Dé referentie voor kortfilm

Interview met Fien Troch

Met haar studentenfilms Verbrande Aarde (1998), Wooww (1999) en Maria (2000) bouwde Fien Troch gestaag verder aan een indrukwekkende verzameling van internationale festivalselecties en binnenlandse prijzen. Het leverde haar de spijkerharde reputatie op hét talent van haar generatie te zijn. Na de aan twaalf landen verkochte opdrachtfilm Cool Sam and Sweet Suzy, prikte de dochter van Belgisch oppermonteur Ludo Troch haar vlaggetje voor goed op de globe met haar eerste langspeelfilm Een Ander Zijn Geluk. Hoog tijd voor een gesprek met kortfilm.be.

Je langspeelfilmdebuut ligt niet echt in de lijn van je kortfilms. We herkennen sferen uit ‘Maria’, maar de werelden van ‘Wooww!’ en ‘Verbrande Aarde’ lijken veraf. Is er voor jou continuïteit tussen je korte films en Een Ander Zijn Geluk?


Ja. Ik zie echt wel een lijn. Ten eerste, uiteraard, had ik deze film nooit gemaakt zonder de kortfilms. Dat leerproces had ik echt wel nodig. ’t Was ook iets helemaal anders, vaak met weinig geld, heel rock ’n roll eigenlijk. . Nu zat ik echt met het gevoel van:" oké, ik heb mijn weg gevonden!". Daarmee bedoel ik niet dat mijn volgende films op deze zullen lijken, maar het zat echt helder in mijn hoofd: ik wou deze film maken. Ook al kent mijn langspeelfilm een heel andere stijl, toch vind ik dat er veel elementen terugkomen: de humor, en het creëren van een eigen universum.

Je voert alvast een zwarte kuisvrouw op, net als in Maria, en Peter van den Begin zit in zowat elke film die je draait. Heb je veel elementen uit je korte films overgenomen?


Dat denk ik wel. 'Maria' was nog niet honderd procent wat ik wou, maar met weinig geld iets vertellen over rijke mensen is ook zeer moeilijk (lacht). Er waren elementen waarvan ik voelde dat ze nog niet af waren. Die nam ik mee naar mijn langspeelfilm, zoals dat eenzame, lege dat je vaak bij rijke mensen aantreft... Nu, bijWoow paste ik dat ook toe op een marginaal milieu. Peter van den Begin heb ik meegenomen omdat hij al in drie van mijn kortfilms meespeelde. Hij is gewoon goed en het is makkelijk dat je niet meer de hele uitleg opnieuw moet doen. . Soms zie ik dingen terug en denk ik: "Jezus, dat was echt compleet mislukt."

Velen beamen dat Maria zo’n kortfilm is die met elke visie verbetert . Heb je daar zelf een uitleg voor?


Vergelijk het met Wooww. Dat slaat direct aan, omdat het één grote grap is. . Maria maakte ik toen ik het laatste jaar op school zat en amper wist wat ik maken ging. Misschien was het wel de combinatie van mijn eigen struggle om iets te vertellen en het verhaal van een vrouw die ook met een probleem zit. Ik denk vooral dat het verhaal minder concreet is. Het teert iets minder op makkelijke cinema. Daarom laat ik Wooww ook altijd graag zien, omdat het een film is die gelukt is in wat het wil zijn. Maria is toch wat diepgaander maar raakt niet iedereen. Ik heb het gevoel dat het bij mijn langspeelfilm op dezelfde manier werkt. Sommige mensen hebben een tweede visie nodig om echt te kunnen zeggen wat ze ervan vinden.

Je bent met je kortfilms al heel West-Europa afgereisd. Ze werden vertoond in Chicago en New York, in Ierland won je het Murphy’s Cork Film Festival. Wordt in andere landen soms anders omgesprongen met het medium? Is er een betere omkadering?


Buitenlandse kortfilmfestivals zijn meestal wel veel groter dan de Belgische, ook al omdat het grotere landen zijn. Er wordt vaak ook meer geproduceerd. Maar op kortfilmfestivals draait alles rond kortfilm, dus je zit eigenlijk in een weinig realistisch wereldje. Daarbuiten geven alleen de fanaten iets om kortfilm. Op een ‘gewoon’ langspeelfilmfestival worden kortfilms en hun regisseurs wel ongelofelijk stiefmoederlijk behandeld. Hoe dan ook vind ik dat het in België de laatste tijd sterk verbetert. Er ontstaat een soort cultuur waarin kortfilms welkom zijn.

Ga je zelf nog kortfilm maken?


