Dé referentie voor kortfilm

Interview met Nicolas Provost

De glinsterende pixels van Nicolas Provost - een interview over exotische Belgen en de kracht van taalfaciliteiten



De man achter ondermeer festivalfavoriet Exoticore is nog niet zo lang terug van Noorwegen. We hadden een gesprek met hem in de Tim Van Laere galerij, waar hij in mei 2005 zijn 'Cinematics' tentoonstelling had lopen. Provost gebruikt woorden als ‘magie’ en 'mysterie’ maar toont zich ook een bewust én loyaal kunstenaar die ons een blik gunt op de werkprocedures die zijn universum van fotostills en video tot stand brengen.

Voel je je een Belgisch kunstenaar?


Ik voel niet zoiets als een identiteit en ik vind dat ook niet belangrijk. Waarschijnlijk heeft dat veel te maken met het feit dat ik uit Ronse kom, een kleine Vlaamse stad op de taalgrens met Franstalige faciliteiten. Mijn ouders zijn Vlamingen, maar we keken toch altijd naar Franstalige televisiezenders. De Vlamingen spreken er Frans omdat dat daar al jaren het geval is. Tegenwoordig voel ik me een Noorse noch Belgische kunstenaar, eerder een Europese, daar ik me zeker niet identificeer met Amerikanen...(lacht) dan nog eerder met Japanners. Mijn hele werk draait dan ook rond identiteit.

Waarom ben je uit Noorwegen teruggekeerd naar België?


Deels uit frustratie omdat het daar als buitenlandse kunstenaar zo moeilijk was om ernstig genomen te worden, vooral als je met film in de beeldende kunsten werkt. Daar moet je installaties maken. Het was gewoon tijd om aan een nieuw hoofdstuk te beginnen.

Was het dan moeilijk om je werk er gefinancierd te krijgen?


Dat was een van de redenen, maar het antwoord is ook niet zo zwart -wit. Ik ben die tien jaar dat ik er gewoond heb, natuurlijk ook zeer gelukkig geweest, anders zou ik er nooit zo lang gebleven zijn. Toch voelde ik me nooit voor 100% geïntegreerd en het is maar op het einde van die tien jaar dat ik begrepen heb waarom en dat ik dit project moest opgeven. Exotisme is ook het thema van mijn film 'Exoticore', wat eigenlijk een autobiografisch werk is. Voor Noren zag ik er blijkbaar echt ‘continentaal’ uit en was ik als Belg iets exotisch. Dat werkt dubbel: enerzijds zijn de mensen door je gefascineerd maar tegelijkertijd houden ze je op afstand omdat ze bang zijn. Noorse vrouwen voelden zich tot mij aangetrokken maar ze zetten ook een stap achteruit omdat je een andere manier van doen hebt, en dat is ook het geval voor het hoofdpersonage in 'Exoticore'. Het script voor de film heb ik in Noorwegen tot drie maal ingediend maar ik kreeg steevast te horen dat men niet snapte waarom ik met zo’n thema wilde werken, terwijl het toch wel om een zeer universeel en actueel thema gaat. In België kreeg ik daarentegen onmiddellijk geld van het VAF om het ding te monteren. Daarbij gebeurt er in Noorwegen ook niet zoveel op cultureel vlak als hier. En terwijl mijn films over de ganse wereld vertoond werden, vonden ze in Noorwegen geen vertoningsplatforms. Ook theater en dans zijn er nog zeer klassiek, maar Vlaanderen is dan ook wel zeer toonaangevend op dit vlak in vergelijking met de rest van de wereld. Wat ik dan niet kan snappen is dat dan Wallonië zo’n goede speelfilms maakt en die sterke punten van Vlaanderen niet heeft op gebied van theater, dans en mode,.. maar dat Vlaanderen nog nooit een langspeelfilm heeft kunnen maken die de moeite waard is om te vernoemen. De enige film die mij bij blijft is ‘Het sacrament’ van Hugo Claus, maar ik weet niet precies waarom. Waarschijnlijk omdat de bevreemdende sfeer van die film op jonge leeftijd indruk maakte. Ik snap ook niet dat Vlaanderen het voor elkaar krijgt om met het medium film dat zo universeel is, zo’n lokale films te maken. Om zoiets lokaals te doen, moet je dus écht talent hebben, ik zou dat niet kunnen.

Belgische artiesten klagen soms dat het moeilijker is om in eigen land erkenning te krijgen dan in het buitenland. Ervaar je dit ook zo? Helpen je prijzen op internationale festivals hier niet een handje?


In België heb ik met festivalprijzen wel wat media-aandacht gekregen in de kranten, maar als je met audiovisuele media werkt, word je eigenlijk niet serieus genomen zolang je geen langspeelfilms maakt. Tenzij je binnen het discours van video en beeldende kunst gaat werken. Ondertussen is er nu wel een generatie met kunstenaars zoals Douglas Gorden en Stan Douglas die de relatie tussen film en beeldende kunsten in vraag stellen. Meer en meer jonge kunstenaars gaan die toer op sedert de digitale revolutie. Dat is een normale reactie op de overvloed aan audiovisuele producten die op ons worden afgevuurd.

