Verslag

Lichting 2018: KASK

Het Gentse KASK werpt een nieuwe horde filmmakers uit haar nest.
Lichting 2018

Lees meer over

25.09.2018 Kortfilm.be-redactie

Vlak voor de zomervakantie stelde KASK haar afstuderende filmmakers van het schooljaar 2017-2018 voor. Wij gingen naar goede gewoonte kijken en spotten enkele sterke fictiefilms, leuke animatie en vooral heel wat ambitieuze documentaires.
 

Documentaire

Eén lang verbluffend en dromerig openingsshot van de uitgestrekte zee tot het grauwe interieur van een schip maakt menig hoofd in de zaal ijl. De eindeloosheid van de zee wordt in ‘elephantfish’ (29’) geresoneerd in de dweperige camerabeweging. Een meesterlijk begin dat geen enkele houvast biedt: In welk genre zijn we beland? Is dit fictie, documentaire of een grensgeval?

We volgen vijf bemanningsleden die door de monotonie aan boord van het gigantische schip al even ijl in het hoofd worden als de kijker na het eerste shot. Adembenemende plan-séquences volgen elkaar in een gezapig tempo op. De sloomheid van het dobberende leven op de onmetelijke oceaan wordt met duidelijke visie in beeld gebracht. Deze presence of absence blijkt echter een vacuüm te creëren zonder enig besef van ruimte en tijd, waarbij verbeelding het belangrijkste wapen wordt. Meltse Van Coillie presenteert hiermee een bijtende studie over de omgang van de mens met leegte en het gevoel van doelloosheid. (jc)

Vita Wilmering (‘Iboya’, 30’) onderzoekt op haar beurt het gipsy-verleden van haar overgrootmoeder en doet dat in een nogal mijmerende documentaire. Ze gaat gesprekken aan met een aantal familieleden en kennissen, terwijl ze ondertussen samen boetseren en musiceren. De gezongen voice-over versterkt die gipsy-sfeer. Waarschijnlijk een leuke documentaire voor de familie, maar verder weinig interessant voor een buitenstaander. (lb)

 


'elephantfish' (Meltse Van Coillie)

 

In ‘I Am Spring You Are Earth’ (32’) gaat een meisje op reis naar Teheran en dompelt zich er onder in de Perzische wereld. Deze docu wordt gepresenteerd onder de noemer van poëzie van het alledaagse en de vrijheid van taal. Op het einde zindert echter vooral de manier waarop Mira de Boose het devies praatje-plaatje naar een gapend saai niveau ‘tilt’ na. Geen enkel beeld is visueel interessant genoeg om te boeien - alsof er geen tijd was voor selectie. Het artistieke denkproces primeert op het eindproduct, wat frustrerend en weinig waardevol is. Gelukkig: de kijker heeft aan het eind van deze bijzonder lang aanvoelende rit toch enkele Perzische woordjes geleerd. (jc)

Een haveloze plaats wordt heimelijk omgeven door een dikke sluier mist. Een boeiend audiovisueel spel met licht, schaduw en percussie ontrafelt zich op non-plaatsen die op eigenzinnige wijze in beeld gebracht worden. Een benevelde man lijkt de galm niet uit z’n hoofd te kunnen bannen. Hij danst en danst, terwijl de snijdende nachtsfeer verder raast. Het blijft echter een raadsel waarom Jonathan Cant (‘Whereto?’, 18’) ervoor kiest om via ondertitels feitelijke informatie over de underground scene mee te geven. Op geen enkel moment heeft de kijker tijdens deze poëtische nachtwandeling nood aan zo’n storende intermezzo’s. (jc)

 


'Los dedos de oro' (Olga Lombaers Muñoz)

 

Pakken sterker is ‘Los dedos de oro’ (24’), een ingetogen audiovisueel portret van een schabberig Spaans dorpje waar de violetkleurige saffraankrokus weinig esthetische concurrentie ondervindt. De schrale en door de zon aangetaste landschappen staan in schril contrast met de parmantige en kleurrijke bloem. De krokus is er koning te rijk en herbergt in z’n stijlen en stempels een bijzonder kostbare specerij: saffraan, ook wel ‘het rode goud’ genoemd. De saffraanteelt is bijzonder arbeidsintensief en wordt nog steeds handmatig uitgevoerd. De dorpelingen lijken allen afgemat door de brandende zon en komen niet verder dan een spelletje petanque. De straten zijn leeg en lijken uitgestorven. Enkel de verdwaalde dieren vinden nog de moed om de leegte te verkennen.

