Verslag

Lichting 2019: Campus C-Mine

Ook de masters uit de Genk-tak van LUCA School of Arts studeerden af.
Lichting 2019
22.07.2019 Niels Putman

Ook in de verste uithoeken van Vlaanderen studeren filmstudenten af. In campus C-Mine Genk van LUCA School of Arts doen ze dat vooral met mooie (maar brave) 2D-animaties en (zwakke) genrefilms.
 

Animatie

In ‘Carrier’ (7’) van Marijn Grieten ontwaakt een reuzenrobot uit een eeuwenoude slaap in een post-apocalyptische wereld, met als enige doel: het bezorgen van zijn vrachtlading op de aangegeven locatie. Maar is de reis vaak niet van groter belang dan de bestemming? Daar komt ook deze verloren robot achter, die gedurende zijn tocht beseft dat het leven meer te bieden heeft.

De menselijkheid van de robot, met z’n lading verdriet en z’n gevoel voor empathie, zijn een grote meerwaarde voor de film. Grieten giet dat alles in een vormgegeven 2D-animatie, begeleid door, veelal droeve, pianomuziek.

Emi Canini zoekt in haar animatiefilm naar de titel van haar afstudeerwerk. “De gokverslaafde chimpansee?” Toch maar niet. Zeer meta allemaal, en autobiografisch, want in (het uiteindelijk getitelde) ‘Mijn Zusje’ (5’) vertelt ze over hoe het is om samen te leven met haar zusje Liana, die een mentale en fysieke beperking heeft en daardoor zeer hulpbehoevend is.

Canini kleurt haar animatie vaag in, aquarel lijkt het wel, en teert vooral op humor en herkenbaarheid. “Mijn Zusje toont de helende kracht van humor en liefde in moeilijke situaties,” vertelt ze zelf. Het persoonlijke is erg voelbaar, en maar goed ook. Schattig!

 


'The Observatory'

 

Een bejaarde koe genaamd Grandmoo Smith wordt ondergewaardeerd door haar eigen kudde, inclusief haar eigen familie. Ze spendeert haar dagen onder een oude eik in de wei, met als enige vrienden de eenden die ze voedert. Celine Heijnen haar 2D-animatiefilm ‘Greener Pastures’ is klare koek voor kinderen en kleuters: heldere, kleurrijke tekeningen en een gezellig, grappig dierenverhaaltje. Alleen die Engelstalige voice-over gooit in dat opzicht wat roet in het eten.

Anaïs Negre baseerde haar ultrakorte ‘Pricolici’ (3’) op een Roemeense folklore over doden die herrijzen als vampier-weerwolven. Die lugubere gedachte vertaalt ze ook zo naar film: kaarsen, donkere taferelen, mysterie. Met een goede stijloefening als resultaat.

Indrukwekkender is Andries Berteloot’s ‘The Observatory’ waarin een reus met een vreemd gebouw op zijn rug doorheen een verwoest landschap wandelt. De gelijkenis met Martijn Grieten’s ‘Carrier’ is er zeker, al vertellen beide films een ander verhaal. De sierlijke, lange poten van het robottuig lijken wel uit één van Dali’s schilderijen te stappen, maar voorts is er van surrealisme minder sprake. De vele fade-outs maken Berteloot's vertelling soms verwarrend, maar mooi is het allemaal wel.

Veruit onze favoriet bij de animatiefilms is het expressievere ‘Fight Against Time’ (6’) van Wout Vanbrabant. In deze 2D-animatie over racewagens – zelf noemt hij het een promofilm voor Formule 1 – mixt hij technieken (cut-out, frame by frame, leganimatie), en stijlen. De rode draad blijft de lopende kilometerteller en de pompende adrenaline van snelheidsjagers in scheurende wagens. Tegelijkertijd toont hij de evolutie in snelheid en drama binnen de Forume 1-wereld, vanaf de jaren vijftig tot nu. Vanbrabant experimenteert en giet er uit een gevoelsfilm uit – een trip op basis van strakke beats, goede kleuren en een snedige montage.