De titel van je tentoonstelling 'Cinematics' suggereert een sterke band met het medium cinema, en in je video's werk je met zeer filmische strategieën en sfeerelementen. Hoe belangrijk is deze reflectie over cinema in je werk?


Het is zo dat ik zeer geïnteresseerd ben in het fenomeen cinema en zijn invloed, de combinatie van geluid en beeld en waarom dit mensen zo fascineert. Waarom is dit het medium dat zoveel mensen bereikt over de hele wereld? Hoe is een film gestructureerd? Waarom is 90 minuten het perfecte formaat? Vaak heb je om te beginnen steevast een klassieke verhaallijn en plot, want uiteindelijk maak je een film aan de hand van allerlei 'trucs'. Als je goed kijkt zie je dat alle films die in de zalen komen allemaal dezelfde films zijn. Er is altijd de introductie van de personages die dan voor een probleem komen te staan en de film bestaat dan uit het oplossen van dat probleem. Maar tegelijkertijd is dat alles super complex en kan je er blijven over spreken. Het is het medium bij uitstek waar iedereen over kan spreken, iedereen is dus een filmcriticus. Ik stel mij die vragen dus wel maar het is niet de bedoeling met antwoorden te komen. Ik hou dat alles wel in mijn achterhoofd maar het is niet mijn eerste zorg. In hoofdzaak wil ik proberen mensen te raken, emotioneel én intellectueel. Ik gebruik het medium en stel het in vraag maar uiteindelijk maak ik in eerste instantie mijn eigen illustraties van thema's die mij nauw aan het hart liggen. Elke kunstenaar heeft uiteindelijk een eigen levensparcours en als gevolg zijn eigen thema's waar hij mee werkt.

De sentimentaliteit die je in je werk oproept, is toch zeer duidelijk een 'publiekstrekker' uit de wereld van de zevende kunst...


Het is zeker iets waar ik mee speel. In 'Yellow Mellow' heb ik een danser in leeuwenpak in het koninklijk park van Oslo laten rondlopen, dronken en met liefdesverdriet. Voor mij is dit werk een gedichtje. Anderzijds wilde ik aan de mensen ook tonen waarom dit hen raakt. Door de combinatie van een schattig maar triestig personage met sentimentele muziek krijg je een bepaald emotioneel effect. Ik wil tonen hoe dat werkt. De truc bestaat er natuurlijk in daar zo mee te werken dat het juist niet pathetisch wordt. Ik vind het zo spannend om met die grens te spelen en te kijken hoever je kunt gaan. In de montage moet je maar een paar zaken verschuiven en je bent over die grens.

Met als gevolg dat de film ook heel ironisch wordt…


Voor mij is 'Yellow Mellow' even serieus als ironisch. Ik heb me altijd afgevraagd wat er met dat personage gebeurd kon zijn om in die situatie terechtgekomen te zijn. Daarom heb ik het verhaal geschreven van 'Exoticore' en 'Yellow Mellow' als einde gemonteerd van 'Exoticore'.

In 'Papillon d'amour' en 'Bataille' gebruik je samples uit films van Kurosawa, is de filmgeschiedenis meer dan een inspiratiebron?


Ik werk met zijn films uit respect maar ik heb uiteindelijk gewoon zijn beelden gebruikt om mijn eigen film te maken, dat is een stap verder. Ik gebruik zijn thema's niet als referentie.

In de galerie exposeer je stills uit bestaande en toekomstige videofilms, naast volledige films. Hoe moeilijk was het de essentiële still te selecteren?


Ik heb het nooit moeilijk gevonden om direct de vinger leggen op dé emotie (lacht). Je kunt 'Silent Night' (Ijsland), 'In your song'(Rio) en 'Surrender' (Ouagadougou) ook als een soort previews beschouwen voor mijn volgende film 'Spirits United', die tegen de herfst van 2005 klaar zou moeten geraken. Ik vind dat je met korte werken of stills evenveel essentie kunt uitdrukken als met lange films, zeker als je het mysterie onopgelost wilt laten. Het doet er niet toe of dat nu om een minuut gaat zoals bij ‘Oh dear’ of een fictiefilm van een halfuur zoals 'Exoticore'. Een minuut kan even sterk zijn als een langspeelfilm. Ik heb ook geen enkel probleem met het recycleren van beelden. 'Surrender' wordt al gebruikt in 'Exoticore', maar zal ik ook gebruiken in 'Spirits united', een clip van Admiral Freebee of tijdens concerten van An Pierlé. 'Yellow mellow' heb ik dan weer integraal gemonteerd als einde van 'Exoticore'.

Hoe komt het dat je videofilms zowel in filmzalen als galeries vertoond worden?


