Verslag

Lichting 2018: RITCS

Straffe lading afgestudeerde filmmakers aan het RITCS dit jaar.
Lichting 2018
25.10.2018 Kortfilm.be-redactie

Vroeg in het festivalseizoen werd al duidelijk: de lichting 2017-2018 van de Royal Institute for Theatre, Cinema & Sound in Brussel moet dit jaar allesbehalve onderdoen voor de ‘concurrentie’. Op Film Fest Gent werden drie afstudeerwerken geselecteerd, waarvan er één al met de Publieksprijs ging lopen. Dat belooft voor het Internationaal Kortfilmfestival van Leuven straks.

De publiekslieveling van Film Fest Gent 2018 werd ‘Provence’ (22’) van Kato De Boeck. Daarin verkent de elfjarige Camille samen met haar vijftienjarige broer Tuur hun zonovergoten kampeerplek en stoot daarbij al snel op twee Nederlandse meisjes. Camilles verlegen broer krijgt meteen de aandacht van het intimiderend vrouwelijk duo. Tuur reageert relatief onverschillig op de nieuwbakken aandacht, maar Camille heeft het er zichtbaar moeilijk mee. Haar soulmate wordt weggekaapt en Camille kan de jaloezie niet onderdrukken. Wat een zorgeloze vakantie had moeten zijn, ontaardt tot een reis om nooit meer te vergeten.

Kato De Boeck etaleert met deze prachtige coming-of-age prent haar bakken aan talent. De camera start op de kruin van bloeiende bomen om via een tiltbeweging een eerste magnifiek shot te introduceren. Zo volgen er nog velen. De fotografie van Esmoreit Lutters in ‘Provence’ is consequent oogstrelend. De veelal complementaire kleuren versterken elkaar en zorgen voor een bijzonder adequate sfeerzetting. De kijker waant zich even in het zuidoosten van Frankrijk en dopt de teentjes in het water. Petje af voor dit werk. (jc)

 


'Bamboe' (Flo Van Deuren)

 

Een beetje in dezelfde sferische lijn, en ook aanwezig in Gent dit jaar, is ‘Bamboe’ (19’) van Flo Van Deuren. Bamboe is één van de snelst groeiende plantensoorten. Als één bamboeplant groeit, dan trekt hij ook zijn omgeving mee in het proces. Hetzelfde gebeurt bij een groepje dertienjarige vriendinnen die hun eindeloze zomerdagen doorbrengen in de met bamboe overwoekerde uithoek van het dorp. Ze plannen samen de deelname aan een zeepkistenrace, maar de komst van een zwarte man gooit roet in het eten. Zijn mysterieus aura laat de hormonen van de bakvissen op hol slaan. Al snel rijst jaloezie en wordt de vriendschap van de vriendinnen op de proef gesteld.

Flo Van Deuren verweeft haar prent met danselementen die de absurdistische insteek van het verhaal ondersteunen. Ook de soundtrack versterkt de broeierige sfeer die doorheen de film bijna een personage verwordt. De analogie die wordt gelegd tussen de natuurlijke omgeving van de personages en hun gevoelswereld is bijzonder treffend. (jc)

Lauranne Van Den Heede springt in haar documentaire evenzeer mee in de zoektocht van enkele jongeren naar een andere vorm van zingeving. In the middle of nowhere, ergens op het platteland in Letland, bouwen vrienden samen aan een community. Tussen hun spirituele en filosofische tochten door, renoveren ze een oude boerderij. Het leven in de stad geeft hen geen voldoening, maar ook hun vrije wereld is niet zonder hindernissen.

