Interview

"Ik wou een film maken die in een bestaande realiteit stond."

VAF Wildcardwinnaar Louisiana Mees over de inspiraties van haar masterfilm 'Waithood'.
Lichting 2018

Lees meer over

30.04.2019 Michiel Philippaerts

Voor haar KASK-afstudeerfilm keerde Louisiana Mees terug naar Athene, waar ze enkele Griekse twintigers die op de drempel van volwassenheid staan. De sociaaleconomische situatie van hun land maakt het opgroeien er niet makkelijk; tot 44% van de jongeren is er immers werkloos. Dus wachten ze. 'Waithood' leverde Mees een Wildcard van het Vlaams Audiovisueel Fonds op.

De Wildcard kwam duidelijk als een verrassing.
Mees: (lacht) Ja, ik was er totaal niet mee bezig. Ik was me gewoon al aan ’t focussen op het volgende: ik wíl sowieso films maken en daarvoor vechten. Wat er ook gebeurt. De Wildcard winnen was dan ook zeer verrassend. Het is een fantastische prijs, waar ik enorm dankbaar voor ben.

Hoe ben je precies in Griekenland terecht gekomen?
Mees: Ik heb mijn masterstage bij het dansgezelschap Griffon Co. in Athene gelopen. Ik heb daar toen drie maanden gezeten en heb die periode heel dicht bij één project gestaan en samengewerkt met choreografe Ioanna Portolou. Voor haar filmde ik de repetities, maakte ik een making-of en verschillende teasers. Dat was een leerzame tijd. (pauze) Maar ik was met een oppervlakkig, romantisch beeld naar Athene vertrokken… “Het oude imperium, land van de mythes”.

Ondanks het feit dat ik wel op de hoogte was van de Griekse crisis was het confronterend om daar werkelijk te zijn. Door daar te leven ontmoet je mensen en kom je oog in oog te staan met hun perspectieven, diverse leefomstandigheden en de concrete gevolgen van de economische crisis. Ik voelde een grote noodzaak om er langer te blijven, om op een meer diepgaandere manier de mensen te leren kennen.

 


'Waithood'

 

Hoe heeft de stad je dan geïnspireerd tot het maken van ‘Waithood’?
Mees: Ik heb rondgewandeld en met zeer veel mensen gepraat. Toen heb ik Jacques ontmoet, het hoofdpersonage van de film. We deelden samen onze passie voor cinema en het leven en zijn daarom erg goede vrienden geworden. Door Jacques zijn openheid ontwikkelde ik een complexer inzicht over hoe het was om vandaag in Athene op te groeien. Vervolgens heb ik besloten een film te maken over de hedendaagse situatie waarin Jacques - en vele andere jongeren in Griekenland - verkeren.

Je vond dus eerst je personages, daarna je verhaal?
Mees: Dat was een constante wisselwerking. Het schrijven van het scenario en de casting zijn twee dingen die ik moeilijk kon loskoppelen. Zeker als je werkt in een soort hybride fictie-documentaire vorm. In ‘Waithood’ was voor mij belangrijk dat het plot gerepresenteerd werd door mensen die ook in de realiteit aan een gelijkaardige situatie onderhevig waren. Het draait hier dus niet om niet-professionele acteurs die hun situatie naspelen, maar eerder op het feit dat ze hun eigen wereld vertegenwoordigen.

Daarnaast is er altijd iets dat niet geschreven kan worden, een bepaalde eigenheid die inherent aanwezig is bij hen als acteurs. Dat werkt vaak inspirerend, waardoor ik vervolgens scènes weglaat of bijschrijf. Het resulteert in een maakproces waarbij het schrijven van het scenario nauw verbonden is met de leefwereld van de acteurs. Op deze manier wou ik een film maken die meer in een bestaande realiteit stond.

"Je ziet heel veel jongeren op café zitten; wachten. Heftig om te zien, vooral als je weet dat de crisis nu al tien jaar bezig is. Dat is een hele generatie die eronder lijdt."

In welke mate spelen de acteurs versies van zichzelf?
Mees: Ze spelen allemaal uiteraard een bepaalde, specifieke rol - in functie van de film. Maar toch er zijn enkele overlappingen. Tijdens de draaidagen waren ze allemaal werkloos – of hadden ze geen zicht op een hogere studie. Jacques was tijdens het schrijfproces erg aan ’t twijfelen om weg te trekken uit Griekenland, maar tijdens de opnames al niet meer. Zo zie je maar hoe veranderlijk alles is.

Studeert Jacques nu in een filmschool?
Mees: Neen, een kunstschool. Gezien er geen publieke filmscholen bestaan maar enkel privé filmscholen was dat voor Jacques financieel geen optie. Dus nu studeert hij kunstgeschiedenis, maar hij vindt het zeer interessant.

