Dé referentie voor kortfilm

Interview met Leni Huyghe (Mattheus)


Twee jaar geleden ging de debuutprijs voor Vlaamse fictie van het Internationaal Kortfilmfestival Leuven naar St. James Infirmary van Leni Huyghe. De opvolger Mattheus werd dit jaar geselecteerd voor La Cinéfondation in Cannes. Net voor ze richting Côte d’ Azur vertrok, had Kortfilm.be nog een gesprek met haar.



Misschien een veelgestelde vraag deze dagen maar waarover gaat Mattheus precies?



Mattheus is een eenvoudig verhaal waarin een jong koppel met hun zoon naar het platteland verhuist. Ze hebben een heel idyllisch beeld over dat platteland en denken daar de rust en het geluk opnieuw te vinden. Ze willen ontsnappen aan de dagelijkse rush van de stad. Al snel blijkt dat ze daar eigenlijk niet op hun plaats zijn maar door de beslommeringen van het verhuizen, merken ze niet dat hun zoon op een heel bizarre manier in de bijbel geïnteresseerd raakt. Deze interesse vindt vrijwel onmiddellijk plaats, wat heel snel is en dus misschien niet echt realistisch te noemen. Daar komt nog eens bij dat de dingen ook niet echt verklaard worden en dat kan al eens frustratie geven bij de kijker.



Zelf zie ik mijn film als een soort van sprookje, ontstaan uit mijn eigen ideeën over de bijbel. Ik wil de bovennatuurlijke kracht van religie benadrukken.  Ik ben zelf niet religieus maar ik vind wel dat die bijbelteksten een magische kracht bezitten. Het zijn verhalen die je, wanneer je erin gelooft, op een andere manier naar de wereld kunnen doen kijken. Het is dit mystieke aspect waardoor het hoofdpersonage Matteo overdonderd raakt. De teksten die ik gebruik kunnen gezien worden als bron van hoop wanneer je bang of verdrietig bent, iets waar je als kind misschien vatbaarder voor bent. Eens de kindertijd ontgroeid, kijk je daar door en leer je ook de negatieve of enge kanten van religie kennen.



Ook het rituele karakter, het bidden op zich of het voordragen van een tekst vind ik interessant. Op een positieve manier kan dit inspiratie geven maar aan de andere kant kan het ook een mantra worden dat aan sektes doet denken en in staat is om mensen te brainwashen. Ik vind het markant dat woorden daartoe in staat zijn.



Nochtans is religie geen evidente keuze, een onderwerp dat je niet vaak ziet in kortfilms.



Op school hoor je wel eens dat je bij het maken van een film heel dicht bij jezelf moet staan en moet vertrekken vanuit de eigen ervaringen maar ik ben het daar niet mee eens. Ik wil mijn eigen verhaal vertellen over de grote thema’s, vertrekkend vanuit een persoonlijke fascinatie. Ik wil nagaan hoe deze thema’s verwerkt kunnen worden in een kort verhaal.



Los van de fouten die aanwezig zijn in Mattheus ben ik wel trots op de sfeer die we hebben neergezet en het conceptuele van de tekst die een bepaalde kracht aan de film geeft. Dat klinkt serieus maar hier is zeker geen diepgaande research over bijbelteksten aan vooraf gegaan. Ik heb de Wikipedia-versie doorgelezen en heb er de tekstfragmenten uitgehaald die boeiend genoeg leken om mee aan de slag te gaan. Die fragmenten zijn met momenten redelijk bevreemdend maar dat geeft dan weer  de mogelijkheid om stil te staan bij wat daar juist geschreven staat.



Je ziet je film zelf als een soort sprookje, vandaar waarschijnlijk de griezelige of onbehaaglijke sfeer.



Sommige mensen vinden het inderdaad onbehaaglijk maar ik denk dat je de sfeer ook op een grappige manier kan interpreteren. Die meisjes in dat bos zien er zo gewoontjes uit dat het eerder om te lachen is. Het is een typisch beeld dat in veel films wordt gebruikt, denk maar aan die tweeling in The Shining, maar ik probeer er iets mee te doen. Als filmmaker kan je de filmclichés niet negeren, het is een verworven kennis die altijd aanwezig blijft in het achterhoofd. Ik wil met die clichés spelen, geen scènes creëren die al duizend keer gecreëerd zijn maar op zoek gaan naar creatieve oplossingen. Als je die clichés op hun kop kan zetten, heb je een straffe scène in handen. Ik wil die grens van grappig en ongemakkelijk bewandelen en het publiek de mogelijkheid geven om zelf te kiezen in welke sfeer ze meegaan.



