|
Roland Javornik staat er bedremmeld bij. Wat een spannend bezoek aan het Rode Kruis moest worden voor zijn allereerste bloeddonatie is uitgedraaid op een flop. Roland is immers homo, en daarom levenslang uitgesloten als bloed- en plasmadonor. Na wat doorvragen blijkt bovendien dat hij wettelijk geen stamcellen mag doneren, zelfs niet om het leven van een familielid te redden. Rolands verbazing krijgt al snel een strijdlustig kantje en hij besluit de zaak grondig uit te spitten.
Zijn missie is er één met ups en downs. Soms krijgt hij helemaal geen antwoord op zijn vragen, soms eentje dat nergens op slaat: “Het is niet omdat je homo bent dat je geweigerd wordt, dat zeker niet, het is omdat je seks hebt met andere mannen”. Juist. Maar Roland vindt ook medestanders. Een Australiër wiens bloed ook geweigerd werd, diende klacht in tegen het Rode Kruis wegens discriminatie. En in eigen land ijvert senator Margriet Hermans voor een opheffing van het donorverbod puur op basis van geaardheid.
De zoektocht van Roland verdient respect, maar de verpakking van zijn verhaal laat te wensen over. Zijn voice-over flirt met het melodramatische, overbodige uitweidingen trekken het tempo omlaag, en hij laat zich betrappen op enkele glibberige denkpistes (“Homo’s zijn niet langer de grootste risicogroep voor HIV, maar allochtonen!”). Dat er niet minder dan zes verschillende cameramannen aan de film te pas kwamen, kan de wisselende beeldkwaliteit verklaren. Inhoud kreeg hier duidelijk voorrang op vorm.
Sofie Rycken |