone korrel zorgen voor een fijne kijkervaring. (ss)

 


'Bruut'

 

Geen enkel begin zet een filmtitel zo in your face neer als ‘Bruut’ (15’) van Tom de Liège dat doet. Het is mecanicien Rachid, gespeeld door Adnane Bensaada, die met de deur in huis valt in deze film, en die ook moeiteloos draagt. Rachid straalt een zekere fluwelen sympathie uit, waaraan natuurlijk grondig geknaagd wordt wanneer hij zich laat nestelen in iets minder sympathieke (lees: gewelddadige) praktijken.

Net als Liège’s vorige kortfilm ‘Beau’ speelt ook deze zich opnieuw in Antwerpen af. Omhuld in een zekere grauwheid krijgen we met zijn masterfilm een meer dan bekwame bussel beelden te zien. (ev)

Wanneer Marjolein de fout maakt een naaktfoto door te sturen die vervolgens op het internet verspreid wordt, heeft dat niet enkel een grote impact op haar eigen leven, maar ook op de mensen rondom haar. In ‘Patattenseizoen’ (16’) focust Lucas Tanghe in de eerste plaats op een vader die moet leren omgaan met de crisis van zijn dochter. Edwin staat machteloos wanneer Marjolein gepest wordt. Het doet hem – in een sappig West-Vlaams accent – twijfelen of hij wel in staat is een goede vader te zijn. Hij maakt fouten, raakt gefrustreerd. Tanghe levert zo een verfrissende kijk op de impact van cyberpesten af. (tc)

Jonge wolf Ferre krijgt bij zijn vuurdoop als detectieve meteen een speciale zaak toegewezen. Samen met Jacques, de meest ervaren politieman van het dorp, gaat hij op zoek naar een verdwenen konijn. Hun tocht leidt hen naar enkele bijzondere personages (met smakelijk accenten) die even zwaar tillen aan het verloren konijn als aan de mysterieuze moorden waardoor het dorp geteisterd wordt.

Maar Jacques zelf is nog de vreemdste vogel. Zijn karikaturale schaterlach haalt hij op de meest ongepaste momenten boven. Helaas is dat voor de kijker minder amusant. De knullige voice-over geeft de film een hoog sprookjesgehalte en de acteerprestaties zijn niet om over naar huis te schrijven. Gelukkig neemt de plot een verrassende wending: absurditeit troef in Jan Baeyens’ ‘Het Konijn’ (15’). (jc)

 


'Entre-deux'

 

In ‘Me(i)’ (13’) waagt Jozef Kaut zich aan een exploratie van de werelden die zich ín en buiten de mens afspelen. De gewrongenheid die uit hun ongerijmdheid voortkomt, tekent de film zowel visueel als auditief. Dit ziet Kaut als een uitgelezen kans om te experimenteren, wat de eerste indruk – dat van een nogal mainstream ogende film – meteen wegwist.

We volgen Eline, een vrouw die via sociale media contact probeert te zoeken met een wereld die in tijden van oversharen, ironisch genoeg, enkel nog uit afstand blijkt te bestaan. De regisseur weet op een knappe manier een inkijk te geven in het web van isolement dat zich rondom zijn personages spint. De durf waarmee hij in zijn afstudeerfilm aan de slag gaat wakkert hoge verwachtingen aan voor toekomstig werk. (bd)

De liefde achternareizen tot aan de andere kant van de wereld, om daar te beseffen dat anderen die liefde op een volledig verschillende manier definiëren. Het overkomt de verteller uit ‘A Note on Love’ (13’) van Alex Heringa. Door een voice-over te combineren met beelden van, zo lijkt het wel, een reisdagboek ontstaat er een mix tussen documentaire en fictie, waardoor de film zich moeiteloos in de realiteit wortelt.

Wanneer twee daklozen uit de Haight-Ashbury wijk (waar de hippiebeweging ontstond) het woord nemen en hun eigen definitie van absolute liefde uit de doeken doen, bereikt de film een mooi hoogtepunt. Het is een zijsprong die netjes aansluit bij het verhaal van de verteller, die op zijn reis van Amsterdam naar San Francisco naar Thailand, met verschillende visies op de liefde wordt geconfronteerd. (tc)

In ‘Transponder’ (14’) van Thomas Verijke probeert fotograaf Emil zijn leven terug aan elkaar te lijmen door obsessief alles vast te leggen op beeld. In schijnbare dromen en nachtmerries achtervolgt hij zijn geliefde met zijn camera, en komt uiteindelijk ook zichzelf tegen. Niets werkt echter bevredigend.