Mattheus zit ook vol met absurde elementen, Pieter Genard (acteur, nvdr) vroeg me op een gegeven moment zelfs of er een homo-erotische ondertoon in de tekst zat. Dat is nooit mijn intentie geweest maar nu ik erover nadenk zou dat perfect mogelijk zijn (lacht).  Die absurde elementen geven veel vrijheid waardoor de tekst op verschillende manieren kan geïnterpreteerd worden. Ik wil de dingen niet te hard afbakenen ook al zorgt dat ervoor dat een deel van het publiek misschien afhaakt.



Je zei daarnet dat de film niet foutloos is. Over welke fouten heb je het dan?



Met Mattheus wou ik net als in mijn vorige kortfilm (St. James Infirmary, nvdr) spelen met grenzen maar in mindere mate. Hier wou ik eigenlijk de overstap maken naar drama en dat is mij niet volledig gelukt. Ik denk dat ik de balans misschien niet helemaal gevonden heb en sommige keuzes niet hard genoeg heb doorgeduwd waardoor de film met momenten een beetje in het ijle zweeft. Ik wou ook te veel vertellen op korte tijd, de ene moment kies ik voor de absurde insteek, de andere voor het grote moeder-zoon drama. Aan de andere kant vind ik ook dat dat moet kunnen. Waarom niet groot gaan of verschillende elementen combineren? Het hoeft misschien niet altijd zo sober te zijn.



Voor mij is een film een puzzel waarbij de stukken alle kanten kunnen uitgaan; op welke verschillende manieren kan ik de elementen combineren en welk resultaat levert dat op. Ik werk ook liefst op een associatieve manier en laat mij tijdens het hele proces beïnvloeden door mijn omgeving. Mensen reiken mij allerlei dingen aan en als regisseur moet ik daaruit kiezen. Als eeuwige twijfelaar is dat niet altijd gemakkelijk (lacht). Maar het hebben van zoveel keuzemogelijkheden is een voordeel en iedere keuze die je maakt, duwt de film een bepaalde richting uit.



Je werkt ook heel esthetisch.



Esthetiek is inderdaad belangrijk voor mij, ik zal altijd op zoek gaan naar de juiste vormgeving en werk als het ware rond een moodboard. Ook om de acteurs te helpen in hun spel, een juiste en gedetailleerde setting kan voor hen een handig hulpmiddel zijn. Mijn werkwijze is veelal chaotisch en organisch maar de structuur is er en ik heb op voorhand wel alles klaarzitten in mijn hoofd. Elk element is belangrijk, ook al zondig ik nog tegen deze wet en bega ik daardoor flaters waardoor het beeld soms te typisch of te arty wordt. Zo zet ik nooit nog iemand tijdens een dramatische scène in een rood kleed op een veld (lacht). De beelden in Mattheus zijn heel zacht en hier en daar zelfs te mooi voor het verhaal dat misschien af en toe een wat vuilere stijl nodig had.



Balans tussen vormgeving en inhoud is essentieel. Als je als regisseur te hard op stijl begint te letten, bestaat het gevaar dat het esthetische aspect een struikelblok wordt of de beleving van het verhaal in de weg staat.



Mattheus is ondertussen ook geselecteerd voor Cannes.



Inderdaad, voor La Cinéfondation. Dat is een officiële selectie maar heeft niks te maken met de Palme d’Or. Deze selectie is opgericht voor filmstudenten en bestaat dus enkel uit kortfilms. Ik had mijn film niet opgestuurd omdat ik niet geloofde dat hij geselecteerd zou worden maar ik ben heel blij dat zij er toch iets in zien (lacht). Het is een absurde situatie om voor de opnames van mijn eindwerk nog even een tussenstop te doen in Cannes.



Ik ga vooral proberen genieten van mijn verblijf. Ik vind het behoorlijk spannend om opnieuw in competitie te zitten en de kans krijg om mijn werk te tonen. Ik zie het ook als een leerschool om mezelf en mijn film te presenteren, om overtuigend over te komen als filmmaker (lacht). Aan de andere kant bereid ik mij ook voor op een circus want uiteindelijk blijft het een markt waar iedereen zijn film probeert te verkopen...



 



 


Carmen van Cauwenbergh