|
Al draagt een mens een gouden ring, hij is en blijft een ploertig ding. Le Grand Jeu is een Waalse comedy of manners die de gebruiken van een hautaine familie uitkleedt. Die afkeuring wordt al in shot één verklapt door het volkse muziekdeuntje.
Ghislain is een installatiekunstenaar die weigert aan facturen te denken. Zijn broer Alexandre gaat een non-profitbank oprichten. Beide overleven met moeite het vragenrondje van Jean-Pierre, de naïeve, maar oprechte vriend van de zus én vreemde eend van dienst. Zonder kwade intenties verhoort hij de broeders, die hun bezigheden aanvoeren onder antikapitalistisch zeil. Aan de eettafel – zoals steeds van groot belang in dit genre – schiet het trage tempo omhoog. Jean-Pierre bracht krasbiljetjes mee, één stuk voor elk. Een geldelijk element, dat de burgerlijke coutumes snel doet afkalven.
Het scenario is, evenals de humor, wat bij de haren getrokken – de sterke cast weet wel te overtuigen. Beelden zijn kundig en zonder franjes gepresenteerd, uitgezonderd die scène op het eind: het maal wordt geserveerd, en op de tonen van een Russische tango zien we een machtig tableau vivant van de ganse familie. Het klarinetgeschal is temperamentvol. De stemming aangebrand.
Maarten Van den Bulcke |