Interview

"In animatie heb je veel meer perspectieven om een verhaal te vertellen."

RITCS-alumnus Zander Meykens won met zijn animatiefilm 'XYXX' een VAF Wildcard.

Lees meer over

25.10.2018 Liza Brandt

Het RITCS had vorig jaar enkele straffe afstudeerwerken binnen de animatie-afdeling. ‘XYXX’ was er daar ongetwijfeld één van. Zander Meykens mocht met zijn afstudeerfilm een Wildcard van het Vlaams Audiovisueel Fonds mee naar huis nemen ter waarde van €60 000.

‘XYXX’ is een animatiefilm die ons opviel door Meykens gebruik van schaduwen, de scherpe 3D-animatie en de rijke geluidsband. We spraken met Meykens af om eens te horen hoe dat moet, zo’n Wildcard winnen.

Eerst en vooral: proficiat met de Wildcard! Had je dit zien aankomen?
Meykens: Ik heb Wetenschappen-Wiskunde gestudeerd dus ik had direct mijn kansen berekend. (lacht) Aangezien er elf mensen waren ingeschreven, was 9% mijn logische kans. Ik ken het werk van mijn klasgenoten en wist dus dat de concurrentie sterk was. Ik had zeker niet verwacht te winnen, maar ik heb wel alles gegeven. Oorspronkelijk was ik eigenlijk niet van plan mijn masterjaar te doen.

Waarom niet?
Meykens: Ik was niet zeker of dat mij vooruit ging helpen. Uiteindelijk kijkt men niet naar je diploma, maar naar wat je kan. Tot ik iemand ontmoette die ook animatie had gestudeerd en me zei dat de enige reden waarom hij de master heeft volbracht, was omdat dat hoogstwaarschijnlijk de laatste keer is dat je een eigen film maakt. Daarna ga je meestal voor anderen werken. Daar heb ik naar geluisterd.

De jury loofde je film omwille van “de doordachte cinematografie en spitsvondige montage”. Wist je dat mensen dit als de sterkte van je film gingen aanhalen?
Meykens: Dat was wel de bedoeling. Ik houd van cinematografie. Ik lees regelmatig boeken om mij bij te scholen en één van die boeken bestond uit honderd montagetips. Van enkele tips had ik nog nooit gehoord of bij stil gestaan.

Die kwamen dus ook niet op school aan bod?
Meykens: Nee, we hadden wel het vak "storyboarding" waarbij montage een onderdeel was, maar montage zelf hebben we niet uitgebreid behandeld. Ik was er zelf wel actief mee bezig en was dan ook blij dat dit er voor de jury uitsprong.

Zowel je bachelor- als je masterfilm zijn donkere films waarbij de belichting cruciaal is.
Meykens: Ik houd van belichting. Een filmrol bestaat uit beelden die vastgelegd zijn door de inwerking van licht op een lichtgevoelige laag en ook bij de projectie heb je licht nodig. Licht is dus essentieel binnen cinema. Films waar het licht echt goed zit, zijn goede films. Bij ‘Praline’ (Meykens’ bachelorproef, nvdr) was dit oorspronkelijk niet de bedoeling. Ik wou vooral iets doen rond het smelten of breken van objecten in 3D. Ik heb me dan ook verdiept in het werken met effecten om die film te kunnen realiseren. De lamp (in de film) was dan de bron van alle onheil. Het verhaal speelde zich niet af in een echte wereld. Mensen zouden daar waarde aan geven, terwijl de omgeving totaal geen waarde heeft in die film.

 


'Praline' (Zander Meykens) - kijk de film hier.

 

Was de keuze voor animatie heel duidelijk of heb je nog getwijfeld tussen live-action? Of was tekenen los van film ook een optie?
Meykens: Tekenen kan ik niet. Na het middelbaar heb ik alle afstudeerrichtingen in België overlopen en animatiefilm sprong er uit. Ik was ervan onder de indruk dat je dat kon studeren.

Voor je bachelorproef ‘Praline’ ben je vertrokken van een technische uitdaging. Hoe ben je op het idee voor je masterfilm gekomen?
Meykens: Het scenario had ik al sinds mijn tweede bachelor liggen. Voor mijn masterfilm wou ik graag met nieuwe programma’s werken die waarheidsgetrouw het licht berekenen. Bijvoorbeeld de oogjes van mijn robot zijn werkelijk berekend op 5 watt. Vele programma’s of toepassingen geven het licht een waarde, bijvoorbeeld intensiteit 1, maar dat zegt eigenlijk niets. Op deze manier heb ik meer zicht op wat ik doe. Mijn robots hebben een echte lengte waardoor ik ze mij kan voorstellen. Terwijl een virtuele wereld toch virtueel blijft. Ik houd wel van stop-motion, vandaar dat ‘XYXX’ grotendeels twaalf frames per seconde heeft. Enkel als er een camerabeweging is, heb ik dit niet gedaan omdat dit anders resulteert in een stotterend effect. Op deze manier krijg je een realistisch stop-motion gevoel.

Ik was ervan onder de indruk dat je animatie kon studeren.
 

