Interview - Lukas Dhont ('Corps perdu', 'L'infini')


Regisseur Lukas Dhont.

 

In een prachtig appartement in Gent treffen we het jonge, energieke veulen Lukas Dhont (26). De KASK-alumnus heeft ondertussen drie succesvolle kortfilms (‘Corps perdu’, 'Skin of Glass', ‘L’infini’) en een aantal andere projecten op zijn naam staan. Nu werkt hij aan zijn eerste langspeelfilm, de reden waarom hij beweert tijdens ons gesprek misschien een beetje moe over te komen. Daar merken we echter niets van. Zeker niet wanneer hij voluit begint te praten over zijn liefde voor het filmmedium.
 

***
 

Je hebt een tijdje in Parijs gewoond. Hoe kwam dat?
DHONT: Het filmfestival van Cannes nodigt voor de 'Cinéfondation Résidence' iedere zes maanden zes scenario’s-in-ontwikkeling uit in een residentie die zij ter beschikking stellen. Zes makers vanuit de hele wereld mogen met hun scenario’s naar Parijs om daar een tijdje in een appartement te wonen, daar de kans te krijgen aan hun werk te sleutelen en eventueel Franse producenten en distributeurs te ontmoeten. De residentie speelt in op het samenwonen van verschillende makers en het beïnvloeden van filmculturen en -persoonlijkheden, ter bevordering van het eigen werk.
En ik moet zeggen: het werkt echt héél goed. Ik heb er vrienden voor het leven aan overgehouden. Ik merkte ook dat afkomst en achtergrond de manier waarop je films maakt sterk bepaalt. Een Turkse filmmaker die ik daar heb leren kennen, heeft een enorme indruk op me nagelaten met de verhalen die hij vertelt rond het produceren van zijn kritische film. Ik vond het heel fijn om leeftijdsgenoten hun ding te zien doen, maar tegelijkertijd ook te beseffen dat we allemaal met dezelfde vragen zitten: hoe moet je bepaalde zaken overbrengen, wat moet je wel of niet doen met een film,… Dat schept een band.
Schrijven is eigenlijk een erg isolerend gegeven. Je bent er zo lang mee bezig en na een tijd vervreemd je een beetje van de buitenwereld. Al is dat misschien persoonlijk – ik ben gewoon iemand die heel hard in iets duikt.

Zou je zeggen dat het in België relatief ‘gemakkelijk’ is om een film rond te krijgen, in vergelijking met bijvoorbeeld die Turkse filmmaker?
DHONT: In Turkije heb je bepaalde spelregels die makers gedwongen moeten volgen. Er heerst enorm veel censuur. Hier in België worden we minimaal gecensureerd, maar ik zou niet zeggen dat het makkelijk is om een film te maken. Er zijn verschillende manieren om je film rond te krijgen, maar via de ‘officiële weg’ is het een kwestie van volharding. Er zijn ontzettend veel mensen die je moet overtuigen tijdens het proces.
Voor mijn eerste langspeler heb ik gelukkig altijd kunnen rekenen op heel wat steun, al sinds het begin. Het productionele proces is voor mij persoonlijk dus wel relatief gemakkelijk verlopen. Maar ik zie heel veel mensen rondom mij voor wie dat niet zo is, mensen die wel met interessante dingen bezig zijn maar voor wie het trager gaat. Als ik dan hoor wat er bijvoorbeeld met scenario’s in Turkije gebeurt, dat die gelezen moeten worden door een politieke partij of politie, dan vind ik dat wel hallucinant. Er heerst daar een politieke complexiteit die we hier niet hebben.
Wat we wél hebben is het onderscheid tussen de Vlaamse en de Waalse kant. Dat vind ik jammer. Daarom dat ik in mijn eerste langspeelfilm, en eigenlijk ook in mijn kortfilms, de keuze maak beide talen te gebruiken. Ik wil me identificeren als Belgische filmmaker - niet enkel als Vlaamse.

Over het neerzetten van een nationale identiteit voor je eerste langspeelfilm 'Under my skin' bestaat dus al geen twijfel. Je kaart ook het thema ‘gender’ aan. Vertel.
DHONT: De film gaat over een transgender meisje dat samen met haar vader naar een nieuwe stad verhuist waar ze de kans krijgt om in een dansschool een balletopleiding te volgen. Het is een fysieke film over identiteit waarbij het menselijke lichaam een cruciale rol speelt. In de kern draait het echt om wat het betekent om een man of vrouw te zijn.
Ik denk dat wij in onze samenleving van bij de geboorte opgedeeld worden in de hokjes 'man-vrouw' en dat een deel van de rol die we zouden moeten spelen voor ons daar bepaald wordt. Dat onderscheid is voor veel mensen, zelfs al ben je geen transgender, iets wat voor veel conflict zorgt. Dat vind ik absoluut onnodig. In mijn jeugd heb ik zelf het gevoel gehad te moeten voldoen aan een bepaald beeld van masculiniteit. Dat was verwarrend.
Ik ben sowieso iemand die enorm gefascineerd en gepassioneerd is door dans. Het is ergens mijn dada wel om voor een fysieke arena te kiezen in combinatie met een personage dat zichzelf probeert te manipuleren tot wat zij denkt dat nodig is om een meisje te zijn.

