Interview

"In Honduras kent iedereen wel iemand met een onmenselijk migratieverhaal."

Met een VAF Wildcard op zak draaide Daniel Granados het korte migratiedrama 'Los Veo', in Mexico.

Lees meer over

03.09.2021 Kate Voet

De Hondurees-Belgische Daniel Granados won in 2016 met zijn afstudeerfilm ‘Yibril’ de VAF Wildcard Fictie, en maakte daar het straffe migratiedrama ‘Los Veo’ mee. Tijdens ons gesprek duidt Granados ons begeesterd de traditie van Latijns-Amerikaanse cinema, zijn liefde voor het geluid van de ronroco, en de noodzaak die hij voelt om films te maken over gevoelige sociaal-maatschappelijke thema's.

‘Los Veo’ (bekijk hier een teaser), deze week te zien tijdens Brussels Short Film Festival, neemt ons mee naar Mexico, waar vluchtelingen zich aan een gevaarlijke tocht wagen om de grens over te steken naar de Verenigde Staten. De locatie wordt bewust niet nadrukkelijk genoemd vanuit Granados’ verlangen om een universeel karakter te geven aan dit gevoelige en duistere verhaal over mensensmokkel.

De film vangt aan als een thriller, maar transformeert snel in een poëtische en emotionele roadtrip over een alleenstaande vader en zijn zieke dochtertje. Na een gruwelijke ervaring wil hij zijn werk voor een bende van mensensmokkelaars achter zich laten, en een nieuw leven starten aan de andere kant van de grens.

 


'Los Veo'

 

Vanwaar het verlangen om een film te maken rond migratie?
Granados: Vooral uit eigen ervaringen, en de vele verhalen uit Honduras over mensen die zich aan de tocht naar de Verenigde Staten hebben gewaagd. Sommigen slaagden in die reis, anderen raakten de grens niet eens over, of werden weer teruggestuurd. In Honduras kent iedereen wel iemand met zo'n onmenselijk, pijnlijk verhaal.

Daarnaast was ik diep geraakt door een verhaal over een heel zorgzame mensensmokkelaar, het tegenbeeld van hoe we ons smokkelaars doorgaans voorstellen. De vrouw die me dit verhaal vertelde, kon haar smokkelaar op een gegeven moment niet meer betalen. Hij had van hogerop de opdracht gekregen haar achter te laten, maar hij leefde zo met haar mee dat hij haar de meest veilige route bezorgde om toch zelf de grens over te geraken.

Vandaar het verlangen om een gelaagde film te schrijven en de smokkelaar in mijn verhaal als een complex, menselijk personage neer te zetten. Ik wilde een man tonen die zelf ook niet kan ontsnappen aan het criminele milieu waar hij in verwikkeld raakte vanuit de noodzaak om voor zijn zieke dochtertje te zorgen.

Ik voelde een groot verlangen om 'de smokkelaar' in mijn verhaal als een complex, menselijk personage neer te zetten.

Wat of wie waren je inspiraties tijdens het maakproces?
Granados: Een grote inspiratie is het werk van de Mexicaanse cameraman Emmanuel Lubezki en dat van de Mexicaanse filmregisseur Alejandro González Iñárritu (‘Amores Perros’, ‘Babel’, ‘Birdman’, ‘The Revenant’). Heel specifiek heb ik me sterk laten inspireren door Iñárritu's ‘Biutiful’. Op een heel subtiele manier verweeft hij in die film een diepmenselijk, droevig verhaal met zachte, magisch realistische elementen. Het is belangrijk voor me om zware thema's (zoals migratie er een is) aan te raken, maar nooit zonder een magische touch.

Wij als Latijns-Amerikanen hebben een rijke traditie van magisch realistische kunst, en die wil ik naar Europa halen. In Honduras, maar sterker nog in Mexico, vieren we de doden tijdens Día de Muertos. De kerkhoven worden dan versierd met oranje blaadjes die rond worden gestrooid om de doden de weg terug naar hun familie te tonen. In plaats van een spoor terug naar de Aarde, wilde ik in mijn film via de blaadjes een metaforisch spoor creëren naar het hiernamaals. Aanvankelijk merkt enkel het dochtertje Gabriella deze blaadjes op, maar uiteindelijk ziet haar papa ze ook wanneer hij zelf op de vlucht slaat en geconfronteerd wordt met de gevolgen van zijn foute keuzes. De liefde die we koesteren voor de doden komt in rituelen prachtig tot uiting: dat gevoel wilde ik meenemen in de film.