Met elke brutale cameraflits, elke vlugge blik op zijn foto’s en elke onbeantwoorde voicemail valt alles verder uit elkaar. Via hakkelende en dromerige scènes brengt Thomas Verijke een tumultueus en betekenisloos leven van een jongeman scherp en ingetogen in beeld. (yi)

 


'Burn out one'

 

Ook in ‘Meander’ (18’) vinden we een zoektocht naar een betekenisvol afscheid. In een natuurrijk berglandschap probeert een klein Vlaams gezin het verlies van de moeder te verwerken. Met niemand in de wijde omgeving beslist vader om het lichaam zelf te cremeren. Brede kaders laten de beelden voor zich spreken en het rouwproces traag opbouwen. Kleine en grote rituelen en eenvoudige dialogen maken van Dayo Clinckspoors afstudeerwerk een intiem visueel verhaal. (yi)

De jonge Isaure worstelt met de recente scheiding van haar ouders. Veronique Lepoivre brengt dat conflict op een erg eerlijke manier in beeld door de focus te leggen op het heen-en-weer lopen van het ene huis naar het andere.

In between’ (16’) is dan ook waar het leven van Isaure zich nu afspeelt, tussen dat van haar mama en haar papa. Doorheen de film leert het jonge meisje om te gaan met de vergankelijkheid van de dingen. Lepoivre’s sobere regie en realistische acteerprestaties brengen Isaure’s situatie erg oprecht in beeld. (tc)

Een superheld worstelt met een existentiële crisis in Rik Chaubets ‘Burn out one’ (20’): op zijn werk wordt hij afgeblaft door een arrogante Hollander, hij doet weinig met zijn krachten, en er ontbreekt een slechterik van zijn kaliber. Chaubet vertelt dat alles via een bij momenten irritant snelle montage van bijzonder fraai geschoten beelden en foto’s. Epilepsie-lijders zijn gewaarschuwd: de beeldenstorm die op je netvlies wordt afgevuurd, is intens.

Het geheel is uitermate eclectisch doch origineel en fascinerend. Het voelt bijna aan als een audiovisueel onderzoek naar de futiliteit van ‘superkrachten’ en het onvermogen om zin te geven aan een apart leven. (jc)

In ‘Algirdas en Domas’ (19’) krijgt de kijker erg veel vrijheid. Twee broers zien elkaar na lange tijd terug in het dorp waar ze destijds zijn opgegroeid. Alexander Dulenko legt de nadruk net op die plek, die ondertussen voor iedereen iets anders is gaan betekenen. Door zijn onafhankelijke cameravoering krijgen de kale landschappen haast evenveel aandacht als de personages.

De film zit vol met sterke leegtes: in het landschap, in de dialogen en in de afstand die ontstaat tussen mensen die uit elkaar groeien. (tc)

A Manipulated Story’ (18’) van Farid Azadibougar werkt dan weer heel erg bevreemdend. Wanneer een gast te laat aankomt op een bizar themafeest, gelooft niemand zijn excuus.

Azadibougars film zit vol gekke personages die in en uit hun rol lijken te stappen en zich op andere momenten vereenzelvigen met de kostuums die ze dragen. Ook de cameraman is een personage, Zuckerberg gedoopt. Het is een verhaal dat gemanipuleerd wordt door haar eigen actoren, maar tegelijkertijd commentaar geeft op de manier waarop wij, de kijker, gemanipuleerd worden door het internet. Jammer wel van die zeer wankele acteerprestaties. (tc)

Een stapel foto’s wekt de interesse van een jongen, die prompt op zoek gaat naar de persoon achter het beeld. In zijn zoektocht verdwaalt hij in de dagelijkse realiteit van zijn eigen thuisdorp, dat hij normaal gezien als zijn broekzak kent.

