Verslag

Lichting 2016: KASK, deel 2

Heel wat animatietoppers aan het KASK dit jaar.
Lichting 2016
01.08.2016 Jana Dejonghe

Het is zaterdag 25 juni, één uur in de namiddag. Hoewel het aan het weer niet te merken valt, staat de deur naar de zomervakantie wagenwijd open. Ondergetekende loopt het KASK binnen. Her en der verspreid staan tafeltjes waar docenten aan achttienjarigen en hun ietwat angstig uitziende ouders over filmstudies en de school zelf spreken. Ik loop de filmzaal in voor de eerste eindwerkenvertoning en blijk pardoes terecht te komen in een deliberatie – de publieke screening is met een uurtje uitgesteld. Oeps.

De toon van de dag is meteen gezet, pas afgestudeerden en soon-to-be-studenten komen op geen ander moment zo dicht bij elkaar als op het einde van het schooljaar. Bovendien gaat het festivalseizoen van start en daar maakt het KASK graag van gebruik om de talenten van hun uitwuivers te belonen met concerten, tentoonstellingen, modeshows, theater en… film. Wij bezochten de schoolbanken.

Deel 2: animatie!

Animatie

Jeroen Ceulebroucks afstudeerwerk is een van de meest verhalende van dit jaar. Een schip raakt vast te zitten op Antarctica, de inzittenden moeten de koude zien te trotseren om te overleven. Voor John is dit niet enkel een fysieke uitdaging: hij moet ook zichzelf en zijn verleden confronteren.

Met een snufje Jack London ('To Build a Fire', vorig jaar verfilmd door Olivier Vanden Bussche) en Ernest Hemingway ('The Snows of Kilimanjaro'), is 'Antarctica' (8') een verhaal over hoe extreme omstandigheden de mens een spiegel voorhouden. Een herkenbaar thema dat daarom ook niet écht meer verrast of uitdaagt. Waar de film dan weer wel in slaagt is de illustratie van de vrieskou en chaotisch sterke wind – geen gemakkelijke opgave. Ook de muziek draagt hier sterk aan bij.

 


'Kitten Instinct' (Liesbeth Eeckman)

 

Qua originaliteit en hilariteit is Liesbeth Eeckmans 'Kitten Instinct' (17') goud waard. We herinneren ons nog haar vorige film 'Biotopia', die met zwarte humor naar gevangen gehouden dieren in dierentuinen keek. Met haar afstudeerfilm breidt ze nu haar territorium zowel op soortelijk als op tijdsvlak uit. Waar ze het idee haalt, daar hebben we het raden naar, maar de film gaat over een Tyrannosaurus Rex en een kitten.

De T-Rex droomt over het katje en besluit op roadtrip te gaan om het beestje te vinden. Met gespin op de achtergrond worden de twee dieren en hun gedragingen van in het begin met elkaar vergeleken, waardoor het geheel ook wel iets weg heeft van een documentaire (hoe absurd dat ook moge klinken). Eeckman gebruikt verschillende stijlen (voornamelijk stop-motion maar ook 3D en live action) door elkaar, wat de film, die best lang duurt, heerlijk fris houdt. De film is visueel dus drukbezet, waardoor het verhaal wat naar de achtergrond dreigt terug te vallen. Dat neemt niet weg dat Kitten Instinct vol originaliteit zit en duidelijk met veel plezier gemaakt is – en dat was duidelijk te merken aan de reacties in het publiek.

In 'Yulia' (8') kiest regisseuse Boram Lee zichzelf als onderwerp. Als Zuid-Koreaans-Japanse die in Londen, Moskou en Gent gewoond heeft, is ze gefascineerd door wat ‘identiteit’ is. En wat het bepaalt. Dat verklaart ook waarom de film op het eerste zicht heel abstract en zelfs bevreemdend overkomt: 'Yulia' is een heel persoonlijke kijk naar binnen. Of zoals Boram vertelt: “I made it without a strict storyboard, but took it as my visual diary. I wanted to see where the machine could take me instead of me setting directions, so I set up all the elements – the room, objects and characters – and then allowed the animation to develop more freely and take its own directions.”

Het personage dat we ontmoeten, Yulia, lijkt geen vaste vorm te hebben. We zien haar in een in bruintinten getekend appartement verschillende vormen aannemen en in conversatie gaan met de objecten en ruimte om haar heen; als het ware in een expressionistische dans met een nostalgische toets.

De film is op esthetisch vlak heel fijn om te zien, met halverwege een stevige stijlbreuk naar felgekleurde live actionbeelden. De kijker wordt echter zo goed als niet geleid in dit persoonlijke essay, waardoor hij na een eerste kijkbeurt misschien toch wat verloren achterblijft.

