Hans van Nuffel studeerde af aan het Rits in 2005 – het jaar waarin de Wildcards voor de eerste keer werden uitgereikt. Met het beklemmende Het Einde van de Rit werd hij één van de eerste laureaten. Twee jaar later was opvolger Fal goed voor de juryprijs op het IKL, en op deze vijftiende editie gaat ‘Nachtraven’ in première. Ondertussen is bovendien zijn eerste langspeelfilm in productie. Redenen genoeg voor een gesprek!
HvN: Ik vind mijn eindwerk nu een veel te trage film. Daar heb ik al serieus mee afgezien op festivals, of in alle geval: het is een veel terugkomende kritiek. Maar als je net afstudeert, dan weet je gewoon niet beter! Daar hebben studenten van Sint-Lukas minder last van. Zij hebben geen montageafdeling op school, zoals in het Rits. Ze werken dus vaak met professionele monteurs die veel sneller de schaar zetten in hun o zo dierbare eindwerk. Ik had Het Einde van de Rit perfect kunnen hercutten naar zestien. Perfect! Er zou niks verloren zijn gegaan, de film zou veel beter zijn geworden.
Maar de film is op school wel goed ontvangen. De jury gaf me een achttien. Dan verwacht je ook wel iets op festivals, maar je weet het natuurlijk nooit. Toen ik de Wildcard kreeg –inclusief coach, Eric De Kuyper- wou ik eerst een langspeelfilm schrijven: ‘Public Spaces, Private People’. Een nogal on-Vlaamse nichefilm, in het Engels ook. Daarmee ben ik dan naar Caviar gestapt. Mediadesk reageerde positief, en ik kon een tijdje verderwerken met zogenaamde slate funding. Maar het VAF was minder positief. Al snel werd duidelijk dat het scenario niet haalbaar was als debuutfilm. Als ik het scenario nu teruglees, dan rammelt het nog steeds. Maar de pitch blijft tof: “the man who never stays falls in love with the girl who never leaves”. Wie weet wordt het mijn tweede of derde film.
Hoe kwam je terecht bij Eric De Kuyper als coach?
HvN: Eric was me aangeraden door Pierre Drouot, die vermoedde dat ik meer geïnteresseerd was in “kunstfilms”. Daar neigde ‘Het Einde van de Rit’ ook wel naar, maar toen was ik eigenlijk nog erg aan het experimenteren. Samenwerken met Eric was super, al merkte ik gaandeweg dat ik liever schrijf met iemand die heel technisch denkt. Een Jean-Claude van Ryckeghem bijvoorbeeld, of ook Roel Mondelaers. Meer dan de invulling houden zij de structuur in het oog, de dramaturgie van de hele film. Heel droog, heel sec. Daardoor kunnen zij goed pinpointen waar het fout kan lopen. En ik vul graag in.
Maar goed, na dat eerste scenario heb ik Fal geschreven, op anderhalve maand zowat. Eric las het ook na en deed me suggesties. Doordat we samen die langspeelfilm schreven, ging het schrijven van ‘Fal’ ook veel vlotter –een kortfilm is meer afgerond, vertelt één klein verhaal. Bij langspeelfilm werk je aan segmenten maar zie je soms door het bos de bomen niet meer. Met de rest van mijn Wildcard budget heb ik ‘Fal’ dan gedraaid. De twee kortfilms hebben misschien stilistische overéénkomsten, maar qua ritme zitten ze in een heel andere wereld.
Jouw kortfilms waren anders ook goed voor een IKL-juryprijs en een Wildcard. Heb je tips voor filmstudenten die azen op die awards?