Ben je nog terug geweest?
Mees: Ja, ongeveer een maand geleden. Ik voelde een zekere rust bij Jacques. Het feit dat hij is toegelaten in de kunstschool doet hem veel. Ik vrees wel dat er zich opnieuw moeilijkheden zullen voordoen als hij eenmaal zijn diploma heeft. Veel jongeren gaan gewoonweg niet studeren omdat ze weten dat er toch geen werk is eenmaal ze zijn afgestudeerd. Dat voel je ook in de stad. Het centrum van Athene draagt een gepolijst masker dat in functie van het toerisme staat: de Airbnb’s nemen het centrum over en drijven de huurprijzen op. Eenmaal in de periferie gaan je ogen open. Je ziet daar heel veel jongeren op café zitten; wachten. Heftig om te zien, vooral als je weet dat de crisis nu al tien jaar bezig is. Dat is een hele generatie die eronder lijdt.

Vandaar de titel.
Mees: Ja, ‘Waithood’ is een term die voor het eerst werd ingezet wordt door sociale wetenschappers om in Noord-Afrikaanse landen een “wachtende generatie” te beschrijven. Ze verwijzen hier naar jongeren tussen 18-25 jaar die niet aan een onafhankelijk volwassen leven kunnen beginnen doordat er geen plek voor hen is op de arbeidsmarkt. Er zijn al verscheidene professoren en doctoraatsstudenten uit het Verenigd Koninkrijk die me hebben gecontacteerd met de vraag of ze mijn film ‘Waithood’ mogen incorporeren in hun lessen of onderzoek.

 


Louisiana Mees (uiterst rechts) met de VAF Wildcard © Vlaams Audiovisueel Fonds

 

Je hebt alles zelf gefilmd en gemonteerd. Was dat uit financiële noodzaak of was het een bewuste keuze?
Mees: Ik wou bewust geen mensen laten overvliegen, maar dat was eerder uit ecologische overwegingen. Ik wou daarentegen wel samenwerken met mensen uit Griekenland, maar wat ik heb ontdekt is dat het heel moeilijk is om op die heel korte tijd de juiste mensen te vinden. Aangezien ik mijn vorige projecten ook zelf heb gefilmd dacht ik: ja, dan doe ik het zelf.

De film eindigt met een onheilspellende montage vergezeld van een expliciete aanklacht op de klankband. Vervolgens zien we Jacques die wegwandelt, maar zijn pas lijkt te vertragen. Zie jij hoop in het slot?
Mees: Ik weet niet of het een kwestie is van hoop of geen hoop. Het einde slaat eerder op de complexiteit van de hele situatie en op de moeilijkheid voor Jacques om uit deze spiraal te geraken of om een alternatief te verbeelden. Voor mij is de slotsequentie dan ook eerder een wereld rond hem die raast, die op hem weegt. Hij zal moeten zoeken hoe hij zich hier tegenover moet verhouden.

Het is bijzonder knap gemonteerd, maar niet om vrolijk van te worden.
Mees: Dat is waar. Maar voor mij moeten films eerlijk blijven. Ik denk dat ik ook heel vrolijke films kan maken hoor, met zeer veel humor! Wat vond Jacques zelf van de film? Mees: Hij kon er niet echt woorden op plakken, maar uit zijn blik kon ik afleiden dat het voor hem klopte. We hebben een zodanig open relatie opgebouwd doorheen heel die reis waar vertrouwen steeds centraal staat. Hij was bijvoorbeeld ook enkele keren aanwezig tijdens het montageproces.

“Die noodzaak om te kijken, te zien en vervolgens te verstaan was essentieel voor mijn vorming. De volgende stap was om dit te vertalen naar beeld en klank.”

Op welke manier heeft je opleiding aan KASK je gevormd?
Mees: ‘Waithood’ was de eerste film waarvoor ik een scenario schreef, want in mijn bachelor studeerde ik documentaire. Aan die lessen heb ik erg veel aan gehad. Misschien in eerst instantie als mens, daarna pas als filmmaker. Ik echt heb leren kijken en de wereld verplicht moeten benaderen vanuit een observerend standpunt. Hierdoor leer je erg veel bij over hoe je kijkt en hoe deze blik omgevormd, gemanipuleerd en vertaald kan worden. Ik heb bovendien ook een positie leren innemen, terwijl ik vroeger daar veel meer schrik voor had. Ik denk dat veel mensen diezelfde schrik kennen, omdat je door een standpunt in te nemen misschien in een groep valt of in een hokje wordt geplaatst. Die noodzaak om te kijken, te zien en vervolgens te verstaan was essentieel voor mijn vorming. De volgende stap was om dit te vertalen naar beeld en klank.

Ook je volgende project wordt dus fictie?
Mees: Alles begint bij de fysieke wereld waarin we staan en onze kennis over die wereld. Ik haal mijn inspiratie uit observaties en ontmoetingen met mensen. Daarna komt de verbeelding die men op die wereld projecteert en in een nieuwe vorm boetseert. De rijkheid aan ingrediënten die vormgeven aan de complexiteit van deze kosmos motiveren mij om films te maken en om met mensen samen te werken.

Ik vind dat er ook steeds een openheid moet bestaan voor improvisatie. Dat maakt het maken van cinema voor mij ook zoveel spannender, omdat je ruimte laat voor die kleine vonk… Die vonk die het leven zelf is en die je nooit kan nabootsen. Daar word ik gewoon gelukkig van.

Coverfoto © Louisana Mees