Fien Bergmans zet met dit eenvoudig narratief duidelijk in op het ontwikkelen en doortrekken van een eigen visuele stijl. Dromerige sequenties met een nostalgisch randje zorgen ervoor dat je niet meteen stilstaat bij het feit dat dit de beslommeringen zijn van één individu in een klein dorp. Niet ongewoon als je weet dat ‘Stilleven’ (16’) een ode is aan Bergmans eigen thuisdorp Galmaarden; een gedicht over het gemiddelde gehucht, met een knipoog naar de schoonheid en eigenzinnige trekken van de analoge fotografie. (ev)

 


'Popular Tropes'

 

Popular Tropes’ (15’) speelt zich af in een ijskoude post-apocalyptische wereld. De meeste mensen zijn gevlucht, de achterblijvers houden zich enkel nog bezig met het opruimen van lijken. Robots lijken het wel, die samen wachten op een nieuwe opdracht van een computer. Pas wanneer een van deze achterblijvers een spraakbericht hoort van iemand die gevlucht is, wordt ze opnieuw met een stukje menselijkheid geconfronteerd: gemis, en een verlangen naar contact.

Dries Vergauwe levert een strakke film af met hele sterke beelden, waarin de koude haast voelbaar is en de kilte lang blijft hangen. (tc)

De ironie van Simon Cools’ titelkeuze galmt vijftien minuten lang doorheen elke scène. ‘You Can Become Anything’ (18’) is een generatieportret waarin drie millenials alles voor handen hebben, maar toch moeite hebben met gelukkig zijn. Op de cadans van suffe telefoongesprekken proberen ze er alledrie iets van te maken, ondanks de overheersende ennui: een vibrator verveelt snel, eindeloos surfen op het net nog des te meer. Cools filmt dat alles erg sfeervol, maar de zin- en doelloosheid regeert. (np)

ANIMATIE

Binnen de afstudeerwerken animatie voel je duidelijk het succes van ‘Oh Willy…’ en ‘Ce magnifique gâteau’-regisseur Emma De Swaef. De helft van de animatiewerken zijn “ambachtelijke” stop-motion films. Vooral Janne Janssens heeft, met ‘Ada en Odille’ (8’), die “zielige poppetjes”-touch goed in de vingers.

In Janssens’ stop-motion wordt de vervreemding tussen een schilder en zijn vrouw mooi weergegeven met natuurlijke materialen: kurken muren, papieren koffiemokken, vilten handtassen en wollen truien. Minimalistisch, qua verhaal wat povertjes, qua vormgeving en geluid knap, met zelfs lichte ASMR-rillingen. (ss)

Wie niet meevaart op die De Swaef-boot is Willem Stessens, die met zijn dik-gelijnde en kleurrijke animatie ‘Internet Explorer’ (15’) een ode brengt aan de cyberwereld en het internetleven. Zijn film kijkt weg als een hyperkinetische (MS Paint-)-trip en focust op de relatie tussen twee nerds, gemixt met een 'Bevergem'-achtige knulligheid en awkward stiltes. Tof! (ss)

 


'Internet Explorer'

 

De kracht van herhaling, de humor vinden in de wanorde en een zeer metafysische verhaallijn: de masteranimatie ‘Keep it light’ (9’) van Jorn Mampaey rijgt het allemaal aan elkaar. Een ‘lichte’ kortfilm die stuwt op een weloverwogen tempo, met een ongetwijfeld zeer filosofisch mijmerende boodschap.

Aan de touwtjes getrokken worden zag er nog nooit zo leuk uit, en je kunt nauwelijks een giecheltje onderdrukken wanneer de chaos op het einde stilaan toeslaat. Structuur is uiteindelijk maar een secundaire behoefte, toch? Mampaey’s film is vermakelijk ramptoerisme in animatievorm: wegkijken wil je niet, losbreken van de dagelijkse sleur nadien des te meer. (ev)

Twee acrobaten geven het beste van zichzelf. Hun intense dynamiek leidt tot bewonderenswaardige fysieke hoogstandjes. Ze vormen twee handen op één buik, tot het noodlot toeslaat en een ongeluk het duo dwingt tot een intense zoektocht naar een nieuwe schwung.

