Verslag

Lichting 2018: Campus C-mine

Veel plaats voor genrecinema bij de afstuderende filmregisseurs van de campus C-mine in Genk.
Lichting 2018
26.09.2018 Michiel Philippaerts

Het wordt vaak vergeten: de armen van LUCA School of Arts reiken ver. Helemaal tot aan de oude Genkse mijnsites zelfs, nu omgedoopt tot campus C-mine. Toch blijft die Limburgse filmafdeling af en toe wat onder de radar en zien we hun eindwerken weinig opduiken op de Belgische kortfilmfestivals. Een jammere zaak, dus trokken we naar het Hasseltse cultuurcentrum om polshoogte te nemen.

We vliegen er meteen in met het knap geschoten misdaadrelaas ‘Broodnodig’ van Ayby Cetin. Beukende trapbeats zetten de toon: vier jonge gasten rijden doelloos door de cités en hun vies geflipte straattaal bevestigt meteen het vermoeden dat we door Genk cruisen, de bakermat van de regisseur. De introverte Serdar kan het goed vinden met zijn kleurrijke vriendengroep, waarmee hij kleine overvallen pleegt om zijn portefeuille te spijzen. Helaas, zoals het een echte gangstertragedie betaamt, geraakt de honger van de jonge boeven niet gestild. Bovendien maken Serdars persoonlijke beweegredenen voor ‘de laatste overval’ - op hun oude turnleraar - het noodlottige plaatje compleet.

Maar het moet allemaal niet té serieus zijn in Cetins eindwerk, dat met bijzonder veel schwung en gusto – én prachtige belichting! - in mekaar gestoken is. Mede dankzij de flitsende dialogen en netjes gedoseerde humor komt zo een bijzonder entertainende rit tot stand, met een speciale vermelding voor het onderhoudende scenario, neergepend door medestudent Kaan Ilbas.

 


'Broodnodig' (Ayby Cetin)

 

Ilbas’ eigen eindwerk gaat lichtjes dezelfde toer op: genrecinema wordt duidelijk hoog in het vaandel gedragen door de studenten van C-mine. Met ‘The Big Dinner’ levert hij een bijzonder Tarantino-esque kortfilm af, waarin hij twee koppels aan tafel laat schuiven voor een gezellig onderonsje in een restaurant. De protagonist – vertolkt door de regisseur – heeft echter een bijbedoeling: hij wil zijn tafelgasten overtuigen om aan partnerruil te doen. Terwijl de camera feilloos rond de gesprekspartners draait wordt er heel wat afgepraat en al snel blijkt dat iedereen wel een geheim met zich meedraagt.

Het grote struikelblok van de film is echter het ontbreken van urgentie: als publiek heb je er het raden naar waarom je nu zo geïnvesteerd moet zijn in het voorstel van de protagonist. Daarenboven gedragen de personages zich bij momenten nogal ongeloofwaardig kinds/puberaal. Gelukkig weet Ilbas’ gevoel voor ritme en timing deze pijnpunten netjes te omzeilen. Daarnaast zijn de twee nevenpersonages (ober en barman) die voor de komische noot moeten zorgen een charmante en intelligente toevoeging aan het geheel. Een lightversie van ‘My Dinner with Andre’, quoi.

Geen grappen en grollen in Pieter Verlaaks ‘Zak met Tanden’. Integendeel, vanaf de openingsscène is duidelijk: Verlaak is hier om ons een rasechte thriller voor te schotelen, overgoten met een bloederig sausje. Wanneer twee vrienden met bedenkelijke nachtactiviteiten op een vuilniszak met een macabere inhoud stoten, beslissen ze niet de politie te bellen, maar wel zélf op onderzoek uit te gaan. Zo gezegd, zo gedaan. Een afgelegen huisje in de Limburgse bossen wordt het toneel van een bloedstollende confrontatie tussen de jonge twintigers en een ietwat teleurstellende antagonist.

Verlaak weet op voortreffelijke wijze spanning op te bouwen dankzij zijn strakke montage en het is een hele verademing om een eindwerk te zien waarin zo doordacht met geluid wordt gespeeld. Dan worden die genreclichés – en de weinig subtiele naam ‘Ivan Beestmans’ – hem graag vergeven.

Ook in Jeff Theys’ eindwerk daagt een jonge knaap met een grote mond zijn vriend uit om verder te gaan dan hij echt wil, met een desastreuze finale tot gevolg. Ditmaal ligt de focus echter op twee jonge tieners: schelmpjes die in heuse Dik Trom-stijl door hun rustige dorp fietsen op zoek naar ‘Kattekwaad’ om uit te halen. Jean (Jaak Van Assche), de lokale dorpsgek, wordt het mikpunt van hun kwajongensstreken.

