Dworzec
rating

Duur: 13 min. | 1980 | Land: Polen | Regie: Krzysztof Kieślowski | Scenarist: Krzysztof Kieślowski | Productiehuis: WFD (State Documentary Film Studios)

Vooraleer hij cinema naar een hoger niveau tilde met La Double Vie de Véronique (1991), Dekalog (1989) en zijn Trois Couleurs-trilogie (1993-1994), was het Krzysztof Kieślowski vooral om (korte!) documentaires te doen. De Poolse meestercineast groeide op in het Communistische Polen waar tijdens de jaren zestig en zeventig niks zo’n krachtige respons op de totalitaire staat leek te bieden als een documentaire. Ondanks de censuur wisten heel wat filmmakers er destijds via een docu op een erg gevoelsmatige manier met het publiek te communiceren. Het werd een gerespecteerde en populaire vorm van sociale kritiek.

Voor Kieślowski was het een manier om "de wereld te beschrijven zoals die was, niet zoals de Communistische staat die probeerde voor te stellen.” Na een dikke vijftien jaar dat soort werk te maken (observerend, politiek, bekritiserend) betekende het korte Dworzec (ofwel: Railway Station) dé grote switch in zijn carrière.

 

KIJK 'DWORZEC' (1980).

In de dertien minuten durende zwart-witte documentaire filmt hij het reilen en zeilen in het Centraal Station van Warschau. Gedraaid op 16 en 35mm reflecteert de chaos en tumult op het perron het moderne leven van toen; het falen van het station als metafoor voor de daar heersende politiek tijdens de jaren tachtig. Kieślowski is doorheen z’n hele oeuvre steeds fan geweest van paradoxen en tegenstellingen: het effect van de optimistische nieuwsuitzending waarmee de film opent, is dan ook nauwelijks zichtbaar op de vertrokken & bedrukte gezichten van de treinreizigers.
 

Grootmeester Kieślowski bekritiseert het Poolse Communisme van de jaren tachtig.

Ondertussen filmen ook veiligheidscamera’s alle gebeurtenissen en non-gebeurtenissen; van toevallige situatiehumor tot semi-Kafkaiaanse taferelen aan de loketten. Mensen die wachten op iets, of iemand. Vooral het opmerkelijke Orwelliaanse meta-einde beklemtoont Kieślowski’s kritiek, maar herinnert ook aan het wrange gevoel waarmee hij achteraf werd opgezadeld. Een man bekijkt de beelden die de camera’s registreren: als toeschouwer kijk je niet langer rechtstreeks naar de toevallige passanten, maar in eerste instantie naar deze observator en via hem opnieuw naar de reizigers. Big Brother, quoi.

Los van de film als tekst, is het net die dubbelzinnigheid die de regisseur destijds op andere gedachten bracht. De privacy en de vrijheid van het individu kwamen volgens Kieślowski binnen documentaire al steeds vaker in het gedrang. Toen de politie hem om de rushes van zijn film vroeg (omdat ze dachten dat het cruciaal bewijs bevatte voor een moordzaak) was dat voor de regisseur de druppel. Het idee dat zijn film het lot zou bepalen van een burger, was voor hem dé reden om documentaire als kunstvorm (grotendeels) de rug toe te keren.

Bijna veertig jaar later is de film nog steeds een erg krachtig tijdsdocument & een prototype voorbeeld van de documentaire als (anti-)politiek wapen.

 

Niels Putman