 


Posterbeeld voor 'Corps perdu', de bachelorfilm van Lukas Dhont. Goed voor een Eervolle Vermelding tijdens Film Fest Gent 2012.
 

 

Beschouw je die ‘dans’ tussen twee mensen als iets dat je enkel in film terugvindt of ook in het dagelijkse leven, bij mensen uit je omgeving bijvoorbeeld?
DHONT: Dat vind ik in het dagelijkse leven ook terug – absoluut! Ik heb met choreograaf Jan Martens een dansvoorstelling gemaakt ('The Common People', nvdr) waarin een veertigtal inwoners van een stad elkaar voor de eerste keer op een podium ontmoeten. 48 mensen werden onderverdeeld in twee groepen en dan één voor één het podium opgebracht om met elkaar een ontmoeting aan te gaan, waarbij ze een kleine choreografie samen moesten uitvoeren. Die voorstelling is vertrokken vanuit het idee dat mensen in tijden van digitalisering minder en minder in fysieke interactie met elkaar gaan en gewend raken aan een scherm. Die interacties tussen die mensen op het podium op dat moment, vind ik heel mooi.
Ik zie mezelf graag als humanistische filmmaker: iemand die mensen aan mensen wil tonen. Het dagelijkse leven en de dagelijkse interacties tussen mensen intrigeren me. Ik schrijf conceptueel, waardoor het vaak meer op beweging of een choreografie begint te lijken dan op een scène uit een film. Ik schrijf veel meer hoe mensen zich tegenover elkaar verhouden dan dat ik dialogen begin uit te schrijven. Ik ben nog steeds op zoek hoe ik dát onderdeel onder de knie kan krijgen: hoe ik mensen kan laten spreken op papier.

Dat lijkt me een redelijk abstracte manier van werken. Was het een scenario waar je al lang op broedde?
DHONT: Ik had het idee voor deze film gekregen tijdens mijn filmopleiding en ik wist dat het niet iets was dat ik in een kortfilm kon overbrengen. Ik heb uiteindelijk theatermaker en scenarioschrijver Angelo Tijssens erbij gehaald en dat was de beste beslissing die ik kon maken. We hadden een klik, zeker omdat hij iemand is voor wie die onderwerpen ook zeer belangrijk zijn. In 2014, toen ik net afgestudeerd was met ‘L’infini’, hebben we ons dossier ingediend bij het VAF, al was ik er al een drietal jaar in mijn hoofd mee bezig. Ik voelde de passie in dit project heel hard en dat heb je nodig als je jaren aan iets werkt. Het laat mij gewoon niet los. Ik zit evenveel in mijn eigen leven als in het leven van die personages. De ene realiteit vloeit soms over in de andere.

Vertrek je altijd vanuit een persoonlijke standpunt, wanneer je aan een verhaal begint?
DHONT: Het wordt sowieso persoonlijk, dat kan bijna niet anders. Ik kies thema’s die mij interesseren door de persoon die ik ben. Eigenlijk zijn al mijn films heel persoonlijk, zonder autobiografisch te zijn. Die afstand is ook wel goed. Ik zie mezelf niet meteen een situatie uit mijn eigen leven verfilmen. Niet omdat het zo saai is (lacht), ik voel er gewoon de nood niet toe. Het lijkt me interessanter om andere mensen te leren kennen, door films te maken. Ik wil graag te weten komen hoe mensen denken, hoe zij omgaan met anderen. Het leren kennen van anderen trekt me aan en wekt adrenaline bij me op. Als het dan op papier juist zit… Ja, daar doe ik het wel voor.

Laat je je dan inspireren door mensen die erg met jou verschillen?
DHONT: Het is zo ruim. Ik kies niet bewust personen uit die me inspireren. Maar ik denk wel dat je vaker naar mensen toe graviteert waarvan je weet dat ze ongeveer met dezelfde dingen bezig zijn.
Of juist helemaal niet! Eigenlijk vaak helemaal niet. Want als je altijd over film of dezelfde onderwerpen praat is dat ook maar saai. (lacht) Je merkt dat ik geen eenduidig antwoord kan geven.

 


'L'infini', de masterfilm van Lukas Dhont, goed voor een Juryprijs op het Internationaal Kortfilmfestival Leuven 2014 en de Prijs voor Beste Studentenkortfilm tijdens Film Fest Gent datzelfde jaar.