Ik heb altijd als een beeldend kunstenaar gewerkt. Ik zie mijn werken gewoon als schilderijen, en daarom hang ik ze ook in dat formaat zeer klassiek aan de muur. Ik stond er van versteld dat ze uiteindelijk ook goed werkten binnen het cinemacircuit, hoewel dat niet mijn eerste doel was. De films maakten een wereldtour langs de festivals en hebben allemaal hun plaats gevonden.

Er speelden geen commerciële overwegingen mee om ze in een galerie te exposeren, waar ze ook verkocht kunnen worden?


Zeker niet. Door die verschillende milieus waar ik in verkeerde, stelde ik vroeger constant de vraag: wat ben ik eigenlijk, een filmmaker of een beeldend kunstenaar? Maar nu laat ik dat achterwege. Ik ben gewoon bezig met audiovisuele werken waarmee ik zoveel mogelijk mensen wil bereiken. Ook al wordt er over sommige werken intellectueel geschreven probeer ik niet in een niche te belanden. Anderzijds wil ik ook zeker geen commerciële films maken. Ik probeer gewoon mensen te laten nadenken door hen emotioneel te raken. Bovendien zie ik dat ik zowel uit de hoek van de beeldende kunsten als de filmcircuit erkenning krijg dus meer kan ik niet vragen.


Betekent deze expositie in een galerie meer voor jou qua naambekendheid en erkenning dan het feit dat je films op internationale filmfestivals getoond worden?


Geen idee, voor mij is het ene niet belangrijker dan het andere. Misschien wordt je vlugger populairder via de filmwereld, maar met een goede galerij als die van Tim Van Laere werken is niet minder belangrijk. Vooral als je samen iets kunt opbouwen op lange termijn. Persoonlijk vind ik dat de films, na en tijdens een festival leven, nu eindelijk thuis zijn waar ze horen, in de gallerij. Maar ze blijven een parcours afleggen op verschillende platforms. Dat is het voordeel van een audiovisueel werk.

Kun je nog iets vertellen over je nieuwe project 'Spirits United' waarvan we nu al een voorsmaakje krijgen aan de hand van de tentoongestelde stills?


Ik heb ze op zilverpapier geprint omdat ik wou dat de stills evenveel leven als de films. Het daglicht in het zilver zorgt ervoor dat het beeld voortdurend verandert. Het is belangrijk in mijn werk om het juiste materiaal te vinden die bij mijn universum past. Al zijn het de juiste LCD-schermen. Bij die found footage films ga ik maanden op zoek naar de juiste filmfragmenten en geluiden om mijn wereld te creëren. Tijdens de reizen naar aanleiding van de filmfestivals in Rio, Taiwan, Ijsland, Los Angeles en Slovenie ging ik 's nachts op zoek naar obscure plaatsen en magische beelden. In mijn werk zijn horror en erotiek heel belangrijk, iets dat normaal is als je met mysterie werkt. Ik ben daarmee begonnen twee jaar geleden in Burkina Faso waar ik de still 'Surrender' ook vandaan haal. Ik had er de cultuurshock van mijn leven, heb daar twee weken als in een trance geleefd en tweemaal voor mijn leven gevreesd! Toen ik terug thuis was en de beelden bekeek kon ik mijn ogen niet geloven. In Rio en Taiwan ben ik naar de prostitutiebuurten getrokken. Ik weet wel dat dat kitscherig lijkt maar in die donkere warme buurten vind ik tristesse waaruit ik schoonheid probeer te halen. Ik kon mijn gids in Rio pas na lang aandringen overtuigen om me naar Villa Mimosa te voeren, een notoire prostitutiestraat waar zo'n 500 tot 1000 naakte hoeren stonden.

Het was daar enorm gevaarlijk en haast onmogelijk om je camera boven te halen. Na lang onderhandelen met verschillende pooiers hebben we uiteindelijk de toestemming gekregen om in een bordeel te mogen filmen, en ik moet zeggen dat mijn camera die twee uur geen moment heeft afgestaan, en dat hij nog nooit zo blij is geweest (lacht)! Dat was echt zo schoon, spiernaakte vrouwen die daar met hun kont stonden te dansen op harde samba techno terwijl de dj’s met extreme distortion door hun micro's stonden te schreeuwen.

BIO Nicolas Provost

Videast, cineast of beeldend kunstenaar, de jonge Belgische kunstenaar Nicolas Provost laat zich niet zo gemakkelijk binnen een 'professioneel genre' vangen. Na tien jaar vrijwillige ballingschap in Noorwegen, kwam de dertiger twee jaar geleden naar België terug met een ganse resem festivalprijzen voor zijn experimentele kortfilms onder de arm. Zijn laatste speelfilm van 27 minuten, 'Exoticore', sleepte de laatste maanden alleen al een zestal onderscheidingen in de wacht in binnen -en buitenland, en Papillon d'amour won in 2004 een prijs op het prestigieuze Sundance filmfestival van de independent cinema.

Films & artikels
Gravity
Induction
Plot Point

Gerelateerd