HvN: Ik zei al dat ik mijn eindwerk nu anders zou monteren, maar ik wist wél wat ik wou. Ik denk dat wie afstudeert, zich echt moet afvragen: ben ik klaar om een eindwerk te draaien? Want dat doe je maar één keer, en het kost erg veel geld. Ik zie veel gasten in hun laatste jaar die schoolmoe zijn. Ze zijn het echt beu of ze zien het gewoon even niet zitten. Wel, doe het dan vooral niet. Stop ermee, ga een jaar werken of zo! Want wie het nu allemaal niet zo goed weet, weet het een jaar later soms wel. Na mijn derde jaar ben ik zelf gestopt, heb een jaar gewerkt en met het verdiende geld zelfs nog deels mijn eindwerk gefinancierd. Maar eens ik er uiteindelijk aan begon was het mij echt duidelijk wat ik wou doen en op welke manier. Dat is ook echt nodig. Want laat je niets wijsmaken: je eindwerk is je visitekaartje. Die vier jaar op school stellen eigenlijk gene fuck voor –het is enkel voorbereiding. Het enige wat echt telt, is je eindwerk. En als je ook nog eens een wildcard wint, dan zit je meteen twee jaar verder.
Na ‘Fal’ presenteer je Nachtraven. Vertel eens?
HvN: Ik heb twee nogal drastisch verschillende pitches: het is een lesbische vampierenfilm, maar eigenlijk ook gewoon het portret van een vrouw in een identiteitscrisis, wiens troebele verleden haar steeds weer inhaalt. Dangerous Liaisons, maar dan met hoektanden. Zoiets. Een driehoeksverhouding, ook. En heel Brussels qua locaties. We hebben in Brussel gedraaid, in Café Central en in hele leuke appartementen in van die fantastische fifties en sixties gebouwen die je in Vlaanderen gewoon niet vindt. En waar veel van mijn vrienden wonen. Kon ik daar ook eens draaien (lacht).
De hoofdrol wordt fantastisch gespeeld door Valentijn D’Haenens, die ook de schrijver speelt in De Helaasheid der Dingen. Hij speelt echt heel goed. Initieel zag hij het niet zitten, hij dacht dat het een vreemd soort stripverhaal zou worden. Maar dan zijn we beginnen babbelen en dat is snel goed gekomen. De vrouwen worden neergezet door Kirsten Pieters, die bij Abattoir Fermé speelt en Inge Van Bruysteghem, die bij Needcompany acteert en danst. Kirsten heeft een unieke uitstraling, heel grote, sprekende ogen. En Inge is lang model geweest, nog altijd in feite. Inge en Kirsten, dat marcheerde echt. Ik kon de chemie oproepen die ik wou en dat is allerminst evident –voor hetzelfde geld werkt dat langs geen kanten. Er was een zekere intimiteit, een soort fragiele affectie zelfs. Zowel een vertrouwen als een wantrouwen, die blijven alterneren. De hele film door schemert er vanalles door de scènes heen, en is het lang niet duidelijk wie er nu het echte slachtoffer is: de mens die eigenlijk onsterfelijk wil worden of de vampier die haar eigen menselijkheid probeert te herontdekken.
Voor mij was het eens een heel interessante trip naar een irreële wereld, vrij van alle conventies. Ik hield geen rekening met een publiek of wat dan ook –een vrijheid dus die je bij een langspeler niet altijd hebt. Want de langspeelfilm die ik met A Private View ga draaien wordt een zware dobber. Hij wordt behoorlijk persoonlijk en autobiografisch, al zit er ook veel humor in. Terwijl Nachtraven meer spielerei was waar ik me echt mee kon amuseren.
Hoe zal die film heten?
HvN: De titel is momenteel nog het grootste probleem, in die zin dat we hem nog zullen veranderen (lacht). ‘Haaien moeten blijven bewegen’, dat is geen goede titel hé? Te lang! Haaien die niet blijven bewegen, die stikken. De hoofdpersonages in mijn film hebben longproblemen, dus voor hen geldt hetzelfde: als zij stoppen met bewegen, dan gaan ze dood. Net zoals wij allemaal, natuurlijk, maar in hun geval is het toch nog net iets .. prangender. Wie die rollen neerzet, kan ik eigenlijk nog niet kwijt –we zitten nog middenin de casting. We beginnen te draaien in januari 2010. Maar first things first: eerst maar eens kijken hoe ‘Nachtraven’ wordt onthaald op het IKL!
|