 

Waar komt die passie voor dans en theater vandaan?
DHONT: Nu komt het emotioneel autobiografische aspect van het verhaal. (lacht) Ik denk dat ik dans heb laten schieten als kind omdat het bepaalde vooroordelen met zich meebracht waar ik niet mee om kon. Ik weet niet of dat de volledige reden is, maar die passie voor dansen zit nog altijd in mij en ik kan er door film wel op een andere manier iets mee doen. Daarom dat ik het hoofdpersonage van mijn film zo straf vind: zij gaat er wél keihard voor. Ik denk dat mijn bewondering voor haar mijn absolute aantrekking tot de film is.
Ik heb nu een petekind en ik zeg vaak al lachend dat ik het kind genderloos ga opvoeden. Ik zeg dat om te lachen, maar tegelijkertijd meen ik het ergens. Ik hoop dat hij kan openstaan voor veel dingen wanneer hij opgroeit. Het lijkt alsof ik mijn opvoeding becommentarieer, dat is niet zo, maar ik denk dat iedereen iets heeft waar hij of zij meer voor staat dan voor iets anders. En zonder dat ik het daarom bewust gekozen heb, is het in mijn leven het gender-onderwerp. Ik voel dat ik voor dat onderwerp op de barricades sta.

Denk je dat een film over een transgender meisje tien of vijftien jaar geleden even gemakkelijk tot stand zou komen - of aanvaard zou worden, zoals je wil - als nu?
DHONT: Vanuit het VAF sowieso wel. Daar staan ze open voor heel veel verschillende stemmen. Maar: it takes the right person at the right time die er voor gaat of niet. Ik denk dat het zoveel jaar geleden wel al mogelijk was, maar dat niemand het toen heeft gedaan – althans in Vlaanderen niet. Er was natuurlijk wel 'Ma vie en rose' (langspeelfilm van Alain Berliner uit 1997 over een transgender meisje, nvdr). Maar dat was het dan.
Ik merk dat het genderthema recent zeer exponentieel meer in de kijker is gekomen. Soms hoor ik nog wel mensen die zeggen: och, daar zijn ze weer. Maar dan denk ik: oh, go fuck a duck. (lacht) De ongelijkheid is de wereld echt nog niet uit. In Tsjetsjenië vragen ze aan ouders om hun kinderen over balustrades te gooien als ze homo blijken te zijn. Ik wil met deze film geen volledige gemeenschap representeren, want ik weet dat ik dat niet kan. Deze film is een karakterschets van een individu. Een individu waarvan ik het nodig acht die te tonen.

Ik vind het wel een onderwerp dat aansluit bij onze generatie, dat zoeken naar rollen en het specifiek invullen ervan. Je bent nu zelf 26 en hebt toch een iets minder vanzelfsprekende job dan de meeste van je leeftijd. Heb je het gevoel dat je als filmmaker anders in het leven staat dan mensen van jouw generatie?
DHONT: Nee, want ik merk vaak dat iedereen op zoek is naar creatieve uitlaatkleppen en er overal dezelfde obstakels zijn. Het is inderdaad geen '9-to-5' job, maar ik heb het gevoel dat heel veel mensen van mijn generatie op zoek zijn naar een manier om uit een bepaalde vorm te breken. Soms denk ik wel eens dat ik graag een '9-to-5' job zou willen, zeker wanneer ik aan het schrijven ben. Want dat zou wel een structuur geven die ik vaak mis. Maar dat passeert dan weer en dan vind ik het wel weer tof dat ik de indeling van mijn tijd volledig zelf kan kiezen. Maar goed dat ik soms omringd ben door mensen met een vaster stramien, daar hou ik me aan vast.

Stel: we droppen je in een '9-to-5'-omgeving. Waar vinden we je terug? 
DHONT: Ik vind werken in de horeca wel heel tof, maar dat is natuurlijk ook niet echt '9-to-5'… Ik heb een tijdje in een restaurant gewerkt hier in Gent en ik vond dat fantastisch - ook al is het echt afzien. Ik was zeker niet hun beste werknemer, ik sukkelde evenveel als dat ik vooruitging. Maar ik deed het graag. Ik kwam toe, ik begon en dan was er een periode van tijd waarbij ik niet met iets anders bezig was in mijn hoofd. Je bent ook onder mensen en het is fijn om te merken dat ze er graag zijn. Er is zoiets als ‘immediate satisfaction’, iets dat je bij het maken van een film wel mist. We zijn nu drie jaar aan deze film bezig. Dat voelt soms als een impasse aan tijd. We hebben al fantastische momenten meegemaakt, maar er is wel een enorm lange tijd die je moet overbruggen vooraleer je een soort van voldoening krijgt.