 


'Diorama' (Emily Lefebvre)

 

Emily Lefebvre heeft het wel voor metaschilderkunst, zo valt aan haar afstudeerwerk 'Diorama' (6') af te leiden. In de film laat ze ons binnen in, hoe raad je het, een diorama of kijkkast. In het tafereeltje zien we de voorbereidingen naar een tentoonstelling: beelden worden klaargezet, de zaal wordt schoongemaakt.

Lefebvre combineert verschillende schilderstijlen met sculptuurwerk en creëert zo een wereld waarin vanalles tot elkaar in verhouding geplaatst wordt: vanuit de filmzaal kijk je naar geschilderde figuren die op hun beurt ook naar kunst kijken, kunst die ook weer een wereld reflecteert. De regisseuse zorgt voor gezellig druk gevulde beelden met een strak kleurenschema. Ze plaatst realiteit en weerspiegeling naast en tegenover elkaar. Zo creëert ze enkele fijne contrasten die mooi binnen de speeltijd passen.

Tien minuten meditatie – sja, een duidelijkere beschrijving dan wat de titel ('Ten Minute Meditation') zegt, zal moeilijk te vinden zijn. We zien een gezicht, de ogen zijn gesloten. Op de achtergrond een diepe ademhaling die de hele film lang het ritme dicteert. Dat is het startpunt voor tien minuten minimalistisch animatiewerk waarin slechts af en toe een basisvorm in een zachte kleur voorbijkomt. Prominent aanwezig zijn de neus en ademhaling: de film wil ons de kans geven om even tot onszelf te komen.

“If you manage to quietly contemplate what happens in your head, you’ve done a great job,” vertelt de korte inhoud ons. Een nobel doel van maker Aaron Van Lierde, tevens illustrator van kinderboeken. Zo’n film in een volle zaal bekijken, blijkt echter niet gemakkelijk. Ademhaling heeft iets intiems en hier en daar wordt er wat ongemakkelijk gedraaid of gelachen. Misschien beter te bekijken op je eentje na een drukke dag?

 


'Camouflage' (Imge Özbilge)

 

Imge Özbilge is Turks, geboren in Wenen en afwisselend wonend in Antwerpen & Nederland. Haar illustratief en animatiewerk kenmerkt zich door elegante, surrealistische vormen waarin de kleur blauw overheerst. Zo ook in haar eindwerk 'Camouflage' (5'), waarin ze een verboden vriendschap tussen twee vrouwen schetst in een stad op de moeilijke grens tussen Oost en West.

Dankzij mythologisch aandoende tekeningen vol symboliek slaagt Özbilge erin de relatie tussen de beide vrouwen snel en diep op te bouwen: het tuintje dat ze samen prachtig maken is de plaats waar ze helemaal zichzelf kunnen zijn. Daarbuiten mogen ze elkaar niet kennen.

De titel spreekt dan ook boekdelen: wanneer ze bij elkaar zijn, zijn ze vrij, gecamoufleerd van de buitenwereld. Wanneer ze die buitenwereld in gaan, moeten ze zichzelf camoufleren. De politieke boodschap over maatschappijen waar mensen (en dan vooral vrouwen) zichzelf niet mogen zijn, is helder. De film is dan ook  - jammer genoeg - heel herkenbaar qua materie. De visuele taal zorgt ervoor dat het verhaal in bijzonder korte tijd diep raakt, zonder het onnodig complex te maken. Kortom: 'Camouflage' is een kortfilm die volledig af is.
 


'Normally Closed' (Jef Staut)

 

Na een hele serie filmfestivals afgeschuimd te hebben met 'Preisoep', is Jef Staut terug met zijn masterfilm 'Normally Closed' (6'). Hij houdt het daarin opnieuw bij basiskleuren (groen, rood, wit) en simpele vormen, van alle overbodige details ontdaan.

Een introverte man leeft een rustig leven: geïsoleerd van de buitenwereld achter zijn muurtje, met enkel zijn gereedschap als gezelschap. Wanneer er echter plots een vrouw langskomt die duidelijk een boontje voor 'm heeft, slaat de nieuwsgierigheid letterlijk een bres in de muur. En zo ontstaat een spel van verlegenheid en toenadering.

De minimalistische kleuren en vormen zorgen ervoor dat de aandacht van zowel kijker als regisseur bij het verhaal blijft. Daardoor staat alles in functie van de spanning tussen de personages. Die spanning wordt dan ook heel leuk in beeld gebracht. Zoals het fruit en de pitjes bijvoorbeeld.

