Interview

Wint Michiel Dhont straks een Ensor?

KASK-alumnus Michiel Dhont over zijn afstudeerfilm 'Poor Kids' en welke richting hij uit wil in de toekomst.

Lees meer over

12.09.2018 Ellen Van Hoegaerden

Michiel Dhont (25) leeft momenteel volledig ondergedompeld in de wereld van sets, scenario’s en genieten van alles wat op zijn pad komt. Al zeker sinds hij een VAF Wildcard in handen kreeg en zijn masterfilm ‘Poor Kids’ her en der prijzen won. Nu maakt de film ook kans op een Ensor. Maar de regieroute was nooit zo vanzelfsprekend voor hem als voor zijn broer Lukas (wiens ‘Girl’ met vier prijzen terugkeerde uit Cannes). Hoe is de jongste telg van de familie dan toch in de wondere wereld van de cinema verzeild?

Dhont: Ik studeerde eerst economie, met het idee om na mijn studies in het bedrijf van m’n vader te stappen. Niet dat ik helemaal niet creatief was, maar het was wel Lukas die vanaf zijn twee jaar thuis met de camera rondliep. Ik moest altijd maar spelen voor de camera terwijl hij mij regisseerde. (lacht) Tijdens zijn laatste bachelorjaar was hij dan op zoek naar figuranten en ik wilde dat meteen proberen. Ik trommelde wat vrienden op, allemaal niet wetende waar we in godsnaam mee bezig waren. Maar zo ben ik dus een beetje in de filmwereld gerold.

Toen dacht je: dit wil ik ook doen.
Dhont: Bij Lukas zag ik vooral iemand die heel gepassioneerd bezig was. Dat trok me aan. Ik heb daarna meteen mijn ingangsexamen gedaan aan KASK, zonder dat iemand er iets van wist. Behalve Lukas. De passie voor filmmaken is gegroeid doorheen die studies. Nu zou ik willen verder evolueren in die richting, nog meer feeling krijgen met het filmvak, maar ik besef dat het niet altijd zo makkelijk zal zijn. Ik wil uitdokteren hoe ik daarin mijn weg moet vinden. Niet alleen op vlak van regie, maar ook langs de productionele kant. Ik wil nu een goede productionele fundering leggen en ondertussen schrijven aan nieuwe projecten. Het winnen van de Wildcard gooit wat roet in het eten op dat vlak. (lacht) Op een positieve manier, natuurlijk.

Geeft die Wildcard extra druk?
Dhont: Toch een beetje. Maar nu ik die steun heb, wil ik er volledig voor gaan. Het is fijn dat er iemand in je gelooft en tot hiertoe voelt het allemaal nog niet té beklijvend. Bovendien denk ik dat je sowieso extra druk ervaart na je studies. Tijdens zo’n opleiding zit je nog in een quasi veilige omgeving waarin je kan proberen en falen. Eenmaal afgestudeerd zien mensen je werk niet meer als een studentenfilm, maar als een professionele film. Dan moet je op zoek naar wat jij als filmmaker wil vertellen zonder jezelf continu af te vragen of het verhaal wel in de smaak zal vallen bij het grote publiek. Dat is namelijk het slechtste wat je kan doen, denk ik. Het is voor mij belangrijk iets te maken waarvan ik denk dat mensen het nog niet hebben gezien.

 


Setfoto 'Poor Kids' © Jo Voets

 

Vind je het moeilijk om die balans te vinden tussen je eigen visie en wat het publiek wil?
Dhont: Toen ik mijn bachelorfilm draaide, ervaarde ik heel veel druk. Ik had mezelf ervan overtuigd dat mijn film de festivals moest halen, of ik zou er nooit geraken. Ik dacht oprecht dat ik mijn bachelorfilm moest aanpassen aan wat mensen wilden zien. Ik wou een verhaal vertellen over een vrouw die haar kind verloren was, ergens in de Parijse banlieues. Iedereen zei me dat het niet geschikt was voor een kortfilm en uiteindelijk bleef er heel weinig over van wat ik wilde vertellen. Ik had me zoveel laten leiden door anderen omdat ik nog niet sterk genoeg in mijn schoenen stond. Toen ik aan mijn masterfilm begon dacht ik: fuck it all, ik ga gewoon vertellen wat ik wil vertellen. Zo kan ik mezelf ook niets kwalijk nemen.