Those We Become’ (24’) is opgebouwd uit enkele puik gekadreerde shots. De stilte en rust in de vrijplaats is frappant en wordt ook in de beeldvoering doorgevoerd. Een ontwapenend moment in de documentaire ontstaat door het feit dat de camera naar de regisseur wordt gekeerd en de rollen even omgedraaid worden. Dit authentiek deel staat echter in schril contrast met de scène bij zonsondergang, die eerder artificieel aanvoelt. (jc)

Ellen Brock documenteert haar poging om de moeilijke relatie met haar vader te bespreken. Een geschil uit het verleden blijft de vader-dochterrelatie overschaduwen. Ze schraapt al haar moed bijeen en vraagt haar papa waarom het zo ver is gekomen. De vader wordt op effectieve wijze geschetst door enkele scènes met bizarre interacties. Het sappig Limburgs accent kleurt de scènes en komt ook terug in de ietwat uit de toon vallende voice-over. Vooral de momenten waarin de maakster eerst het gesprek aangaat met haar moeder en nadien met haar vader zijn bijzonder straf. Pas op dat moment worden we als kijker écht meegetrokken in ‘Face Me, Facing You’ (19’), een zeer persoonlijk en intiem verhaal. (jc)

 


'Those We Become' (Lauranne Van Den Heede)

 

De Brusselse Diksmuidelaan is een audiovisueel portret rijker. Evelien De Graef kijkt met de inwoners van de boulevard mee naar hoe de laan een verzamel- en ontmoetingsplaats is voor mannen die illegale arbeid aanbieden en vooral zoeken. Niet iedereen is onverdeeld tevreden met de ongewone functie van de plaats. De documentaire is klassiek van opzet en herbergt talloze zogenaamde talking heads. Echter, de sterke momenten zitten in de scènes met interactie, die helaas niet talrijk aanwezig zijn. ‘Histoire d’un boulevard’ (16’) is een bescheiden doch relevant portret van een topos die uiteenlopende verhalen en diverse mensen bij elkaar brengt. (jc)

Via een voice-over met heerlijk diepe stem en prachtige fotografie zuigt Brian Den Hartog het publiek in het verhaal van een bijzonder persoon. Veranderen van geslacht is voor ‘x’ niet genoeg. De menselijke grenzen moeten overwonnen worden om een transhumaan concept te bewerkstelligen. Want het leven is een lijdensweg, die enkel eindigt in de dood.

Na zijn geslaagde bachelorproef ‘A Dialogue with Cyberspace’ (geselecteerd voor Film Fest Gent 2018) experimenteert Brian Den Hartog opnieuw met ongewone soundscapes. Het zorgt voor een donkere teneur in ‘K2118’ (16’) die een indrukwekkend gestalte geeft aan het personage. Brian Den Hartog gaat verder op zijn ingeslagen weg en levert wederom een straf werk af. (jc)

Aisha Adepoju laat het publiek kennismaken met een bijzonder joviaal Spaans meisje dat haar weg probeert te zoeken in het geharrewar van de Brusselse metropool. Ze probeert via middenjury haar diploma te behalen om haar dromen na te streven, maar onder meer zogenaamde toxische relaties bemoeilijken haar levenswandel.

Het is hartverwarmend hoe ze na iedere tegenslag nog meer energie vindt om ertegenaan te gaan. De kijker kan niet anders dan sympathie kweken voor het personage. Ook al zijn haar keuzes niet altijd de juiste en hervalt ze vaak in minder productieve gewoontes, toch blijft ze er steevast voor gaan. Ook haar omgeving wordt door haar enthousiasme geactiveerd. Niemand mag achterblijven en dat zullen ze geweten hebben. ‘El camino frente a mi’ (26’) is een sympathiek en energetisch audiovisueel portret van een survivor. (jc)

 


'Memre Yu' (Zaide Bill)

 

Zaide Bills documentaire vertelt het verhaal van een Surinaams-Nederlandse familie via de herinneringen aan een vervallen familiehuis in Suriname. ‘Memre Yu’ (42’) gaat over het niet kunnen loslaten van het verleden en het nostalgisch hunkeren naar de roots. Echter, dat komen we pas erg laat in de film concreet te weten. Daarvoor krijgen we een reeks zeer artificiële interviewscènes voorgeschoteld die vooral informatief aanvoelen.