In een eerder interview zei je eens dat je te weinig geduld had voor een kortfilm. Hoe zit het daar ondertussen mee, nu je aan een langspeler bezig bent?
DHONT: Ik weet niet of dat nog waar is, soms zeg ik blijkbaar zo van die dingen. (lacht) Op dat moment in mijn leven, toen mij die vraag werd gesteld, was ik al bezig met deze langspeelfilm. Toen kon ik onmogelijk een kortfilm maken vóór deze film. Nu zijn er dan weer verschillende kortfilmideeën in mijn hoofd opgekomen waardoor ik denk dat mijn volgende misschien opnieuw een kortfilm wordt. Het ene idee maakt plaats voor het andere.

Wat is het voornaamste verschil tussen het maken van een kortfilm en een langspeelfilm?
DHONT: Het is een heel andere oefening. Nu denk ik: oh, zo tof dat je met een kortfilm zo atmosferisch kan werken. In een langspeelfilm heb je nood aan spelregels. Het schrijven van zo’n film is voor mij sowieso een zoektocht naar hoe ik mijn eigen taal niet verloochen, maar er wel voor zorg dat ik die structuur van een lange film onder de knie krijg. Er zijn zoveel geniale filmmakers waarbij de film zo structuurloos voelt maar echt ongelofelijk opgebouwd is. Ik denk spontaan aan ‘Shame’, maar dat is slechts één voorbeeld.
Ik ben iemand die graag naar sensorische dingen kijkt, die een bepaald effect hebben op mij maar waarvan ik niet altijd kan uitleggen waarom dat zo is. Dat wil ik ook kunnen doen met mensen: hen bewegen.

Ervaar je veel vrijheid bij het maken van deze film?
DHONT: Ongelooflijk veel vrijheid. Petje af voor Menuet, mijn productiehuis. Ze hebben mij het volle vertrouwen gegeven. Ik kan zoiets alleen maar enorm fantastisch vinden. We zijn de film echt op mijn tempo aan het ontwikkelen en er zal wel gestuurd worden op vlakken waar verbetering nodig is, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik iets moest doen dat tegendraads was.

Je hebt ondertussen al heel wat andere dingen gedaan, waaronder een videoclip voor Oscar & The Wolf. Wat staat er nog zoal op het lijstje?
DHONT: Ik zou heel graag nog meer met theater doen, als dat kan. Maar ik vind het een beetje arrogant om het zo te zeggen, want er zijn veel mensen rondom mij die moeten vechten om hun ding te doen in theater. Maar ik vind het een heel interessant platform. Daarnaast zoek ik ook altijd naar de ideale vorm waarin een verhaal verteld kan worden, hetzij iets museaal, performance, dans, … Ik zeg niet dat ik denk dat allemaal te kunnen, hé! Maar ik vind het leuk om buiten dat kader van 'film' te gaan.

Wanneer kwam het precies in je hoofd om filmmaker te worden?
DHONT: Als ik naar films keek als kind of als jongvolwassene voelde ik de impact die het medium kon hebben. Ik kon enorm geraakt of gechoqueerd worden door een film. Ik wilde er voortdurend over praten. Ik vond het zalig dat mensen rondom mij dat ook voelden, dat iemand anders dat mogelijk maakte. Mijn moeder vertelde mij scènes uit films en ik schreef die op. Het is iets intuïtief, ik heb het gevoel alsof film in mijn vingers zit. Alsof mijn onderbewuste mij daar gebracht heeft, dat ik het moet doen. Het is zelfs geen kwestie van willen. (lacht)

Lijkt me fantastisch. Zoveel mensen weten helemaal niet wat ze echt willen of moeten aanvangen met hun leven.
DHONT: We leven natuurlijk ook in een samenleving waarin de mogelijkheden talloos zijn. Dat is geweldig, al die mogelijkheden en die openheid, maar het kan ook enorm verlammend werken. Je wordt constant geconfronteerd met opties en wat anderen doen. Ik denk dat we best een heftige generatie zijn. Maar misschien denkt elke generatie dat wel. (lacht)

Stel, we maken een verfilming van het leven van Lukas Dhont, lid van een heftige generatie. Hoe zou die eruitzien?
DHONT: Ik hoop dat het een goeie film is, die alle elementen bevat van een leven. Soms komisch, soms dramatisch dus. Ik kijk sowieso niet zo graag naar biografieën, dus ik zou die film waarschijnlijk niet gaan zien. (lacht) Het valt nog te zien wie het regisseert, misschien best iemand die me goed kent, Ann-Julie Vervaeke mag wel. Maar de soundtrack moet sowieso country zijn.

Genoteerd! 

 

Ellen Van Hoegaerden