Olga Lombaers Muñoz gaat op zoek naar haar roots door de stiel en de biotoop van haar overleden grootouders te onderzoeken. Daarbij laat ze de kijker voortdurend weten dat ze een film aan het maken is. Dit reflexieve element staat soms inleving in de weg, maar vertelt ook veel over de personages en de drijfveren van de maker. Muñoz hanteert zelf de camera en heeft voldoende visueel talent om prachtig uitgebalanceerde composities te maken. Samen met de regisseur en haar mama ontdekken we hoe ver ze staat van haar eigen afkomst. Muñoz heeft moeite met de Spaanse taal en haar filmische energie contrasteert sterk met de gelatenheid in het zonovergoten dorp. (jc)

In het hedendaagse Athene is maar liefst 44% van de jeugd werkloos. De economische crisis scheurt de toekomst van de jongeren aan flarden, de vooruitzichten zijn er weinig rooskleurig. Er rest niets anders dan op een naïeve manier wachten op verbetering. Louisiana Mees onderzoekt in ‘Waithood’ (25’) hoe jongeren met zo’n uitzichtloosheid omgaan in een sfeervol stukje docufictie.

Vijf jongeren worden geconfronteerd met de zinloosheid van inspanning in een gebroken economie en zoeken escapistische heil in drank, muziek en feestvieren. In de meest luxueuze airbnb’s trachten ze, tegen de betekenisvolle achtergrond van de Atheense skyline, hun uitzichtloze toekomst te vergeten. Samen fantaseren ze over een andere wereld en trachten zo de vlam in zichzelf opnieuw aan te wakkeren. De niet-professionele acteurs leveren stuk voor stuk een gedenkwaardige prestatie af. Louisiana Mees geeft een zwaar onderwerp een audiovisuele flair mee die blijft hangen. (jc)

Hannah Bailliu laat ons nadenken over onze prestatiegerichte maatschappij en onze drang naar ‘overcommunicatie’. Ze plaatst jongeren van dezelfde leeftijd tegenover elkaar die een totaal verschillend pad hebben gekozen. Zo zien we een Brits-Belgisch meisje dat het liefst met haar handen werkt te midden van de natuur. Deze beelden worden afgewisseld met jongeren die participeren aan het prestigieuze VUBMUN-programma: ze worden klaargestoomd voor een wereld vol diplomatie en politieke relaties.

Bailliu toont een interessante tegenstelling zonder een waardeoordeel te laten doorschemeren. ‘Model Young Gestures’ (40’) wekt onze interesse, maar lost de gecreëerde verwachtingen niet helemaal in. Zo mocht het interview met het Brits-Belgisch meisje gerust wat diepgaander. (lb)

 


'Pale Window' (David Slotema)

 

Eerder opmerkelijk binnen een filmrichting is een student die met een ingenieursblik naar de werkelijkheid kijkt. David Slotema is die uitzondering op de regel. Hij combineert een reeks beelden waarin de digitale wereld de werkelijkheid lijkt in te halen. Daarbij neemt hij als belangrijkste uitgangspunten water en mensenstromen.