Timothée Crabbé slaagt erin om zonder enige vorm van dialoog, geholpen door een minimalistische maar fantastische klankband, een innemend verhaal te vertellen. De geanimeerde popjes vertonen soms authentieke menselijke emoties, en dat versterkt de empathie. Less is more bij Crabbé, ook in het decor, maar hij levert met ‘Balance’ (7’) wel een oerdegelijke prent af. (jc)

 


'Balance'

 

Met originele metaforiek schetst de animatiefilm ‘Being them’ (4’) van Simon Van Rentergem een geslaagd en gepast beeld over zelfdoding. Na de zelfmoord van een jongeman splitst zijn lichaam zich op in drie persoonlijkheden die met elkaar ruziën. Paradoxale gedachten en de tragische onmogelijkheid om sorry te zeggen vormen de kern: terwijl de ene geest de moeder om vergiffenis smeekt, verwonden de andere twee haar tot bloedens toe.

Als een ‘Duivelse Drievuldigheid’ zijn de gepersonifieerde angsten een goed symbool voor mensen die worstelen met zelfmoordgedachtes. (yi)

Tobias De Win tenslotte maakte met ‘Werra’ (6’) één van de mooiste animatiefilms van deze lichting – en daar rekenen we de andere filmscholen ook graag bij. Zijn geanimeerde haiku mixt gelijkaardige stijlen met elkaar tot een ritmisch gedicht, dansend op een spaarzame maar sfeervolle klankband. De verschillende personages, emoties, scènes botsen met elkaar, en vloeien tegelijk weer aaneen in een erg knap geanimeerde 2D-film. (np)

 


'Werra'

 

DOCUMENTAIRE

Gone home’ (19’) van Pegah Moemen is een intiem familieportret, weergegeven in de vorm van een gesprek tussen de filmmaakster en haar moeder – met daartussen oude videobeelden gemonteerd, van hun vroege jaren in Iran. Centraal staat Moemens oma, de verhuis van Moemen en haar mama naar het Westen, en de laatste briefwisseling met Iran.

De documentaire gaat weinig verder dan dit, is eerder braafjes dan vernieuwend, maar weet toch een gevoelige snaar te raken. (ss)

In de observerende documentaire ‘hier.’ (20’) van Joy Maurits ontmoeten we een aantal jongeren die samenkomen in en rond de lokale sporthal van Bazel. Daar leren ze niet alleen binnen de lijnen te lopen, maar tasten ze ook elkaars grenzen af.

 


'hier.'

 

In nauwe samenwerking met de cameraman slaagt Maurits er schijnbaar moeiteloos in om tussen de dunne kiertjes van zo’n microkosmos te loeren, en op die manier banale maar ook intieme momenten vast te leggen.

Maurits blijft steeds op een weloverwogen afstand – de camera filmt vanachter een omheining of turntoestel, of tussen de kleedkamerdeuren door. Zonder zich ergens mee te moeien leveren haar beschouwingen een amicaal en bijzonder eerlijk puberportret op – Fien Trochs ‘Home’ echoot af en toe nog na. 'Hier.' werd terecht geselecteerd voor de Belgische Studentencompetitie op Film Fest Gent. (np)

Gone tomorrow’ (20’) is de audiovisuele variant van een instafeed; een amalgaam van momentopnames uit het leven van maker Aristo Vopenka variërend van een aandoenlijke tandenpoetsscène met zijn vriend tot een nachtelijk bezoekje aan de Eiffeltoren. Het is een dagboek dat uit pure chaos betekenis schept: dat is tegelijk de sterkte en zwakte van de film.

We teren op het soort welkom voyeurisme dat we ons door onze sociale media-gewoontes eigen hebben gemaakt. De handheld iPhonebeelden, het hoge tempo in de montage en de impressie gedreven vertelslag maken van Vopenka’s hybride werk een erg dynamische documentaire, gesterkt door zinrijke beelden (water dat uit een brandende lamp drupt, of een draaiorgeltje dat aan een vervormd raam hangt).

Verwacht je aan een prikkelende mozaïek die echter door zijn vertelgulzigheid aan diepgang lijkt te moeten inboeten. Dit vangt Vopenka op door de inlassing van een voice-over die je door zijn dagen gidst met (soms ietwat te) hoogdravende inzichten als: “How much experience is really to be regarded as me?” Elke porie uit de film ademt ontreddering of verwondering, steeds voortkomend uit de fascinerende zoektocht naar het eigen ‘zijn’. (bd)

Tekst: Jannes Callens (jc), Tom Cuypers (tc), Bo Alfaro Decreton (bd), Youness Iken (yi), Niels Putman (np), Sarah Skoric (ss), Ellen Van Hoegaerden (ev)
Coverfoto
© 'Burn out one' (Rik Chaubet)