Artikel

Kortfilm: What's in a name?

Wat is dat nu eigenlijk, 'een kortfilm'? Onder de loep: de lengte & inhoudelijke kenmerken die een kortfilm definiëren.

Lees meer over

28.09.2014 Simon Desmet

Kortfilms blijven voor het grote publiek vaak onbekend terein. In 'Kortfilm: what's in a name?' trachten we de basiskenmerken van de kortfilm als cinematografisch medium, verteltechniek en aparte tak van de filmindustrie uit de doeken te doen.

 

Size matters

Zoals de naam doet vermoeden, wordt kortfilm vooral gedefinieerd door zijn lengte. Maar waar ligt de grens tussen een heel lange kortfilm en een heel korte langspeelfilm? Een vaste bepaling van hoe lang een kortfilm mag zijn bestaat niet: de maximumlengte verschilt van auteur tot auteur, van land tot land en vooral van festival tot festival. Zo zetten de Oscars, Clermont-Ferrand en het BBC Short Film Festival de limiet op 40 minuten, Sundance op 50, en Cannes op slechts 15 minuten. Vaak wordt een maximumlengte van 15 minuten gezien als optimaal, om op alle festivals getoond te kunnen worden én om als kort en krachtig portfoliowerk te kunnen dienen (zie verder). Maar vooral in Scandinavië is de middellange film (20-40 minuten) ook zeer geliefd.

Daartegenover staat de traditie van de micro shorts: kortfilms van vijf minuten of minder. Dit genre is vandaag zeer populair, omdat micro shorts optimaal zijn om te verspreiden op het internet. Maar ook festivals pikken er maar al te graag op in, denk maar aan het Très Court International Film Festival (in verschillende steden in Frankrijk), een filmfestival dat zich uitsluitend wijdt aan hele korte films van minder dan drie minuten. Micro shorts zijn vaak gebaseerd op één sterk idee.

Als laatste wordt de lengte van een film ook bepaald door het budget: kortfilms uit filmscholen, onafhankelijke producties of kleine productiehuizen kunnen het zich vaak niet veroorloven om een film langer dan 15 minuten te maken.

 

Inhoudelijke kenmerken

Naast de lengte zijn er natuurlijk ook andere aspecten die bepalen wat een kortfilm net is. Kortfilms worden doorgaans ingedeeld in vier genres: animatie, fictie, documentaire en experimentele film. En net als bij langspeelfilms blijkt deze indeling vaak te strikt voor de realiteit: grenzen tussen fictie en documentaire kunnen vervagen, en alle genres kunnen animatie en/of experimentele elementen bevatten.

Een belangrijk inhoudelijk kenmerk van de kortfilm is iets wat men economy of style noemt: een goede kortfilm toont enkel informatie die absoluut noodzakelijk is. Vanwege de tijdsbeperking is er geen ruimte om personages diep uit te werken, of veel back story te geven. De kijker wordt vaak recht in de actie geworpen, en leert geleidelijk aan de achtergrond kennen.

 

Functies van de kortfilm

Het concept kortfilm blijkt niet al te makkelijk te definiëren. Terwijl het vroeger nog relatief simpel was – een kortfilm heeft een maximumlengte van één filmspoel – hebben moderne filmdragers deze begrenzing opgeheven. Daarom blijven we best niet te lang filosoferen over wat kortfilm is, maar wel over wat het kan doen. Kortfilm heeft namelijk een vaste plaats in het Vlaamse filmlandschap, met duidelijke functies: kortfilm als trainingsveld, als laboratorium en als visitekaartje.

 

1. De kortfilm als trainingsveld

Dat kortfilms binnen een filmopleiding passen, mag duidelijk zijn: Vlaanderen heeft een rijke traditie aan studentenkortfilms. Studenten krijgen de kans om de filmwereld te leren kennen, samen te werken met andere filmmakers, scenario’s uit te werken, … En dat allemaal binnen de veilige omgeving van een filmschool, waar ze kunnen vallen en opstaan tot ze vliegen. In tegenstelling tot wat de term ‘studentenfilm’ doet vermoeden zijn deze films niet per se van minderwaardig niveau: de laatste jaren zijn er binnen onze filmscholen zeer hoogstaande studentenfilms gemaakt, met grote internationale successen. Herinnert u zich nog 'Flatlife', het afstudeerwerk van Jonas – 'Neveneffecten' – Geirnaert? Ook 'Zinneke', de studentenfilm van Rémi Allier, won op het filmfestival van Gent in 2013 de internationale competitie voor studentenkortfilm.

 


'Flatlife' (Jonas Geirnaert)

 

2.  De kortfilm als experiment

Het experimentele karakter van kortfilm zit ingebakken in het medium: kortfilm was immers – door technische restricties - voorloper van langspeelfilms (zie ook het artikel 'De geschiedenis van de kortfilm'). Kortfilm is het medium bij uitstek om te experimenteren met vorm, montage, cameratechnieken, etc. Vernieuwingen in de cinema ontstaan vaak in kortfilm en worden pas later overgenomen door het langspeelcircuit.

Ook op vlak van onderwerpen durven kortfilms vaak te gaan waar langspeelfilms om commerciële redenen zo ver mogelijk weg blijven. In Vlaanderen is Nicolas Provost de meest succesvolle experimentele filmmaker. Onder andere met zijn 'Plot Point'-trilogie, waarin hij met verborgen camera drie wereldsteden transformeert tot misdaaddrama oogstte hij internationaal succes (Special Jury Prize op Clermont-Ferrand, nominatie European Film Academy Award, Jury Award op Imago International Film Festival). Lees hier een interview met Provost.

 


'Plot Point'-trilogie (Nicolas Provost)

 

3. De kortfilm als visitekaartje

Wellicht de meest genoemde functie van kortfilms, is de kortfilm als visitekaartje van een regisseur. Het relatief goedkope medium stelt een regisseur in staat zijn eigen stijl en signatuur te ontwikkelen. De resulterende kortfilms dienen dan als teaser van deze stijl en tonen het talent en potentieel van de regisseur. Kortfilms worden op festivals gepresenteerd en deze zijn ideaal voor aspirerende filmmakers om contacten te leggen met de industrie en via hun kortfilm hun kunnen te bewijzen.

Het is echter verkeerd om kortfilm enkel te zien als sollicitatie voor een langspeelfilm: het is vaak binnen kortfilm dat een regisseur zijn eigen beeldtaal creëert, een essentieel gegeven voor elke goede regisseur. Overigens zijn er tal van regisseurs die er ondanks hun uitzonderlijk talent voor kiezen om bijna uitsluitend binnen het korte genre te werken, zoals de Britten Simon Ellis en John Smith.

Want verlies dat vooral niet uit het oog: naast al deze definites en functies is kortfilm in de eerste plaats een medium dat als geen ander tot de verbeelding spreekt en waar alles mogelijk is.

 

[Naar Mieke Meskens, "Een exploratieve studie naar het productielandschap van de korte fictiefilm in Vlaanderen 2013"]

Coverfoto: 'A Very Short Film' (Vallée Duhamel).