Theys liet zich inspireren door zijn eigen ondeugende jeugdjaren en dat valt te merken aan de vele details die de kortfilm een welgevormd gevoel van authenticiteit verschaffen. De regisseur verdient overigens een dikke pluim voor zijn strakke acteursregie: de twee jonge gastjes staan met uitzonderlijk veel naturel te acteren. Helaas mispakt Theys zich een beetje aan het groteske slot dat schromelijk botst met de kleine, realistische verhaalwereld die hij zo minutieus heeft opgebouwd. Desalniettemin deed deze valse noot de knap opgeroepen nostalgie bij ons niet wegebben: missie volbracht!

 


'Kattekwaad' (Jeff Theys)

 

La Luz Prendida’ van Fabio Borgions neemt eveneens een duik in de leefwereld van een jonge tiener: Enrico. Of is dit de film van zijn moeder? De regisseur opteert voor een meer beheerste filmstijl vergeleken met zijn collega filmmakers, waarin stiltes en schijnbaar toevallige omgevingsgeluiden even belangrijk zijn als het Spaans- en Nederlandstalig gemekker tussen moeder en zoon. Zij – van Colombiaanse afkomst – heeft een speciaal avonddiner voorbereid voor de traditionele feestdag Día de las velitas. Hij – half Colombiaans, half Belgisch – heeft geen zin in buitenlandse gebruiken die voor hem geen waarde hebben en spendeert zijn tijd dan ook liever al gamend. Terwijl ze wachten op Enrico’s zus valt de stroom uit, waardoor de spanning tussen twee generaties in de bloedmooie duisternis naar een climax wordt gedreven.

Borgions besloot dat 16mm-film het best zou passen bij zijn elegante beeldvoering en we kunnen hem moeilijk ongelijk geven, want het intieme familiedrama is een lust voor het oog. Toch worstelt de film een beetje met de afwezigheid van een duidelijke protagonist, waardoor de emotionele impact kleiner is dan verhoopt. Gelukkig maakt de sfeervolle soberheid, die in sterk contrast staat met de overige eindwerken, veel goed.

 


'Van Hoofd naar Hart' (Stefanie Boesmans)

 

In Stefanie Boesmans’ afstudeerproject worstelt een koppel met het overlijden van hun dochter. Terwijl Améline wegzakt in haar rouwhallucinaties negeert Lex (een straffe Matthieu Sys) het verdriet van zijn vrouw - en van zichzelf. ‘Van Hoofd naar Hart’ tracht een evenwichtige blik te werpen op de werking van rouwprocessen en hun invloed op relaties, maar de film mist subtiliteit en verzandt al snel in een ietwat voorspelbaar en sentimenteel melodrama.

Boesmans heeft echter een goed oog voor locaties en ook haar casting is weloverwogen: Sofie Hoflack is met haar engelachtige gezicht een uitmuntende keuze als rouwende moeder die zichzelf verliest in haar onmetelijk verdriet. Het sterke treffen tussen de partners in de gevoelige slotscène brengt soelaas en wijst voornamelijk op Boesmans’ talent voor acteursregie.

Meer relatieproblemen in ‘To Love or to Let Go’ van Julie Goedgezelschap. Wat als je in je quasi perfecte verhouding plots botst op uiteenlopende verlangens? Meer bepaald: hij koestert een kinderwens, zij niet. Goedgezelschap behandelt dit thema met een verfijnde integriteit en de acteurs (een frêle Brit Van Hoof, die meeschreef aan het scenario, en een robuuste Bill Barberis) zijn bijzonder goed op mekaar ingespeeld. Met een grote intimiteit registreert de regisseuse de pijnlijke situaties waarin het koppel verstrikt raakt en de liefde tussen de twee is bij momenten haast tastbaar.

De kortfilm bereikt echter nooit het verhoopte hoogtepunt, waardoor de 15 minuten na een tijd een tikkeltje monotoon aanvoelen. U zult ons ook niet horen beweren dat de film bijster uniek of origineel is, maar Goedgezelschap levert wel een heel degelijk relatiedrama af. Waarom ze opteerde voor zo’n cleane cinematografie blijft ons echter wel een raadsel: de bij wijlen kille, klinische beelden vloeken jammerlijk met de nagestreefde tederheid van het conflict.

Coverfoto © 'Broodnodig' (Ayby Cetin)