Nu ‘Girl’, het langspeeldebuut van je broer Lukas, zo’n internationaal succes is: krijg je vaak te maken met vergelijkingen?
Dhont: In het begin wel. Nu mijn masterfilm het goed heeft gedaan op festivals, beginnen die vergelijkingen wat te vervagen. Mensen kennen nu mijn voornaam toch al. (lacht) Het heeft even geduurd voor ik dat kon plaatsen, omdat ik mijn eigen weg wilde gaan tussen al die vergelijkingen door. Maar ik heb dat nooit erg gevonden. Lukas staat nu eenmaal een pak verder dan mij, daar wil ik zeker niet over bullshitten. Hij heeft me trouwens zelf enorm begeleid toen ik net begon. Er is ook een bepaalde gelijkenis in stijl, maar we willen verschillende dingen vertellen. Dat maakt het aangenaam.

Jij hebt wel een streepje voor qua budgetbeheer met je economie-achtergrond.
Dhont: Ja, daar was hij dan weer nooit de sterkste in. (lacht) Nu wel. Maar Lukas is ook iemand die heel graag wil maken. Als hij goede mensen rond zich heeft, dan kan hij met alle gemak de nodige verantwoordelijkheid aan hen overlaten.

Niet dat we willen vergelijken, maar… Je broer heeft een duidelijke passie voor dans, die doorschemert in zijn filmwerk. Hoe ver staat jouw ‘Poor Kids’ van je eigen leefwereld?
Dhont: Mijn vader is enkele jaren geleden hertrouwd met een vrouw wiens zoon op een schippersinternaat zat. Af en toe bracht hij enkele vrienden mee over de vloer die zo goed als geen contact hadden met hun ouders. Ik wou heel graag starten vanuit jongeren die ietwat geïsoleerd leven. Daarrond wou ik dan mijn eigen wereld creëren. Op zich is het iets heel universeel: jongeren amuseren zich in een wereld van verveeldheid en trachten de zomermaanden door te ploeteren. Daarnaast is er het overkoepelende idee van een hoofdpersonage dat zijn vader enkel kent via de postkaarten die hij van hem krijgt. Ik wou de hardheid van die feiten doen samensmelten met een open wereld waarin alles kan en alles mag.

Heb je daarmee iets nieuws kunnen vertellen?
Dhont: Het zoeken naar een identiteit, dat is een breed thema. Ik heb dat grote thema proberen gieten in de kleine nuances van het leven op zo’n internaat. Iemand vroeg me ook waarom er in de film nooit een boot of een zee te zien is. Dat wou ik niet. Het zeeleven tonen kan heel mooi zijn, maar dat wou ik losmaken van wat je zou kunnen zien als je denkt aan de levensstijl van schipperskinderen. Ik wou een internaat dat op zichzelf staat, dat zijn eigen wereld en ritme heeft. Je eigen stuurman blijven, als het ware. Dhont: Oh! Dat is een goeie quote. (lacht)

Ik vind het belangrijk om iets te maken dat mensen nog niet hebben gezien.

Kun en/of wil je nog persoonlijker gaan bij het vertellen van een volgend verhaal?
Dhont: Sowieso. Ik heb met ‘Poor Kids’ getracht veel van mezelf erin te steken, ondanks dat ik mijn ouders altijd heb gekend en uit een warm nest kom. Het verhaal gaat ook over iemand die heel zelfstandig moet zijn en dat heb ik zeker ook gekend. Sowieso schrijf je makkelijker dingen over jezelf, dat gebeurt haast automatisch. Iedereen zit met bepaalde opgekropte emoties, zoals het hoofdpersonage op het einde toont tijdens het telefoongesprek. De bedoeling was dat de kijker zichzelf zou afvragen hoe hij zou reageren. Wat zou jij willen zeggen tegen een vader die je nooit hebt gekend?