De grootmoeder is een bijzonder kleurrijk personage. Ze hangt erg vast aan het verleden en zou graag terug naar Suriname gaan. Het vervallen huis als laatst overgebleven materiële herinnering is voor haar van onschatbare waarde. Maar de staat van het huis laat de wensen over en de gehele familie komt voor de keuze te staan: verkopen of renoveren? Elk familielid heeft er zo zijn mening over, maar tot een confrontatie komt het spijtig genoeg niet want iedereen wordt apart geïnterviewd.

Sommige scènes of shots zijn moeilijk te kaderen in het verhaal en ook de structuur is nogal vrijblijvend. Toch slaagt Bill erin om via de boeiende persoon van haar grootmoeder enkele memorabele momenten te creëren. Voor de Nederlands-Surinaamse familie moet deze film van onschatbare waarde zijn, maar voor de modale kijker voelt hij ietwat lang aan. (jc)

Broken’ (20’) is dan weer een verhaal over verlies, en vooral de machteloosheid die gepaard gaat met het niet kunnen plaatsen van dat gemis. Een heel menselijk verhaal dus, wat niet altijd even gemakkelijk te vertalen is in beeldvorm. Of regisseur José Daniel Granados, die met zijn bachelorfilm ‘Yibril’ een Wildcard won twee jaar geleden, daar dan in slaagt?

Laten we zeggen dat het tergende gevoel dat de twee hoofdpersonages ervaren - dat van het verlies van hun ongeboren kind – zeker wel doorschemert doorheen de twintig minuten van deze kortfilm. Daarin wordt pijnlijk duidelijk dat ook hun relatie geen verder leven is beschonken. We zien het koppel voortdurend bekvechten met een steeds geïrriteerd vrouwelijk hoofdpersonage en een steevast weer sussende man op de achtergrond. De verslagenheid van de vrouw is erg begrijpelijk en menselijk. Bovendien is het altijd moedig om op een delicate manier zo’n zwaar thema te behandelen. Granados doorbreekt hier en daar een klein taboe rond dergelijk verlies. Al hadden we graag een nog grotere empatische laag gevoeld, misschien. (ev)

 


'Vlieg niet als je geen vleugels hebt' (Esmoreit Lutters) © Sofie Gheysens

 

In ‘Our Last Days’ (24’) draait het om de laatste verzoening tussen vader en zoon, met een post-apocalyptische toon op de achtergrond. Pieter Verhelst speelt de zoon, Ludo Hoogmartens de vader. Beiden acteren sterk. De film speelt zich af in een periode waarbij de mensheid volledig zonder water zit. Geen mis idee, gezien de waterschaarste op verschillende plekken in de wereld helaas nu al een feit is.

Sam Gielen tracht duidelijk een zeer atmosferische kortfilm af te leveren, maar schiet daarin vaak tekort. Het einde van de wereld is nabij, er heerst buiten een verschroeiende hitte die hen dwingt het allerlaatste water te hamsteren en binnen te blijven. Niets daarvan vind je helaas terug in de vorm van een interessante spanning doorheen de film. Ook wij blijven daardoor eerder dorstig achter. (ev)

Vier puberende koters lopen thuis weg, met slechts één rugzak bij de hand. In ‘Vlieg niet als je geen vleugels hebt’ (20’) van Esmoreit Lutters is ons echter niet meteen duidelijk waarom. Bij enkele van de personages krijg je een beetje achtergrond waarom ze liever kampvuren en labiele boshuisjes bouwen in de natuur dan thuis te zijn, bij de overige twee blijft het evenwel een mysterie. Het gevoel te willen vluchten is een universeel idee waar veel mensen zich in kunnen herkennen. In dat opzicht is het fijn om de vier kinderen van hun vrijheid te zien genieten. Alles blijft helaas finaal nogal braaf. Puike cinematografie en sfeer, dat dan weer wel. (ev)

 


'De Zon is een Maffe God' (Mathijs Dekyvere)

 

Ook de afstuderende televisiemakers laten enkel volwaardige kortfilms van de band rollen. Zo is her het geestige ‘De Zon is een Maffe God’ (12’), gebaseerd op de boeken van de Noorse schrijver Jon Ewo. Mathijs Dekyvere vertelt het verhaal van 9-jarige Adam. De jonge telg is smoorverliefd op een meisje, maar stoot in zijn veroveringstocht op een moeilijk overwinbare hindernis: zijn leeftijd. Zijn prooi vindt hem maar een kind. Maar de strijdlustige Adam blijft niet bij de pakken zitten en doet er alles aan om zo snel als mogelijk volwassen te worden. Deze ludieke opzet dient als basis voor een televisiereeks.