Slotema switcht in ‘Pale Window’ (24’) tussen gefilmde en digitaal geprogrammeerde beelden, en laat daarbij geluid een belangrijke rol spelen tussen de verschillende werkelijkheden: de associatie tussen het lawaai van de zee, de motor van een boot en het ronken van een computer is niet te missen. Een origineel, contemplatief eindwerk over het programmeren en bijgevolg ook voorspellen van randomness, dat misschien wel iets kon ingekort worden. (jd)

Met de korte documentaire ‘Video Home System’ (35’) brengt Guusje America één van de sterkste KASK-afstudeerwerken van dit jaar. Startend vanuit oude videobeelden van haar familie tijdens haar jeugd, is de film eerst een nostalgisch, sfeervol document dat de jaren negentig en vroege nillies oproept; onscherpe beelden in warme kleuren, een zonnige tuin tijdens de zomervakantie, vader die op klungelige wijze door het huis loopt terwijl hij de nieuwe VHS-camera test. Met enkele goedgekozen plaatjes slaat de sfeer echter om en schetst ze een scherp afgelijnd heden, waarbij de kleuren harder zijn en de blik breder. De ondertussen hedendaagse camera ligt nu in handen van dochter en filmstudente Guusje, die hem doodeerlijk terug op haar familie richt en ontrafelt wat er tijdens het tussenliggende decennium gebeurd is.

Door een ijzersterke montage kruipen de gebeurtenissen, samen met de film zelf, heel langzaam onder je vel, altijd observerend, tot op het naïeve toe, zonder ooit veroordelend te worden.

Elk jaar draaien heel wat eindwerken rond het medium film zelf, wat niet immer geslaagd is. In dit geval echter zorgt het spel tussen camera’s, observatie en verteller voor een belangrijke extra dimensie. (jd)

 


'Video Home System' (Guusje America)

 

Adina Balatova is één van de studenten die met haar afstudeerwerk teruggrijpt naar haar persoonlijke achtergrond. Ze voegt er meteen ook een kritisch, politiek standpunt aan toe. Balatova is afkomstig uit Dagestan in Zuid-Rusland, een conservatieve regio waar vrouwen weinig rechten hebben en homoseksuelen vermoord worden.

In sombere grijze tinten vertelt ze, samen met een homoseksuele vriend die de regio ontvlucht is, het fictieve verhaal van een schijnhuwelijk tussen hen beiden, alsof ze zich op die manier allebei kunnen losmaken van de druk van hun familie. Balatova beschrijft de film als een protest, brengt haar boodschap in een passende stijl in beeld en geeft hem de veelzeggende titel ‘Le Jeu de Mariage’ (30’) – een gespeeld huwelijk om het spel van hypocrisie van haar geboorteregio achter zich te laten. (jd)

 

Fictie

Met ‘Sparren in Afrika’ (15’) vertelt Bas Schulte het verhaal van een jonge acteur in Mechelen, die na een serie ongemakkelijke dates een meisje ontmoet dat nieuw is in de stad. Slenterend en keuvelend leren ze elkaar en de stad kennen, terwijl een meta-spel gespeeld wordt met het medium cinema. Sommige scènes zijn opnames waar de jongen deel van uitmaakt – een film in de film, als het ware –, terwijl andere ‘rechtstreekse’ beelden zijn. Door de vraag in het midden te laten welke beelden van het ene of andere type zijn, wordt de kijker gedwongen om te reflecteren over de verschillende lagen van de film. Enerzijds zien we de jongen als acteur en anderzijds als zichzelf, maar uiteindelijk is álles geacteerd – dit is tenslotte in zijn geheel één film.

Hoewel dit gefilosofeer voor een bijzondere sfeer zorgt, verliest de film wat aan originaliteit. Het acteerwerk en de dialogen blijven wat aan de oppervlakte hangen. (jd)

 


'Whose Cheek is This?' (Charles Dhondt)

 

Nadat hij in 2016 een VAF Wildcard won met zijn kortfilm ‘Kip’, komt Abel Bos met een afstudeerwerk waarvan niet alleen duidelijk heel wat middelen aan de basis liggen, maar ook een bijzondere originaliteit. ‘Vis’ (17’) vertelt het verhaal van Bas, die opgenomen wordt in het ziekenhuis voor een mysterieuze ziekte. Of het nu de werkelijkheid betreft of eerder een opeenvolging van koortsdromen, komt hij noodgedwongen in een absurdistan van situaties terecht. Visuele kracht, sfeerschepping en vervreemding wedijveren met elkaar tot je als resultaat een zeventienminuten-durende bizarre hospitaalnachtmerrie krijgt.