Dat weet ik niet. Ik dacht altijd, eens je begint met langspeelfilm… maar nu ben ik weer aan het schrijven en dat is toch wel een heel gedoe (lacht). Een langspeelfilm valt natuurlijk meer op, maar ik vind een kortfilm er alleszins niet ondergeschikt aan. Ik beschouw een kortfilm niet eens als een vingeroefening. Mijn kortfilms had ik zeker nodig als voorbereiding, maar op zich moest elke kortfilm even goed zijn als wat dan ook. Dus ja, misschien draai ik er nog wel. Het zal niet voor direct zijn, maar het is niet uitgesloten.

Misschien zou het voor sommige regisseurs wel goed zijn om nog eens wat korte films te maken, als herbronning?


Dat denk ik wel. Maar ook kortfilm vraagt veel geld en tijd en je verliest dan weer een jaar. Je ontdekt en leert wel veel. Tijdens het maken van mijn langspeelfilm dacht ik wel eens aan er mee te stoppen, gewoon wat scènes bij elkaar te zetten en er een kortfilm van te maken. Maar dan belde ik acteurs en die hadden zoiets van: al die extra moeite voor een kortfilm…

Ik denk dat kortfilms de creativiteit wel aanwakkeren, niet alleen als test om te kijken wat marcheert. Hoeveel mensen, inclusief mezelf, zitten uiteindelijk niet gewoon thuis te wachten op subsidies? Met weinig middelen, zelfs op video , kan je al een kortfilm maken Ik heb dat zelf niet gedaan, maar de intentie was er! (lacht).

Is het waar dat een kortfilm bijna evenveel werk oplevert als een langspeelfilm?


Ik vind van wel. Praktisch is het natuurlijk niet evenveel werk. Aan mijn kortfilms werkte ik vier tot zes maanden, aan mijn langspeelfilm vier jaar! Maar er is wel de "emotionele" investering. Als je het echt goed wilt doen, vraagt het evenveel energie, zekerheid of onzekerheid..

Heb je nog een gouden tip voor de filmstudent die nu aan zijn of haar afstudeerwerk begint?


Ik zou clichés kunnen gebruiken, zo van: "gewoon doen wat je zelf wil". Maar je moet vooral rekening houden met de beperkingen van het medium, alleen al wat betreft de lengte. Kortfilms behandelen te vaak zware onderwerpen. Die fout heb ik misschien ook gemaakt en daar is op zich niks mis mee, maar ik kan mij niet in tien minuten inleven in een sterfgeval. Probeer een kortfilm te maken terwijl je weet dat je later iets groters kan maken waarin je nog zoveel eieren kwijt kan. Veel mensen denken dat het in hun eerste kortfilm allemaal moet gebeuren.

En een gouden tip voor wie nu met de grote leegte nà de eindwerk-kortfilm zit?


Gewoon: schrijven, schrijven, schrijven. Nooit vervallen in: ik heb een full time job en ik heb geen tijd meer. Ik weet dat ik makkelijk spreken heb want natuurlijk krijgt niet iedereen daar de kans toe. Ik heb redelijk arm geleefd, maar ik kreeg nog wat steun van mijn ouders en kwam rond. Voor veel mensen is dat geen optie. Maar ik ken gewoon heel veel mensen die op hun lauweren rusten als ze iets hebben gemaakt. Ik heb dat extreem niet: terwijl ik met het ene bezig ben, stress ik al op het volgende. Het moet alle twee goed zijn.

En dan zijn er de mensen die al jaren zeggen: “Ooit ga ik het doen". Als het komt dan komt het wel. Ik sta er open voor”. Maar het komt echt niet! Je moet blijven schrijven, zelf al denk je soms zelf: "Man, wat voor zever is dit". Het is héél confronterend om op te staan en te zien wat je de vorige dag allemaal op papier hebt gezet. Maar het is altijd met vallen en opstaan. Er zit altijd ergens een zinnetje in dat wél goed is. Daarmee wil ik trouwens geen kritiek geven op mensen die full time gaan werken om een appartement te betalen en kinderen op te voeden. Dat heb ik allemaal niet. Allez, ik heb wel een appartement. Ik zou zeggen: wachten met een gezin! (lacht).


Een Ander Zijn Geluk komt in België uit op zeven december 2005.
‘Maria’ kunt u kijken op de ‘Het Grote Ongeduld!’-DVD, ‘Wooww’ op de DVD ’10 jaar Leuven Kort’.


Sarah Késenne en Jan Sulmont

Beau Janssens

BIO Fien Troch

Films & artikels
Een Ander zijn Geluk
Kid
Maria
Unspoken