In de film wordt er op rijke manier verteld. Adam vertelt zijn verhaal in een interview op TV. Van daaruit wordt overgegaan naar de eigenlijke scènes, al dan niet begeleid door een voice-over. De beelden wisselen elkaar vaak in sneltempo af en ook enkele animatie-emelenten zijn geïncorporeerd. De beeldovergangen zijn bijzonder knap en inventief. ‘De zon is een maffe god’ is daardoor een geestige kortfilm voor het jongere publiek. (jc)

Baden in Blauw’ (20’) is geïnspireerd op de teksten en de muziek van het album ‘6 Feet Beneath The Moon’ van King Krule. Tijmen Govaerts (‘Poor Kids’, ‘Girl’) kruipt in de rol van Isaac, een jonge twintiger, die kampt met een depressie. Tegen zijn vader (Jan Bijvoet) zegt hij dat er iemand is waarmee hij kan praten. Echter, de onmogelijkheid om uit te drukken wat hij voelt is een belangrijk thema. We volgen Isaac in zijn pijnlijke worsteling.

Pauwel Billiau schotelt geen afgelijnd verhaal voor, maar laat ruimte voor de kijker om eigen interpretaties te vinden en invullingen te geven. Net zoals de muziek een gevoel overbrengt, communiceert ‘Baden in Blauw’ voornamelijk op emotioneel niveau. (jc)

 


'Gewoon Kind' (Katrijn Boon)

 

Met haar docuconcept ‘Gewoon Kind’ (15’) brengt Katrijn Boon een ode aan de kracht van kinderen die ook in precaire situaties hun optimisme niet verliezen. Een onbezonnen kindertijd is niet iedereen in de wieg gelegd. Mert en Ruzgar zijn twee achtjarige kinderen die leven in een decor van verborgen armoede. De kinderen zijn de protagonist en hun speelsheid fungeert als rode draad. De vertederende momenten zijn niet op één hand te tellen. Katrijn Boon is erin geslaagd de kinderen te filmen zonder dat ze zich bewust zijn van de camera. (jc)

In ‘Botvieren’ (5') van Elise Eetesonne tenslotte, vertelt de regisseuse op een erg korte tijd een zeer pakkend en ook geweldig relevant verhaal over mentale gezondheid. Haar stop motionfilm doet gezien de pluizigheid soms denken aan de stijl van Emma De Swaef & Marc James Roels, maar haar vertelling is veel concreter dan ‘Oh Willy…’.

Een meisje wacht in de wachtkamer van het ziekenhuis tot ze binnen mag voor een behandeling. Op het eerste zicht lijkt er weinig met haar aan de hand, daarom krijgen patiënten met een duidelijke fysieke pijn meermaals voorrang. Haar mentale, en dus onzichtbare, pijn wordt niet gehoord. Eetesonne verhaalt daarmee zeer doeltreffend een erg maatschappelijk probleem, in een erg knap gemaakte animatiefilm. (np)

Werden niet besproken: ‘Dear Son’ (Aagje Van Damme, animatie), ‘Ship To The Moon’ (Oscar Rojas Mora, animatie), ‘The Viewmaster’ (Siebe Desmet, animatie), ‘La Cicatrice Violette’ (Wang Him Yip, fictie), ‘Da Yie’ (Anthony Nti, fictie), ‘Hastro’ (Wietse Claes, televisie), ‘Ona & Ena’ (Sofie Keymeulen, televisie), ‘Quercus’ (Rani D’hulster, televisie).

Coverfoto © 'Provence' (Kato De Boeck)
Tekst: Jannes Callens (jc), Ellen Van Hoegaerden (ev), Niels Putman (np)