Hoe verliep je samenwerking met director of photography Silvian Hettich?
Granados: Silvian en ik werken al samen sinds mijn tweede jaar aan RITCS in Brussel. Het viel me meteen op hoe hard hij werkt, hoezeer hij houdt van uitdagingen en hoe polyvalent hij is: hij past zich altijd aan de wensen van de regisseur aan, of de noden van de film. We gaan steeds samen op zoek naar een beeldtaal waarbij we zeer dicht bij de personages en bij de actie kunnen blijven: natuurlijk en beschikbaar licht en handheld cinematografie. We plannen alles, maar er is veel ruimte voor improvisatie.

Het leeuwendeel van de cast en crew vond je in het buitenland. Hoe verliep die internationale samenwerking?
Granados: De enige mensen uit België waren Silvian, de eerste camera-assistent Rachelle Sluiter en ikzelf. De rest was Mexicaans. Hen hebben we gevonden via onze Mexicaanse co-producent Wannes Gevaert, dat is een Belg die al tien jaar in Mexico woont en er ook actief is in de filmwereld. Daar draaien was een groot avontuur. Het was zeer fijn om in mijn moedertaal te kunnen regisseren — iets wat ik heel graag vaker zou willen doen — maar de cultuurverschillen zijn groot en we vullen professionalisme anders in. In Mexico is het bijvoorbeeld niet erg om ’s ochtends later op set te arriveren omdat je de avond ervoor een feest had, dat is in België wel anders. Maar het talent en de vaardigheden van de cast en crew is van een even hoog niveau. Uiteindelijk zou ik graag terugkeren naar Honduras en daar een film realiseren.

 


Daniel Granados op de set van 'Yibril' © Jeroen Poppe

 

De sound design is zeer bezwerend. Wanneer de film transformeert van een thriller naar een emotionele roadtrip, leidt het geluid ons samen met de cinematografie. Hoe is sound designer Hans de Wit te werk gegaan?
Granados: We onderschatten de rol van geluid soms. In post-productie behandelen we dat departement opnieuw met meer respect, maar op set vergeten we dat helaas te vaak. Ik had duidelijk een visie van wat ik wilde voelen en daarover heb ik gesprekken gevoerd met Hans. We brachten ook veel sfeergeluid mee uit Mexico, de wereld klinkt nu eenmaal overal anders.

Ik wilde de film mysterieus starten. De openingsscene is gebaseerd op een gruwelijk verhaal van een kartel dat tweeënzeventig vluchtelingen executeerde wanneer ze hun reis niet langer konden betalen. Dat moment in mijn film is een keerpunt voor Alejandro. De kijker moet het gevoel krijgen dat hij op dat moment in een andere wereld is. Alles rondom hem voelt erg ver weg. Hier worden ook de oranje blaadjes geïntroduceerd op de geluidsband. Wanneer we de geweerschoten horen, dan horen we enkele seconden later een wind alsof al die blaadjes, de mensen, wegvliegen naar het hiernamaals.

Ik wil heel graag vaker in mijn eigen moedertaal  regisseren.

En de muziek?
Granados: Daarvoor werkte ik opnieuw samen met Vincent Groos, een collega-filmregisseur die, voor hij zijn liefde voor film ontdekte, als muzikant aan de slag was. Het was eenvoudig: ik wilde het geluid van de ronroco in de film. Dat is een heel klein instrument, een soort gitaartje, dat een heel emotionele en poëtische klank heeft: droevig maar ook levendig. De droefheid moest de film leiden. Je kan er heel snel mee spelen, de ritmische klank bootst ook de beweging van de wegvliegende blaadjes na. Vincent heeft trouwens speciaal voor de film ronroco leren spelen! We hebben bijna acht maanden gezocht om het instrument in België te vinden. (De soundtrack van de film is te beluisteren via Spotify, nvdr)

Wat brengt de toekomst?
Granados: Momenteel ontwikkel ik een nieuwe kortfilm. Het scenario is net klaar en ik werk opnieuw samen met Serendipity Films. We hebben met het project net deelgenomen aan het co-production forum van het Brussels Short Film Festival. De film gaat opnieuw over migratie, maar dan vanuit een andere invalshoek verteld. Vaak worden de complexe, individuele levens van migranten vergeten alsof de migratieproblematiek het enige aspect van hun leven is. Met mijn nieuwe film wil ik dat anders belichten. Rond hetzelfde thema, en met dezelfde aandacht voor magisch realisme, schrijf ik momenteel ook aan een langspeelfilm.

Coverfoto © Annika Wallis