Je oorspronkelijke insteek is een technische uitdaging, maar je film gaat ook over transgenders.
Meykens: Ja, dat was zeker een bewust gekozen onderwerp. Mijn allereerste versie van het scenario ging over een robot die de laatste van een productielijn was en de volgende lijn was een nieuw model. Hij wou al een nieuwe robot zijn, want wie koopt er nu een oude robot als de nieuwe ook al in de winkel liggen? Daar kon je wel enkele thema’s zoals wegwerpmaatschappij, kapitalisme en jaloezie in vinden, maar het was niet sterk genoeg. Op dat moment had mijn vader een collega die zich outte als transgender en ook in de buurt kende ik iemand. Zo werd het geen oude robot, maar gewoon "een andere". Het verhaal was meteen veel sterker.

Op een heel luchtige manier behandel je toch een vaak moeilijk onderwerp. Het duurt ook even voor de kijker door heeft wat er gaande is.
Meykens: Als ik naar een film ga kijken, wil ik altijd zo min mogelijk weten. Graag weet ik wie de regisseur, cameraman of acteurs zijn, maar over de plot lees ik liefst maar één lijntje.

Je titel geeft wel al een richtig prijs.
Meykens: Ja, dat weet ik. Dat vond ik ook gevaarlijk, maar ik moest het toch zo doen. Ik probeer mijn film zo op te bouwen dat je het pas langzaamaan doorhebt. Het is pas na vier minuten dat de kijker het weet. Dat is laat.

Heb je veel hulp gehad van anderen?
Meykens: Ik heb zo goed als alles alleen gedaan. Het enige dat ik niet alleen heb gedaan, is het geluid. Het scenario had ik al en dat was wel interessant. Ik had het al zo lang laten liggen, maar het werkte nog steeds. Ik heb lange dagen moeten werken, zeven op zeven.

Vond je het eenzaam werken soms moeilijk?
Meykens: Nee, dat stoort mij niet. Een beetje rust. Af en toe is er wel twijfel en zou het interessant zijn als je iemand hebt om mee te werken die even wat sneller input kan geven. Ik kan ‘s avonds om 22u klaar zijn en denken “het is goed”, maar meestal heb ik die gedachte niet en blijf ik werken tot ik denk “nu moet ik gaan slapen” en dan stopt het daar.

 


'XYXX' (Zander Meykens)

 

 

 

 

 

 

 

Zijn er voorbeelden binnen de animatiewereld waar je erg naar opkijkt?
Meykens: Richard Williams heeft een boek geschreven dat nog steeds een bestseller is in de animatiewereld: de ‘Animator’s Survival Kit’. Het is het eerste boek dat je koopt wanneer je animatie studeert. Er staat mooi in uitgelegd hoe je van het eerste tot het laatste beeld komt. Het is wel 2D-animatie, maar op zich maakt dat niet uit. Dat is zeker een voorbeeld, Williams heeft zotte dingen gedaan in zijn leven. ‘The Thief and the Cobbler’ is zijn bekendste werk dat nooit is afgeraakt. Er bestaat wel een versie van, maar hier en daar zijn er nog stukken storyboard of ruwe schetsen aanwezig, naast de finaal afgewerkte delen. Voor ‘Who Framed Roger Rabbit?’ van Robert Zemeckis, een film die live-action met 2D combineert, was hij verantwoordelijk voor de animatie.

Voor België vind ik het moeilijker een voorbeeld te noemen. Ik zou kunnen zeggen Raoul Servais, maar dat is gewoon omdat hij zo bekend is.

Dus eigenlijk vooral de klassieke animatiemakers.
Meykens: Het is nog steeds een jong beroep, nog niet veel ouder dan honderd jaar. Twee docenten op het RITCS, Steven De Beul en Ben Tesseur van Beast Animation in Mechelen, doen heel interessante dingen in hun studio. Maar dat is dan misschien weer omdat ik ze ken.

Wat zijn de plannen met je Wildcard?
Meykens: Ik heb me voorgenomen sowieso zelf te schrijven. Ik zou heel graag science-fiction doen, een genre waar ik van houd. Misschien dat mijn robots ook al een kleine science-fiction kant hebben. Het verhaal schrijven is het moeilijkste. Meestal groeit mijn idee uit een live-action langspeelfilm. Ik kan het moeilijk klein houden. Je kunt het over simpele dingen hebben, maar ik zou ook nog iets willen vertellen wat origineel is.

Kan je dan in live-action beter een verhaal meegeven?
Meykens: Ja, ik persoonlijk wel. Hoewel ik niet denk dat dit in het algemeen zo is. In animatie heb je namelijk veel meer perspectieven om een verhaal te vertellen. Er zijn zoveel zaken mogelijk in animatie, terwijl live-action gaat over echte mensen, dus er moet nog één of andere (menselijke) logica in zitten. Bij animatie kan je zo absurd gaan als je zelf wilt. Als er één film is waar ik me graag door laat beïnvloeden is het ‘Arrival’. Dennis Villeneuve is mijn favoriete regisseur en ‘Arrival’ is echt geweldig. De film gaat over aliens die naar de aarde komen, maar eigenlijk gaat het daar totaal niet over. Het is meer een spiegel voor de mens of het hoofdpersonage. Dat mag niet de hoofdrol spelen, maar het heeft wel zijn karakter. In die stijl of verhouding zou ik graag iets maken.

Klinkt veelbelovend.
Meykens: Wat ik in Europa mis, zijn goede science-fiction films. De Amerikaanse zijn allemaal veel bekender.

Jij wordt dus de bekende Europese science-fiction filmmaker.
Meykens: Wie weet. (lacht)

Coverfoto © 'XYXX' (Zander Meykens)