Isle of Flowers
rating

Duur: 13 min. | 1989 | Land: Brazilië | Regie: Jorge Furtado | Cast: Paulo José | Scenarist: Jorge Furtado, Cecília Meireles | Productiehuis: Casa de Cinema de Porto Alegre

Met naar eigen zeggen nogal wat invloed van de net overleden Nouvelle Vague-filmmaker Resnais – en zelfs enkele fragmenten uit diens concentratiekampgruwel Nuit et brouillard – compileert regisseur Jorge Furtado een dialectische shortdoc als een boom. Van tak op tak, van beeld naar beeld met contrasterende voice-over bouwt Furtado met Isle of Flowers een prangende maatschappelijk vraagstuk op. En die wordt helemaal teruggebracht naar de beginsequens (meneer Suzuki) en de MacGuffin van dienst (de tomaat die meneer Suzuki plukt). Want deze tomaat wordt geruild tegen het geld dat Miss Anete als winst binnenhaalt met de verkoop van parfum.

Miss Anete koopt de tomaat echter niet rechtstreeks van meneer Suzuki, maar via een supermarkt, die door ‘de mens’ werd gebouwd. En een mens kan bouwen, zo licht de voice over ons toe, omdat het beschikt over twee kenmerken: ontwikkelde hersenen (en ideeën) én twee oponeerbare duimen (waardoor de mens kan grijpen en fabriceren).

Isle of Flowers is een résumé van een hele voedselketen, via een snelle, associatieve montage van found footage beelden (Resnais dus o.a.) en encyclopedische prenten. En dat alles wordt al even encyclopedisch toegelicht door een pedagogisch verantwoorde voice-over. Wat start als een droogkomische (de clevere montage en secce, ietwat ironische vertelstem) en spitsvondige shortdoc kantelt in de tweede helft van de film naar een wrang filmessay. Want de tomaat die Miss Anete kocht (in de supermarkt) en die ze te bedorven vond voor haar saus (“die ze kan maken omwille van haar opponeerbare duimen”, aldus de voice-over), belandt in de vuilbak en vervolgens op de afvalbelt.

Grond- en veehouders maken daar een tweede selectie: wat is bruikbaar als varkensvoer? Want wat dat niet is, komt terecht op de zogenaamde Isle of Flowers – een dumpingplaats waar de armste mensen in groepjes van tien vijf minuten tijd krijgen om iets te zoeken dat nog ietwat eetbaar is, iets dat intussen reeds werd afgekeurd voor (uber-?)mens en varken.

Met naar eigen zeggen nogal wat invloed van de net overleden Nouvelle Vague-filmmaker Resnais compileert Furtado een dialectische shortdoc als een boom.

 

In 1995 door de Europese filmcritici (dixit Wikipedia) verkozen bij de honderd meest belangrijke kortfilms van de eeuw én ondanks zijn beginstatement “God doesn’t exist” bij release opgeworpen tot Beste Braziliaanse film van het jaar 1990 … en dat nog wel met een prijs uit handen van de Braziliaanse Nationale Bisschoppenconfederatie. Wat vooral achterblijft is de hamvraag/kritiek die Furtado zichzelf en de kijkers stelt: hoe het kan dat de mens vanboven in het voedselrijk staat, maar tegelijk inferieur is aan varkens. Is dat dan The Circle of capitalistic life?

Sarah Skoric