Er komt dus niet gauw een autobiografie over twee regie-broers.
Dhont: Over mezelf en m’n familie wil ik heel graag iets maken, specifiek over bepaalde zaken die we hebben meegemaakt. Maar dat kan ik nu nog niet en het lijkt me ook best confronterend. Je moet je ervan kunnen distantiëren om niet meegesleurd te worden door je eigen emoties.

Ben je een emotionele regisseur? Of toch eerder de rationele econoom?
Dhont: Ik ben best emotioneel. Ik zit nooit stil en ik kan ook wel eens huilen achter de monitor. Ik ben een rationeel persoon op een bepaalde manier, maar het emotionele neemt sowieso de overhand als ik aan het regisseren ben. Nu klink ik alsof ik al een doorwinterd regisseur ben… (lacht)

 


Hoofdacteur Tijmen Govaerts op de set van 'Poor Kids' © Sofie Gheysens

 

Heb je er moeite mee om jezelf als regisseur te omschrijven?
Dhont: Ja, dat vind ik lastig. Ik heb na mijn master opeens wat erkenning gekregen, maar ervoor was ik niemand in de filmwereld. Eigenlijk ben ik nog steeds niemand; ik heb slechts één kortfilm geregisseerd die goed werd onthaald. Om mezelf dan plots een regisseur te noemen… Dat vind ik vaag en heel delicaat. Ik houd mijn voeten liever op de grond, los van het feit dat ik heel erg blij ben dat ik nog een kortfilm mag maken. Als ik een langspeelfilm heb gemaakt waarin ik alles heb kunnen vertellen wat ik wou en als mensen het weten te appreciëren, dan kan ik mezelf pas - voorzichtig - omschrijven als regisseur.

Wat schuilt er nog verder in Michiel?
Dhont: Ik zou graag eens willen acteren. Ik wil voelen wat het is om zelf feedback van een regisseur te krijgen. Hoe je een bepaalde visie van een personage in je hoofd hebt, die dan in de clash gaat met hoe de regisseur het ziet, en hoe die samenwerking tot stand komt. Het lijkt me wel moeilijk zelfzeker te zijn als acteur. Ik zou enorm aan mezelf twijfelen bij iedere take, denk ik.

Wat ligt er nog in het verschiet?
Dhont: Het festivalcircuit van ‘Poor Kids’ loopt bijna op zijn einde. Nu wil ik me focussen op mijn Wildcard en daar volledig voor gaan. Er borrelt ook een idee voor iets lang dus misschien ga ik beide afwisselen met elkaar. Ik blijf ook graag met andere creatieve dingen bezig, zodat ik niet word opgeslorpt door één project. Dat kan een videoclip zijn, of een serie. Ik zou heel graag eens een theatervoorstelling willen regisseren, omdat dat nog een heel ander medium is.

Heb je voor je volgende kortfilm al een duidelijke richting?
Dhont: Sinds kort wel. Dat ben ik nu verder aan het ontwikkelen, maar we hebben nog een lange weg te gaan. Ik voel wel dat ik niet te lang wil wachten met het maken van die tweede kortfilm. Die kaars mag bij wijze van spreken niet uitdoven; ik moet nu mijn kans grijpen. Een focus op jongeren zal zeker terug aanwezig zijn in mijn nieuwe kortfim, maar gecombineerd met meer mature relatie. Nu is het nog even zoeken naar hoe deze allemaal zullen samenkomen.

Het wordt dan, alweer, een zoektocht naar een nieuwe insteek die je kunt koppelen aan iets universeels. Om de cirkel even rond te maken.
Dhont: Zo kan je het inderdaad verwoorden. Het universele heb ik al, de insteek is er bijna, maar het is nog wat zoeken naar het nieuwe. Daarom vind ik het belangrijk om samen te zitten met enorm veel mensen om te praten over bepaalde thema’s en situaties en zo hun standpunt hierover te horen. Ik probeer er ook over te praten met producenten, om te zien of onze visies hierin overeenstemmen. Ik wil met iemand kunnen samenwerken waarvan ik weet dat ik mijn stem zal kunnen behouden. Maar dat valt allemaal nog wat af te wachten. Je blijft natuurlijk best je eigen stuurman! (lacht)

Op 14 september weten we of 'Poor Kids' een Ensor wint.

Coverfoto © Lore Viaene