Interview - Marc Boonen (MOOOV)


MOOOV-kortfilmprogrammator & directeur Marc Boonen - © Griet Hendrickx
 

Zo’n vijfentwintig jaar geleden stond Marc Boonen mee aan de wieg van ‘Focus op het Zuiden’: een filmfestival dat draaide rond wereldcinema. In 2013 is daarna MOOOV ontstaan, als fusie van het Brugse Cinema Novo en Open Doek uit Turnhout, waarvan ‘Focus op het Zuiden’ de voorloper was. Tijdens MOOOV (18-30 april) worden Films met zicht op de wereld vertoond. Dit jaar staan er in de festivalbrochure drie kortfilmprogramma's vermeld: naast de internationale kortfilmcompetitie is er ook een programma met Colombiaanse kortfilms én een programma met kortfilms voor de allerkleinsten. Een gesprek met de (kortfilm)programmator.

***

Dit jaar schenkt MOOOV opvallend veel aandacht aan kortfilms. Hoe ziet u de relatie tussen het festival en kortfilms door de jaren heen? Vanwaar de toenemende aandacht?
BOONEN: Vroeger programmeerden we inderdaad enkel langspeelfilms. Het is pas sinds de laatste drie edities dat daar ook kortfilms zijn bijgekomen. Ik merkte op dat kortfilms op grote festivals steeds meer aan belang wonnen. Allen hebben ze nu een aparte kortfilmselectie, iets wat vijfentwintig jaar geleden zeker niet het geval was. Festivals zoals dat van Rotterdam en Toronto hebben zelfs aparte programmatoren die zich specifiek toeleggen op kortfilms. Ook bij ons in Vlaanderen wordt er meer belang gehecht aan het ‘format’ dan vroeger.
Vier jaar geleden ging ik naar Fribourg International Film Festival - een festival dat ongeveer gelijk loopt met het onze en ook focust op wereldcinema - en dat was toen haast een openbaring. Daar zaten héél veel sterke dingen bij. Helaas was het toen te laat om de programmatie van MOOOV nog aan te passen, maar ik had mij wel voorgenomen om voor de volgende editie ook kortfilms te programmeren. Mijn idee was om meteen ook een competitie te organiseren. Dat bleek niet zo eenvoudig als oorspronkelijk gedacht.

Eerst en vooral was (en is) er immers een gigantisch aanbod. Vandaar dat ik besloot om heel selectief te kijken. In eerste instantie heb ik kortfilms geprogrammeerd die eerder al op de grote festivals (Cannes, Berlijn, Toronto, Venetië, San Sebastian, Locarno en Rotterdam) werden vertoond. Festivals waar ik zelf niet naartoe ga, zoals het Dubai International Film Festival - dat trouwens altijd een zéér interessant kortfilmprogramma heeft - volg ik via contactpersonen ter plaatse.
Kortfilms vertonen blijkt een verrassend fijne aanvulling op hetgeen we met MOOOV doen. We hanteren sinds de eerste kortfilmcompetitie ook het principe dat de winnaar het volgende jaar in de jury mag zetelen. Vorig jaar was dat Manuel Abramovich, een Argentijnse filmmaker die het jaar ervoor de allereerste kortfilmcompetitie won met La Reina (2014). Ondertussen heeft hij al zijn langspeelfilmdebuut voltooid. Dit jaar zetelt de Turkse cineast Ziya Demirel in de jury, nadat hij vorig jaar de Kiripi Award naar huis nam voor zijn kortfilm Sali (2015).

 

Is dit een manier om een vinger aan de pols te houden? Om te voelen wat er leeft en er snel bij te zijn als interessante regisseurs besluiten een langspeeldebuut te maken?
BOONEN: Dat is zeker ook waar. Het is een uiterst interessante manier om nieuw talent te zien opkomen. Maar dat is slechts één facet. Veruit het boeiendste is de persoonlijke band met de regisseur. Het is prettig als je die relatie kan opbouwen. Bij kortfilms is de contactpersoon immers heel vaak de regisseur zelf. Dit in tegenstelling tot de langspeelfilm waar je contact hebt met de sales agent waardoor je vaak meteen in een onderhandelingspositie belandt. Bij kortfilms is dit niet het geval: je hebt met jonge filmmakers te maken, die heel blij en dankbaar zijn dat ze op je festival worden getoond. Dat brengt een andere dialoog met zich mee.
Pas op, er zijn echter ook kortfilmmakers die al een sales agent hebben. Zeker als ze een prijs winnen op een belangrijk festival, dan vliegen die PR- en verkoopmensen erop af. Maak je geen illusies.

 

Ziet u kortfilms als de eerste stap naar een langspeelfilm en bijgevolg als het minderwaardige zusje?
BOONEN: Kortfilm is een apart ‘format’, dat steeds meer zijn plek aan het verdienen is binnen de filmindustrie en zelfstandig begint te functioneren. Toch blijft het ultieme doel van veel regisseurs het maken van een langspeelfilm. Het is echter niet zo dat die volgorde vaststaat. Er zijn ook dikwijls regisseurs die tussen twee langspeelfilms door een kortfilm maken.
Wij, als festival, zien kortfilms niet als iets om er gratuit bij te doen. De status van de kortfilm als genre stijgt en wordt steeds belangrijker. Kortfilms krijgen daarom een volwaardige plek binnen ons festivalprogramma.

