|
Lang geen dialoog: dan kan je er donder op zeggen dat er een telefoon gaat rinkelen. En een deur die langzaam openzwaait, dàt is pas een knoert van een metafoor. Gelukkig schreef de regisseur ook zelf de muziek en bleef een passage Ann Christy (“.. een deur die plots ópen-gààt”) ons bespaard. Met de eindtitels krijgen we dan wel weer een flard Festen, wat misschien plagiaat is maar evenzeer getuigt van goeie smaak. Enfin, al te cynisch moeten we over dit werk niet doen: hier wordt stevig met filmtaal gespeeld. Alleen al het shot waarbij je tegelijk iemands hoofd en via een insert ook diens handen te zien krijgt, of de onderwater-tussentitels zijn bijzonder de moeite waard. En het filmpje wordt steeds experimenteler. Toch is dit een mooi bewijs waarom de scenarist zo zijn waarde heeft –van Onckelen moet er zich volgende keer maar één aanschaffen.
Jan Sulmont |