Serge Bloemens ‘In Godsnaam’ (5’) doet ons qua stijl op het eerste zicht aan het werk van Roman Klochkov ('Administrators', 'Natasha') denken, ook de vitesse heeft hij met Klochkov's oeuvre gemeen. Bloemen vertelt het verhaal van een naakte, puberende Jezus Christus. Zoals elke tiener voelt hij zich niet begrepen: niemand gelooft namelijk dat God de Schepper eigenlijk zijn vader is. Hij doet er alles aan om zijn medestudenten van het tegendeel te bewijzen. Een woordeloos maar geestig animatiefilmpje.

 

Fictie

Iets minder enthousiast zijn we helaas over de fictiefilms. Technisch zeker in orde, maar de scenario’s hangen vaak met haken en ogen aan elkaar. Voorspelbaarheid en stevige dramatiek troef.

Een goed voorbeeld is het psychologische drama ‘Cirque’ (16’) van Bob Colaers. Daarin rijdt de broer van Jonas (Oscar Willems) een kind omver, maar verzwijgt hij dat voor hem, om vervolgens tien minuten lang opgegeten te worden door een groot schuldgevoel. Colaers kan rekenen op een goede cast en een camera- & lichtcrew die van wanten weet – alles is netjes en zeer sfeervol in beeld gebracht -, maar zijn scenario is oeverloos dramatisch, en weinig verrassend.

 


'Cirque'

 

Al kan het nog dramatischer. Jelle Casier heeft het in ‘Zijn weg’ (10’) over een familiaal drama waarbij een vader zelfmoord pleegt. Daardoor wordt een “jonge kerel gedwongen om volwassen te worden,” vertelt Casier zelf. De film is echter visueel ongeïnspireerd en het scenario stroef, voorspelbaar.

In de psychologische thriller van Ulrike Venken teert niet zozeer de dramatiek maar wel het mysterie welig. In ‘Night Shift’ (16’) speelt Line Pillet ('Lost in the middle', 'Blue Monday') een jonge verpleegster die een kasteeleigenaar met psychoses (Oscar Willems, wederom) verzorgt. Vanachter het keldergat in zijn woonst gaat een rode gloed uit: mysterie! Venkens ontrafelt traag haar verhaal, en vertelt vooral veel via nogal letterlijke dialogen. Geweldig is het allemaal niet, maar voldoende voor een genre-oefening.

Van heel ander kaliber is ‘Findus’ (12’), de romantische fantasy-komedie van Sam Rutten waarin een postbode (Sid Van Oerle) het hart van de plaatselijke bloemist (Christine Verheyden) probeert te veroveren door haar bij te staan in de zoektocht naar haar verloren kat. Die hij per ongeluk zelf heeft omver gereden. Opzwepende muziek, feeëriek licht, geanimeerde vlindertjes. Ruttens sprookje blijft uiteindelijk misschien iets te realistisch, al werden we er wel vrolijk van.

Maurizio Ciaranni’s ‘Kip Curry’ (18') is om kippenvel van te krijgen. Helaas niet op de goede manier. Zijn dramedy toont een koppel (Joke Sluydts en Andy Van Kerschaever) dat aan kinderen wil beginnen, al is manlief vooral bekommert om de eitjes van zijn kippen, niet zozeer die van zijn vrouw. Ciaranni’s film is slecht geschreven, lelijk gefilmd en ongeloofwaardig geacteerd. Alle pluimvee-actie ten spijt!

Niet besproken in dit verslag: ‘Vergeten Geweten’ (Michiel Lateur, fictie), ‘Nooit’ (Esther Devroo, fictie), ‘Race Amazones’ (Pauline Lemmens, documentaire), ‘Hoogsensitiviteit, van opgave naar gave’ (Steffi Boosten, documentaire), ‘Oude liefde roest niet’ (Silke Meesen, documentaire) & ‘Man Upgrade ‘ (Jana Van den Broek, documentaire), ‘Beest’ (Ilse Colémont, animatie)

Coverfoto © LUCA School of Arts