 


'Louisa' (Annechien Strouven)

 

Het territorium van een oude dame: dat is wat Annechien Strouven schetst in 'Louisa' (5'). Louisa is een dame op leeftijd die niet al te goed meer te been is maar zich daar absoluut niet door laat tegenhouden. Met letterlijk lange arm verzorgt ze haar geliefde planten, breit ze en bakt ze. Ze is omringd door kastjes, met achter elke deur een nieuwe ontdekking. Ze heeft alles wat binnen haar bereik valt perfect onder controle en geniet zo van haar oude dag, waar verminderde beweeglijkheid geen vloek is, maar een zegen.

Een schattig portret van het beperkte maar eindeloze gebied van de ouderdom.

 


'Mamada Perdida' (Joke Van den Hof)

 

Na het succes van haar vorige film Ik weet alleen wat ik nu weet vond Joke Van den Hof in dezelfde hoek inspiratie voor 'Mamada Perdida' (7'). Met felle kleuren en abstracte vormen gaat ze vol humor, suggestiviteit en vooral een frisse, luchtige blik op zoek naar één van een oneindig aantal mogelijke weergaven van seksualiteit.

Van den Hof houdt wel van wat seksuele spanning (wie niet) en kruipt in het hoofd van een jong meisje dat daar voor de eerste keer van geniet. Door de man enkel in penisvorm te laten verschijnen focust ze helemaal op haar hoofdpersonage. Zo vertelt ze: “Mijn meisje is zo mooi, maar echt zo onuitstaanbaar prachtig dat haar hoofd niets anders meer kon zijn dan een parel; de ultieme schoonheid. Zo fragiel en zacht, een jonge vrouw die haar vrouwelijkheid omarmt en niet beangstigt.”

Wie Van den Hofs vorige film gezien heeft, zal van deze niet meer verbaasd opkijken. Niettemin blijft het een vrolijke kijkervaring om even in je vuistje bij te giechelen.

Yorick Van de Walle houdt van strips, bij voorkeur die gouwe ouwe die we nog kennen van toen we klein waren zoals Kuifje, Asterix en Lucky Luke. Met zijn eigen talenten zoekt hij de stripwereld dan ook graag op, en dat zie je aan zijn afstudeerwerk 'Crisis in het Kelkje' (14') wel. “Een man komt een café binnen en …”, het klinkt bijna als het begin van de gemiddelde laag-bij-de-grondse mop. Dat wordt het (gelukkig) niet. Wel een gewone dag in het leven van café Het Kelkje en zijn cafébaas. Een gewone dag waarin tegelijk vanalles en niets gebeurt.

Om plot draait deze film niet, ook niet om de personages, noch om de kijker. Waar het hier vooral om draait is het gevoel. Van de Walle heeft een ruimte gecreëerd voor zichzelf om in te experimenteren: in volle comic bookstijl. Daar heeft hij zich duidelijk in kunnen uitleven. Als kijker word je ergens een beetje in het ongewisse gelaten, omdat de film nergens écht naartoe lijkt te gaan. De situatietjes die in elkaar overlopen zijn echter op zich fijn om te zien, terwijl de jazzmuziek een absolute sfeerbrenger is.

 


'Play Boys' (Vincent Lynen)

 

Alarm: vent maakt film over ventenclichés. In een minimalistische, gefragmenteerde setting krijgen we voorgeschoteld: mannen op motors, mannen met geweren, mannen met honden, mannen zonder honden, mannen met bier, gitaren, sigaretten, zonnebrillen, auto’s en chicks in rode dingen die bijna kledingstukken zijn.

Vincent Lynen veegt in 'Play Boys' (6') een hoop mannelijke stereotiepen samen en verdeelt die vervolgens over verschillende tafereeltjes. Tafereeltjes die nergens naartoe gaan – noch doet de film dat – maar da’s natuurlijk de hele opzet. De vele witruimte zorgt ervoor dat we een wereld krijgen te zien die amper een wereld te noemen valt, zonder richting noch inhoud. Rijkelijk overgoten met humor, is dit niet zozeer een zwaarwichtige aanklacht tegen, maar vooral een vrolijke blik op mannelijke stereotiepen - en feminisme, zo u wil.

Conclusie van deel 2 van de dag? In tegenstelling tot de studenten documentaire en fictie, blijven de studenten animatiefilm dit jaar over het algemeen graag binnen hun genre. Ze creëren een eigen wereldje, vaak heel kleinschalig, en werken dat doorgaans ook tot in de puntjes af. Felle kleuren en een flinke dosis humor vormen een rode draad. Heel vaak zijn de films portretjes waarin één personage wordt uitgelicht. Wanneer je ze allemaal na elkaar bekijkt, hebben ze (net iets te) veel met elkaar gemeen. Maar belangrijker: los van elkaar gezien krijgen we een serie creaties die voornamelijk opvallen in speelsheid en originaliteit.

Coverfoto © KASK