 

Hanteert u andere criteria om kortfilms te beoordelen dan langspeelfilms?
BOONEN: Neen, ik gebruik geen andere criteria. Het enige verschil tussen beiden is de lengte. Zowel de cinematografie, het verhaal, het onderwerp, als de mise-en scène zijn van belang - net zoals bij langspeelfilms. Er zijn immers heel veel parallellen.
Bij MOOOV hechten we bij de selectie veel belang aan cultuur en engagement. Dat zijn ook de zaken die we bij kortfilms zoeken. Films moeten voor ons zowel goed gemaakt als maatschappelijk relevant zijn: het DNA van MOOOV zit ook in het DNA van de kortfilms. De geselecteerde kortfilms zijn hiervan een heel goed voorbeeld. Maar het hadden er evengoed elf andere kunnen zijn.

 

Zijn kortfilms dan niet gedurfder en/of meer experimenteel? Ga je daardoor niet anders programmeren dan bij langspeelfilms? Kortfilms hebben dikwijls minder budget waardoor ze ook aan minder mensen moeten ‘gehoorzamen’ en daardoor meer hun eigen goesting kunnen doen?
BOONEN: Er is meer vrijheid in de manier waarop gefilmd wordt, maar ik ga niet honderd procent akkoord met jouw stelling. Er is wel een zekere vrijheid en daar speelt het financiële absoluut een rol in. Maar er moet toch een evenwicht zijn. De film moet cinematografisch en artistiek goed gemaakt zijn, spannend zijn, je uitdagen én je mentaal raken. En dat is niet iets wat je zomaar kan meten.

Wat wel opvalt is dat kortfilmmakers aan een sneller tempo werken. Ze moeten minder lang zoeken tegen dat ze de financiering rond krijgen, in vergelijking met het lange proces daarvan bij een langspeelfilm. Hierdoor kunnen ze meer inspelen op de grote thema’s en de actualiteit. De laatste jaren is de oorlog in Syrië bijvoorbeeld een vaak voorkomend thema. Filmmakers zijn bezig met het maatschappelijke en dat is, zeker voor wereldcinema, van groot belang.
Je stuit dikwijls op terugkerende conflicten waar we in België nooit over horen, maar die in bepaalde regio’s van cruciaal belang zijn. Het zijn dit soort nieuwe thema’s die MOOOV graag naar buiten wil brengen.

 

Laten jullie regisseurs hun kortfilms inzenden? Of nodigen jullie hen uit?
BOONEN: Wij zijn niet geëquipeerd om inzendingen op te volgen. Een eerste filter zijn de grote festivals en van daaruit maak ik een hoogstpersoonlijke selectie. Ik heb er een kleine vijftig gezien waarvan ik er één vijfde heb gekozen. We geven kortfilms wel de juiste plek in het aanbod. Het feit dat er een aparte competitie is, toont aan dat we het au sérieux nemen. Er wordt ook een aparte kortfilmjury samengesteld. Het is dus niet zo dat de jury voor de langspeelfilms op het einde ook nog vlug de kortfilms moet beoordelen.

Het is de eerste keer dat we ook een programma kortfilms rond een bepaald thema vertonen, namelijk de Colombiaanse cinema. We willen onder meer onderzoeken wat de invloed is van ‘het vredesproces’ op de films die gemaakt worden in Colombia. Hiervoor heb ik het programma samen met de mensen van Medellín International Film Festival samengesteld. ‘Medellín’ heeft altijd de behoefte om een heel divers aanbod te presenteren: er zitten zowel animatiefilms, documentaires als fictiefilms in het programma. Stuk voor stuk pareltjes.

 

Worden er dan zo veel goede kortfilms gemaakt in Colombia?
BOONEN: Net als in Mexico en Argentinië, worden er in Colombia heel veel kortfilms gemaakt. Dat heeft te maken met bepaalde figuren die internationaal grote naam maken. Dit spreekt jonge mensen aan om film te gaan studeren. Er heerst in het land een soort urgentie om films te maken, ondanks de financiële belemmering die er dikwijls is. De Colombiaanse overheid investeert erg in kortfilms. De investeringen lonen waardoor de cinema er heel sterk aan het verbeteren is.
Ook wordt er heel veel samengewerkt in die landen. De ene keer is men regisseur, de andere keer weer monteur of director of photography. Dat zie je in België trouwens ook.

 


Poster Madre (dir. Simón Mesa Soto)

 

Bestaat het programma Colombia Kort dan vooral uit studentenfilms?
BOONEN: Neen, de meesten zijn professionele filmmakers. Ook bij de internationale kortfilmcompetitie is dit het geval. Maar het gaat om het product, het is geen argument om een film te selecteren. Er konden evengoed eindwerken van studenten bijzitten. Dat is niet bewust zo gekozen.

 

Om af te sluiten: wat is voor u persoonlijk dé beste kortfilm die u op deze editie van MOOOV hebt geprogrammeerd?
BOONEN: Dat is wel heel moeilijk. (stilte) Als ik dan toch moet kiezen, kies ik een Colombiaanse uit de internationale competitie, namelijk Madre van Simón Mesa Soto. De regisseur is ook te gast op het festival. Het is een regisseur waarvan je voelt dat hij met heel veel zorg zijn kortfilm maakt. Hij heeft écht iets te vertellen. Zijn vorige kortfilm Leidi (winnaar Gouden Palm 2014) hadden we twee jaar geleden in ons programma. Zijn kortfilms hebben het potentieel van een langspeelfilm. Alles klopt: de mise-en-scène, de personages, enzovoort.

Maar ook And the whole sky fit in the dead cow’s eye uit Chili wil ik vermelden: zo’n verrassend verteld verhaal! En dan heb je ook Alma (van Christa Eka Assam) dat ondanks zijn heel klassieke signatuur (inclusief voice-over) een prachtige kortfilm is. Zoveel schoons!

 

Liza Brandt