De film is een plezier om naar te kijken, de dialogen passen in het plaatje en het acteerwerk is top, met Sien Eggers in een rol die haar op het lijf geschreven staat. ‘Vis’ werd geselecteerd voor de Kortfilmcompetitie van Filmfestival Oostende en won er de prijs voor het Beste Scenario. (jd)

Charles Dhondt brengt met zijn eindwerk een surreëel aandoende stream of consciousness. ‘Whose Cheeck is This?’ (23’) draait rond Eleonore, Stine en Ezra (ook de namen van de acteurs zelf), tussen wie er een vreemde driehoeksrelatie lijkt te bestaan. De losse, gefragmenteerde momenten worden overgoten door spontaneïteit en kleur. Plot is niet belangrijk en niet te vinden, als kijker mag je je dan ook niet laten vangen door de automatische neiging om er een te zoeken. De experimentele film draait veelal rond het aanvoelen van de personages en hoe ze met elkaar omgaan. Dhondts film werd geselecteerd voor de Belgische Studentenkortfilmcompetitie van Film Fest Gent. (jd)
 

Animatie

Epoch 4’ (4’) is een korte maar zeer krachtige animatiefilm die opvalt door een unieke stijl. Daylen Chiang liet zich beïnvloeden door Japanse manga, sciencefiction en obscure horrorfilms. Een duidelijke verhaallijn is eerder afwezig. Wel worden we ondergedompeld in een koude en duistere atmosfeer die continu in verandering is. Een suggestieve soundscape met dreigende synths versterkt dit gevoel. Het is wachten tot de eerste dark techno-artiest Chiang vraagt om de videoclip te verzorgen. (lb)

 


'( )' (Maï Calon)

 

Met vijf minuten abstract minimalisme weet Maï Calon een zen-gevoel over te brengen op de kijker. Paradoxaal genoeg haalde ze de inspiratie voor haar afstudeerwerk in de drukte van Buenos Aires, waar ze een tijd verbleef. Met gevoel voor humor plaatst ze witte papieren figuurtjes voor een bleke achtergrond en laat ze alleen zijn, bij elkaar komen en samen bewegen. De leegte tussen de twee haakjes in de titel ‘( )’ (4’) van de film weerspiegelt rust, eenzaamheid, stilte, maar laat tegelijk evenveel ruimte voor interpretatie. Uitgepuurde essentie in een abstract werk zonder pretentie. (jd)

Laura Ibáñez López is dan weer nieuwsgierig naar het liefdesleven van haar grootmoeder. In een ritmische collage gebruikt ze verschillende animatietechnieken over elkaar heen. ‘Love Story’ (10’) is een interessant visueel spel waarmee ze de herinneringen van haar grootmoeder aan haar man tot leven wekt. De regisseur toont dat ze de animatietechnieken meester is. (lb)

In ‘Chubby Tummy Bunny’ (7’) tenslotte ontmoeten we een dik konijn met grote honger, dat echter potentiële maaltijden aan zich voorbij moet zien gaan – tot hij zich niet meer kan beheersen. Yuriko Noda werkt in één scène met klei-animatie en een passende soundtrack, de geluidsband komt echter nogal hard over. Een klassiek animatieverhaaltje met weinig meer aan, maar dat in de zaal toch voor een lach(je) zorgde. (jd)

Werden niet besproken: ‘Shogun’ (Manon De Sutter, fictie), ‘Heen en Weer’ (Elisabeth Foster, animatie), ‘Geen Wij’ (Nina Eggermont, animatie), ‘A Dog Named Sheep’ (Giedre Boots, animatie), ‘Congress of Human Wonders’ (Naomi Laats, animatie), ‘EPOS’ (Bram Bossuyt, animatie), ‘Benno Sameyn’ (Time Unsilenced, animatie), ‘Round About People’ (Maarten Sierens, animatie), ‘Selva Cromatica’ (Luis Pizarro, docu), ‘Gloria’ (Juliana Canal Paternina, graphic design).

Coverfoto © 'Whose Cheek Is This?' (Charles Dhondt)
Tekst: Jannes Callens (jc), Jana Dejonghe (jd), Liza Brandt (lb)